Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2009:BK1897

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
03-11-2009
Datum publicatie
03-11-2009
Zaaknummer
24-002069-08
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2011:BQ2009, Bekrachtiging/bevestiging
Conclusie in cassatie: ECLI:NL:PHR:2011:BQ2009
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Veroordeling tot voorwaardelijke werkstraf ter zake van smaad. Verdachte heeft op haar (afgeschermde) hyves-pagina geschreven "ik moet mijn kind meegeven aan een pedo", hiermee doelend op haar ex-man. Het hof is van oordeel dat in het onderhavige geval het enkele plaatsen van genoemde tekst op een pagina waar 20 tot 25 personen dit kunnen lezen, valt aan te merken als het geven van ruchtbaarheid a.b.i. art. 261 Sr.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Parketnummer: 24-002069-08

Parketnummer eerste aanleg: 19-606439-08

Arrest van 3 november 2009 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Assen van 4 augustus 2008 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1976] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door haar raadsman mr. A. Allersma, advocaat te Groningen.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Assen heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, heeft beslist op de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij en heeft een schadevergoedingsmaatregel opgelegd, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal veroordelen tot een voorwaardelijke werkstraf voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis, met een proeftijd van 2 jaren. De advocaat-generaal heeft voorts gevorderd dat het hof de vordering van de benadeelde partij zal toewijzen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

zij in of omstreeks de periode van 11 april 2007 tot en met 21 september 2007 in de gemeente [gemeente], althans in Nederland, opzettelijk de eer en/of de goede naam van (haar ex-partner) [benadeelde] heeft aangerand door telastlegging van een of meer bepaalde feiten, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, immers heeft zij, verdachte, met voormeld doel middels het internet op de profielensite Hyves, die toegankelijk was voor anderen, geschreven - zakelijk weergegeven -: "ik moet mijn kind meegeven aan een pedo", met welk woord pedo zij, verdachte, naar die [benadeelde] wist/vermoedde, die [benadeelde] bedoelde.

Bewijsoverweging

Verdachte heeft erkend dat zij op haar Hyves-pagina (een deel van) haar dagboek heeft geplaatst waarin zij haar ex-partner heeft beschuldigd van seksueel misbruik van hun kind. De in de tenlastelegging genoemde bewoordingen maakten hier deel van uit. Zij ontkent echter dat zij daarmee het doel had om aan die uitlating ruchtbaarheid te geven. Door en namens verdachte is in dit verband aangevoerd dat de betreffende Hyves-pagina van verdachte slechts toegankelijk was voor door verdachte toegelaten, circa 20 à 25, "Hyves-vrienden". Volgens verdachte waren dit familieleden, vrienden en bevriende ex-collega's.

Het hof overweegt als volgt.

Onder "ruchtbaarheid geven" als bedoeld in artikel 261 van het Wetboek van Strafrecht dient te worden verstaan "het ter kennis van het publiek brengen" (zie onder meer Hoge Raad 8 juli 2008, LJN BC9186, NJ 2008, 430). Met zodanig "publiek" is een bredere kring van betrekkelijk willekeurige derden bedoeld.

Naar het oordeel van het hof kan de wijze waarop -en de aard van de bewoordingen waarin- verdachte haar gedachten via haar Hyves-pagina met een twintigtal anderen heeft gedeeld niet anders worden opgevat dan het welbewust en derhalve opzettelijk ruchtbaarheid geven aan die uitlatingen.

Het betrof immers niet een beperkt aantal geadresseerden die -zoals de raadsman de vergelijking maakt- in de beslotenheid van de huiskamer vertrouwelijke informatie krijgt toevertrouwd. In het onderhavige geval gaat het om een in potentie ruimere kring van personen, die kennelijk naar eigen inzicht en zonder enige restrictie over de uitlatingen mocht beschikken, waarbij daarnaast een verdere verspreiding van de gewraakte tekst door de oorspronkelijk geadresseerden -gezien de aard van de beschuldiging- voor de verdachte niet alleen in theorie voorzienbaar was maar ook op voorhand feitelijk te verwachten viel.

Op grond van het vorenstaande acht het hof wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte is ten laste gelegd.

Bewezenverklaring

Het hof verklaart ten laste van verdachte bewezen dat:

zij in de periode van 11 april 2007 tot en met 21 september 2007 in de gemeente [gemeente], opzettelijk de eer en de goede naam van (haar ex-partner) [benadeelde] heeft aangerand door telastlegging van een bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, immers heeft zij, verdachte, met voormeld doel middels het internet op de profielensite Hyves, die toegankelijk was voor anderen, geschreven: "ik moet mijn kind meegeven aan een pedo", met welk woord pedo zij, verdachte, naar die [benadeelde] wist, die [benadeelde] bedoelde.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

smaad.

