Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2009:BK1992

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
03-11-2009
Datum publicatie
04-11-2009
Zaaknummer
24-000760-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bewezen verklaard is het meermalen medeplegen van poging tot zware mishandeling.

Verdachte heeft zich binnen een kort tijdbestek twee keer schuldig gemaakt aan het medeplegen van poging tot zware mishandeling van personen. Door zijn agressieve handelwijze heeft de verdachte inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit en gezondheid van beide slachtoffers alsmede gevoelens van angst en onveiligheid bij hen veroorzaakt.

Het hof heeft bij de strafoplegging rekening gehouden met de inmiddels positieve verandering die zich in het leven van verdachte heeft voorgedaan.

Veroordeling tot een gevangenisstraf voor de duur van negentien dagen met aftrek van de tijd die de verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht alsmede tot een werkstraf voor de duur van honderdtachtig uren waarvan negentig uren voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-000760-08

Parketnummer eerste aanleg: 18-670446-07

Arrest van 3 november 2009 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Groningen van 12 maart 2008 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1986] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. L.S. Wachters, advocaat te Groningen.

Het vonnis waartegen het beroep is gericht

De politierechter in de rechtbank Groningen heeft de verdachte bij het vonnis vrijgesproken ter zake van het onder 2 ten laste gelegde en wegens de onder 1 primair en 3 primair ten laste gelegde misdrijven veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar en met als bijzondere voorwaarde dat verdachte zich moet gedragen naar aanwijzingen en voorschriften van de Stichting Reclassering Nederland. Voorts heeft de politierechter het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 20 oktober 2009, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Verdachte is bij vonnis van de politierechter te Groningen op 12 maart 2008 vrijgesproken van het onder 2 ten laste gelegde. Verdachte is niet-ontvankelijk in het hoger beroep voor zover het is gericht tegen het onder 2 ten laste gelegde.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte ter zake van de onder 1 primair en 3 primair ten laste gelegde feiten zal veroordelen tot een gevangenisstraf van 19 dagen met aftrek van de tijd die de verdachte heeft doorgebracht in voorlopige hechtenis, alsmede tot een werkstraf voor de duur van 180 uren waarvan 90 uren voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Voorts heeft de advocaat-generaal de opheffing van de voorlopige hechtenis gevorderd.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, voor zover hier van belang, dat:

1.

hij op of omstreeks 16 september 2007, in de gemeente [gemeente], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, aan een persoon genaamd [slachtoffer 1], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet meermalen, althans eenmaal, (op onverhoedse wijze en/of met krachte bewegingen) met gebalde vuist(en) op/tegen een oog en/of een oogkas en/of de mond en/of het gezicht en/of het hoofd heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 16 september 2007 in de gemeente [gemeente], met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, het [straat], in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1], welk geweld bestond uit het meermalen, althans eenmaal, (op onverhoedse wijze en/of met krachte bewegingen) met gebalde vuist(en) slaan op/tegen een oog en/of een oogkas en/of de mond en/of het gezicht en/of het hoofd van die [slachtoffer 1]

3.

hij op of omstreeks 8 juli 2007, te [plaats], althans in de gemeente [gemeente], tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer 2], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet, die [slachtoffer 2] van de fiets heeft geslagen en/of gestompt en/of getrapt en/of geschopt en/of geduwd, en/of terwijl die [slachtoffer 2] op de grond lag, die [slachtoffer 2] meermalen, althans eenmaal, (telkens) (met kracht) met geschoeide voet heeft geschopt en/of getrapt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 8 juli 2007, te [plaats], althans in de gemeente [gemeente], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer 2]) van de fiets heeft geslagen en/of gestompt en/of getrapt en/of geschopt en/of geduwd, en/of, terwijl die [slachtoffer 2] op de grond lag, die [slachtoffer 2] meermalen, althans eenmaal, (telkens) (met kracht) met geschoeide voet heeft geschopt en/of getrapt, waardoor voornoemde [slachtoffer 2] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

Het hof beschouwt de passage 'met krachte bewegingen' in het onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde als een kennelijke misslag en leest dit verbeterd als 'met krachtige bewegingen'. Hierdoor wordt de verdachte niet in enig verdedigingsbelang geschaad.

