Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2009:BK1929

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
03-11-2009
Datum publicatie
04-11-2009
Zaaknummer
24-000975-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bewezen verklaard is diefstal door twee of meer verenigde personen.

Verdachte heeft zich, samen met zijn mededader, schuldig gemaakt aan diefstal van twee scheepsschroeven. Door aldus te handelen heeft de verdachte een inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van gedupeerde. Dergelijke vermogenscriminaliteit pleegt hinder, schade en ergernis te veroorzaken voor de gedupeerden.

Veroordeling tot een gevangenisstraf van twee maanden (met aftrek). Vordering benadeelde partij niet-ontvankelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-000975-08

Parketnummer eerste aanleg: 18-670070-08

Arrest van 3 november 2009 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Groningen van 31 maart 2008 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1956] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

niet ter terechtzitting verschenen. Wel verschenen is de raadsman van verdachte mr. W. Boonstra, advocaat te Leeuwarden.

Het vonnis waartegen het beroep is gericht

De politierechter in de rechtbank Groningen heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, heeft op de vordering van de benadeelde partij beslist, zoals in dat vonnis omschreven en heeft het bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven met ingang van 19 april 2008.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

De raadsman van verdachte heeft verklaard uitdrukkelijk te zijn gemachtigd verdachte ter terechtzitting te verdedigen.

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 20 oktober 2009, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte ter zake van het primair ten laste gelegde zal vrijspreken en hem ter zake van het subsidiair ten laste gelegde zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden met aftrek van de periode die de verdachte in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal verklaren in zijn vordering.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

hij op of omstreeks 05 februari 2008, te [plaats 1], gemeente [gemeente 1], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen twee scheepsschroeven, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan het bedrijf [benadeelde], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s).

althans indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 05 februari 2008 te [plaats 2], gemeente [gemeente 2], in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een scheepschroef met het kenmerk GRE 36 en/of een scheepsschroef met het kenmerk GRE 39 heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van genoemde scheepsschroeven/scheepsschroef wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

Bewijsoverweging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat hij zich samen met een ander op 5 februari 2008 heeft schuldig gemaakt aan diefstal van twee scheepsschroeven. Verdachte heeft ontkend dat hij betrokken is geweest bij de diefstal. Het hof overweegt hieromtrent het navolgende.

Getuige [getuige 1] heeft verklaard:

- dat hij op dinsdag 5 februari 2008 tussen 15.00 en 15.15 uur heeft gezien dat een groene Ford Escort (oud model) het terrein van het bedrijf [benadeelde] aan de [adres] te [plaats 1] kwam oprijden, en dat de Escort even later uit de loods, waarin scheepsschroeven worden bewaard, kwam rijden;

- dat in de auto twee blanke mannen zaten van ongeveer 40 jaar oud en dat de bijrijder een felgekleurde oranje jas droeg.

Getuige [getuige 2] heeft verklaard:

- dat hij een handel in oude metalen heeft op het adres [adres] in [plaats 2];

- dat de hem bekende [medeverdachte] en een andere man om 15.45 uur bij de loods van zijn bedrijf kwamen in een oude blauwe of groene Ford Escort, en dat deze twee scheepsschroeven met een totaal gewicht van 308 kilo op de weegschaal legden, en dat hij ze hiervoor 770 euro heeft gegeven;

- dat [medeverdachte] een oranje fluorescerend jasje droeg en dat hij hem herkent op een foto wanneer verbalisanten hem een foto van medeverdachte [medeverdachte] tonen;

- dat hij de verdachte herkent als de man die [medeverdachte] vergezelde wanneer verbalisanten hem een foto van verdachte tonen.

Aangever [aangever] heeft verklaard:

- dat hij na het wegrijden van de Ford Escort vanaf het bedrijf [benadeelde] heeft gezien, dat er meerdere scheepsschroeven uit dit bedrijf ontbraken;

- dat hij diezelfde dag twee uit zijn bedrijf afkomstige scheepsschroeven met de nummers GRE36 en GRE 39 bij het bedrijf van getuige [getuige 2] heeft aangetroffen.