Strafbaarheid

De raadsman van verdachte heeft ter terechtzitting van het hof aangevoerd dat verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging, aangezien sprake was van psychische overmacht.

Het hof constateert dat de raadsman ter onderbouwing van dit verweer slechts heeft aangevoerd dat verdachte destijds psychisch behoorlijk klem zat. Daarmee zijn naar het oordeel van het hof onvoldoende feiten of omstandigheden naar voren gebracht die een dergelijk verweer kunnen dragen. Van dergelijke feiten en omstandigheden is het hof ook overigens niet gebleken. Het verweer wordt verworpen.

Voorts overweegt het hof dat voor zover verdachte zich heeft willen beroepen op het recht op vrije meningsuiting als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van het EVRM, dan wel op het bepaalde in artikel 261, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht, ook dit verweer wordt verworpen. Gesteld noch gebleken is dat verdachte met haar uitlatingen enig algemeen belang heeft willen dienen.

Verdachte is strafbaar. Strafuitsluitingsgronden zijn ook overigens niet aanwezig..

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft met haar uitlatingen op haar hyves-pagina haar ex-man in een kwaad daglicht gesteld en zijn eer en goede naam schade toegebracht. Zij heeft zich daarmee schuldig gemaakt aan smaad. Uit de stukken blijkt dat dit handelen van verdachte voor aangever vervelende gevolgen heeft gehad omdat hij in zijn woonomgeving op negatieve wijze op de beschuldigingen werd aangesproken.

Uit het over verdachte opgemaakte voorlichtingsrapport van Reclassering Nederland van 13 mei 2008, alsmede uit hetgeen ter terechtzitting naar voren is gebracht, blijkt dat verdachte de desbetreffende tekst direct na haar verhoor door de politie van Hyves heeft gehaald en dat de kans op herhaling gering is. Ook voor verdachte zelf heeft deze kwestie nadelige gevolgen gehad.

Het hof heeft voorts gelet op het de verdachte betreffend uittreksel uit het justitieel documentatieregister d.d. 17 juli 2009, waaruit blijkt dat zij niet eerder is veroordeeld voor enig strafbaar feit.

Alles afwegende is het hof van oordeel dat kan worden volstaan met oplegging van een geheel voorwaardelijke werkstraf van na te melden duur.

Benadeelde partij

Uit het onderzoek ter terechtzitting van het hof is gebleken, dat de benadeelde partij zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd en dat de vordering in eerste aanleg is toegewezen. Derhalve duurt de voeging ter zake van de gehele vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort.

Vast is komen te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde feit schade heeft geleden. De vordering van de benadeelde partij is van de zijde van verdachte onvoldoende weersproken, nu slechts is aangevoerd dat de enigszins herstelde communicatie tussen de ex-partners niet verstoord moet worden door het toewijzen van de vordering. Het hof is derhalve van oordeel dat de vordering kan worden toegewezen als na te melden.

Gelet op het vorenstaande dient verdachte, als de in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Het hof zal dit bedrag tevens toewijzen in de vorm van een schadevergoedingsmaatregel.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 24a, 36f en 261 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van veertig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van twintig dagen zal worden toegepast;

beveelt dat de werkstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde], wonende te [woonplaats], tot een bedrag van vijfhonderdtweeëntwintig euro;

bepaalt dat dit bedrag mag worden voldaan in zes opeenvolgende tweemaandelijkse termijnen elk groot zevenentachtig euro;

veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt - tot aan deze uitspraak begroot op nihil - en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van vijfhonderdtweeëntwintig euro ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde], wonende te [woonplaats];

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van tien dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;

bepaalt dat dit bedrag mag worden voldaan in zes opeenvolgende tweemaandelijkse termijnen elk groot zevenentachtig euro;

bepaalt dat indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van bovenvermeld bedrag, de verplichting om te voldoen aan de vordering van de benadeelde partij komt te vervallen, alsmede dat, indien veroordeelde aan de vordering van de benadeelde partij heeft voldaan, de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. A.J. Rietveld, voorzitter, mr. L.T. Wemes en mr. W.F. van Zant, in tegenwoordigheid van mr. W. Landstra als griffier, zijnde mr. W.F. van Zant buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.