Het hof heeft de woorden zoals opgenomen in het onder 1 primair ten laste gelegde 'met dat opzet meermalen, althans eenmaal, (op onverhoedse wijze en/of met krachtige bewegingen)' aangevuld met 'met dat opzet die [slachtoffer 1], meermalen, althans eenmaal, (op onverhoedse wijze en/of met krachtige bewegingen)'. Door de verbeterde lezing wordt de verdachte niet in zijn verdedigingsbelang geschaad.

Bewezenverklaring

Het hof acht bewezen dat:

1 primair.

hij op 16 september 2007, in de gemeente [gemeente], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, aan een persoon genaamd [slachtoffer 1], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [slachtoffer 1] meermalen, met krachtige bewegingen met gebalde vuist(en) op een oog en/of een oogkas en/of de mond en/of het gezicht en/of het hoofd heeft geslagen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3 primair.

hij op 8 juli 2007, te [plaats], tezamen en in vereniging met een ander, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer 2] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [slachtoffer 2] van de fiets heeft getrapt en terwijl die [slachtoffer 2] op de grond lag, die [slachtoffer 2] meermalen, telkens met geschoeide voet, heeft getrapt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 primair en 3 primair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op de misdrijven:

1 primair.

Medeplegen poging tot zware mishandeling;

3 primair.

Medeplegen poging tot zware mishandeling.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van de bewezen verklaarde feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich binnen een kort tijdsbestek twee keer, te weten op 8 juli en op 16 september van het jaar 2007, schuldig gemaakt aan het medeplegen van een poging tot zware mishandeling. Verdachte heeft geweld gebruikt tegen twee personen, te weten [slachtoffer 2]en [slachtoffer 1]. Dit geweld bestond mede uit het schoppen of trappen tegen het lichaam, waaronder het hoofd, van [slachtoffer 2] en het meerdere keren met de vuist slaan op het hoofd van [slachtoffer 1].

Verdachte heeft door zijn agressieve handelwijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] en gevoelens van angst en onveiligheid bij hen veroorzaakt. Voorts heeft verdachte door het plegen van deze ernstige delicten de fysieke gezondheid van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] schade toegebracht.

Het hof heeft gelet op het verdachte betreffend Uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 3 juli 2009, waaruit blijkt dat verdachte reeds eerder is veroordeeld voor strafbare feiten, waaronder een geweldsdelict.

Op grond van het voorgaande moet een forse vrijheidsstraf op zijn plaats worden geacht zoals in eerste aanleg is opgelegd.

Het hof heeft evenwel tevens in aanmerking genomen de persoonlijke omstandigheden van de verdachte zoals deze door hem, door zijn raadsvrouw en door verdachtes begeleider, jongerenwerker de heer [naam], ter terechtzitting van het hof naar voren zijn gebracht.

Hieruit blijkt dat zich inmiddels een positieve verandering heeft voorgedaan in het leven van verdachte. Zo volgt verdachte thans een studie, beschikt hij over eigen woonruimte en maakt hij deel uit van een jongerenstichting die zich inzet voor jongeren op straat.

Het hof wil deze positieve ontwikkeling niet doorkruisen met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van langere duur en zal daarom de op te leggen vrijheidsbenemende straf in duur beperken tot de duur van het door verdachte ondergane voorarrest.

Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, is het hof van oordeel dat, zoals ook door de advocaat-generaal is gevorderd, een gevangenisstraf van gelijke duur als de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht alsmede een werkstraf waarvan een deel voorwaardelijk van na te melden duur, passend en geboden is.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 45, 47, 57, 63 en 302 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep, voor zover dit is gericht tegen de vrijspraak ter zake van het onder 2 ten laste gelegde;

verklaart het verdachte onder 1 primair en 3 primair ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 primair en 3 primair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van

negentien dagen;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering wordt gebracht;

veroordeelt verdachte tevens tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van honderdtachtig uren met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van negentig dagen zal worden toegepast;

beveelt dat een gedeelte van de werkstraf groot negentig uren niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte;

Dit arrest is aldus gewezen door mr. K. Lahuis, voorzitter, mr. W. Foppen en mr. S.J. van der Woude, in tegenwoordigheid van mr. L.W. van Campen als griffier. Mr. S.J. van der Woude is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.