Getuige [getuige 3] heeft verklaard:

- dat verdachte en [medeverdachte] in de nacht van 4 februari op 5 februari 2008 bij hem thuis in [plaats 1] hebben overnacht omdat hun auto (een Mercedes) in beslag was genomen door de douane;

- dat hij verdachte en [medeverdachte] de volgende dag bij een garagebedrijf in [plaats 3] heeft afgezet, waar verdachte en [medeverdachte] een groene Ford Escort hebben meegenomen, hij dacht uit de jaren 95-96.

Verdachte heeft ter terechtzitting in eerste aanleg verklaard dat hij op 5 februari 2008 inderdaad in [plaats 1] is geweest en samen met [medeverdachte] in de auto van [getuige 3] heeft gezeten.

Hoewel de feitelijke wegnemingshandelingen niet zijn waargenomen door de getuigen en verdachte het feit ontkent, acht het hof bewezen dat de twee scheepsschroeven die op 5 februari 2008 bij [getuige 2] zijn aangetroffen diezelfde dag zijn weggenomen bij het bedrijf [benadeelde], en dat het verdachte en [medeverdachte] zijn geweest die deze diefstal hebben gepleegd. Het hof stelt hierbij voorop dat, mede gelet op de verklaring van getuige [getuige 3], geen reden ziet om te twijfelen aan de juistheid van de herkenning van verdachte en [medeverdachte] door getuige [getuige 2]. Voorts overweegt het hof dat het een feit van algemene bekendheid is dat de afstand over de weg tussen het bedrijf [benadeelde] en het bedrijf van getuige [getuige 2] ongeveer 26 kilometer bedraagt en dat deze afstand met een auto in een half uur of iets meer kan worden overbrugd, hetgeen overeenkomt met de periode gelegen tussen het vertrek van de Ford Escort van [benadeelde] en de aankomst van de Ford Escort op het bedrijf van getuige [getuige 2]. Voorts is van belang dat getuige [getuige 3] heeft verklaard dat verdachte en [medeverdachte] eerder die dag bij een garage in het naburige [plaats 3] een groene Ford Escort hadden meegenomen en dat verdachte verklaart dat hij in [plaats 1] is geweest.

Bewezenverklaring

Het hof acht het primair ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat:

hij op 5 februari 2008 te [plaats 1] tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen twee scheepsschroeven, toebehorende aan het bedrijf [benadeelde]

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder het primair ten laste gelegde meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

Primair -

Diefstal door twee of meer verenigde personen.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het bewezen verklaarde feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich, samen met zijn mededader, op 5 februari 2008 te [plaats 1] schuldig gemaakt aan diefstal van twee scheepsschroeven. Door aldus te handelen heeft de verdachte een inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van het bedrijf [benadeelde] Dergelijke vermogenscriminaliteit pleegt hinder, schade en ergernis te veroorzaken voor de gedupeerden.

Het hof heeft gelet op het verdachte betreffend Uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 3 juli 2009, waaruit blijkt dat verdachte reeds eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Kennelijk hebben deze veroordelingen verdachte er niet van kunnen weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

Het hof heeft voorts rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, is het hof van oordeel dat, zoals ook door de advocaat-generaal is gevorderd, een gevangenisstraf van twee maanden met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, passend en geboden is.

Vordering benadeelde partij

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, dat de benadeelde partij [benadeelde] zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd, dat de benadeelde partij in eerste aanleg niet-ontvankelijk is verklaard in de vordering en dat de benadeelde partij zich binnen de grenzen van haar eerste vordering in het geding in hoger beroep opnieuw heeft gevoegd. Derhalve duurt de voeging ter zake van de in eerste aanleg gedane vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort.

Naar het oordeel van het hof is de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering nu, hetzij de geclaimde schade niet kan gelden als rechtstreekse schade geleden door het bewezenverklaarde strafbare feit, hetzij niet genoegzaam is komen vast te staan dat schade is geleden nu de buit van de diefstal aan de benadeelde partij is geretourneerd.

Gelet op het vorenstaande dient de benadeelde partij, als de in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de verdachte gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 63, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het aan verdachte onder primair ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder primair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van

twee maanden;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering wordt gebracht;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van het geding door de verdachte gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil;

heft op de voorlopige hechtenis met ingang van heden.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. K. Lahuis, voorzitter, mr. W. Foppen en mr. S.J. van der Woude, in tegenwoordigheid van mr. L.W. van Campen als griffier. Mr. S.J. van der Woude is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.