Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2009:BK2198

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
05-11-2009
Datum publicatie
05-11-2009
Zaaknummer
24-000985-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt wegens mishandeling en vernieling veroordeeld tot een werkstraf van 60 uren subsidiair 30 dagen vervangende hechtenis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Parketnummer: 24-000985-09

Parketnummer eerste aanleg: 17-755910-08

Arrest van 5 november 2009 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 8 april 2009 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1966] te [geboorteplaats],

postadres: [postadres],

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. W. Boonstra, advocaat te Leeuwarden.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte ten aanzien van het onder 1 en 2 ten laste gelegde zal veroordelen tot een werkstraf van 40 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken met als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

1.

hij op of omstreeks 13 september 2008 te [plaats], (althans) in de gemeente [gemeente], opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer 1]), met zijn (tot vuist gebalde) hand(en) in/tegen het gezicht/hoofd, in elk geval tegen het lichaam, heeft geslagen en/of gestompt, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

2:

hij op of omstreeks 13 september 2008 te [plaats], (althans) in de gemeente [gemeente], opzettelijk en wederrechtelijk twee stoelen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt.

Bewezenverklaring

Het hof acht bewezen dat:

1.

hij op 13 september 2008 te [plaats], opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer 1]), met zijn (tot vuist gebalde) hand in/tegen het gezicht/hoofd, heeft geslagen of gestompt, waardoor deze letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden;

2:

hij op 13 september 2008 te [plaats], opzettelijk en wederrechtelijk twee stoelen, toebehorende aan [slachtoffer 2], heeft vernield.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

feit 1:

mishandeling;

feit 2:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich op 13 september 2008 schuldig gemaakt aan mishandeling en - kort gezegd - vernieling. Hij heeft door zo te handelen een inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit en het eigendomsrecht van de slachtoffers.

Het hof heeft bij de straftoemeting in aanmerking genomen dat verdachte - blijkens een hem betreffend Uittreksel uit het Justitiële Documentatieregister d.d. 18 augustus 2009 - meermalen is veroordeeld ter zake van geweldsdelicten.

Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, is het hof van oordeel dat aan verdachte in beginsel de door de rechtbank opgelegde onvoorwaardelijke gevangenisstraf ook in hoger beroep dient te worden opgelegd. In verdachtes gewijzigde persoonlijke omstandigheden ziet het hof echter aanleiding om hiervan af te zien. Blijkens verdachtes verklaring ter terechtzitting én een brief afkomstig van Forint/Lentis van 14 oktober 2009, door verdachte overgelegd ter zitting, lijkt verdachte een andere wending aan zijn leven te hebben gegeven. Bovendien is niet gebleken dat er sinds de onderhavige feiten nieuwe processen-verbaal tegen verdachte zijn opgemaakt. Daarnaast is aannemelijk geworden dat verdachte gemotiveerd is een werkstraf met succes te voltooien. Het hof ziet in al deze omstandigheden aanleiding om hem een werkstraf op te leggen. Op grond van voorgaande is er geen aanleiding om de door de advocaat-generaal gevorderde voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 22c, 22d, 57, 300 en 350 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte onder 1 en 2 ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van zestig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van dertig dagen zal worden toegepast.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. W. Foppen, voorzitter, mr. P. Koolschijn en mr. J. Hielkema, in tegenwoordigheid van mr. M. Zevenhuizen als griffier.