Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2009:BK1553

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
29-10-2009
Datum publicatie
29-10-2009
Zaaknummer
24-000473-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich tijdens een voetbalwedstrijd schuldig gemaakt aan zware mishandeling door aangever van achteren met gestrekt been tegen het onderbeen te trappen, waardoor dit been op vier plaatsen is gebroken. Verdachte wordt veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 180 uren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Parketnummer: 24-000473-08

Parketnummer eerste aanleg: 18-653938-07

Arrest van 29 oktober 2009 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Groningen van 13 februari 2008 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1971] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. T. van der Goot, advocaat te Leeuwarden.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Groningen heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte ter zake van het subsidiair ten laste gelegde zal veroordelen tot een geldboete van € 750,-, subsidiair 15 dagen vervangende hechtenis.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

hij op of omstreeks 10 maart 2007, in de gemeente [gemeente], aan een persoon genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (meervoudige botbreuk in het onderbeen), heeft toegebracht, door deze opzettelijk (van achteren) te schoppen en/of te trappen en/of te tackelen en/of neer te halen;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 10 maart 2007, in de gemeente [gemeente], opzettelijk mishandelend een persoon genaamd [slachtoffer], (van achteren) heeft geschopt en/of getrapt en/of getackeld en/of neergehaald, tengevolge waarvan deze zwaar lichamelijk letsel (meervoudige botbreuk in het onderbeen), althans enig lichamelijk letsel, heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 10 maart 2007, in de gemeente [gemeente], grovelijk, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onachtzaam en/of nalatig (na een sliding en/of tackel) met zijn, verdachtes, been tegen het been van [slachtoffer] heeft geschopt en/of getrapt en/of is aangegleden, waardoor het aan zijn schuld te wijten is geweest dat [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel (meervoudige botbreuk in het onderbeen), heeft bekomen, althans zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte en/of verhindering in de uitoefening van de ambts- of beroepsbezig-heden van deze is ontstaan.

Bewijsmiddelen

1. Een proces-verbaal van aangifte, nummer [nummer], d.d. 13 maart 2007 op ambtsbelofte opgemaakt door [verbalisant 1] en [verbalisant 2], beiden hoofdagent van regiopolitie Groningen (pagina's 4 en 5 van een dossier met nummer 0[nummer]), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

als verklaring van [slachtoffer]:

Ik doe aangifte van zware mishandeling. Ik was op zaterdag 10 maart 2007 aan het voetballen bij mijn voetbalclub [clubnaam 1]. We speelden een wedstrijd tegen [clubnaam 2] Toen we ongeveer een half uurtje bezig waren, kreeg ik de bal rond het middenveld. Ik maakte een actie en ging iemand aan de rechterzijde voorbij. De bal speelde ik een meter of 3 à 4 voor mij uit. Mijn tegenspeler bevond zich dus aan mijn linkerzijde. Opeens voelde ik dat ik van achteren werd neergehaald. Ik werd op mijn linkerkuit geraakt. Ik hoorde direct een harde knap en voelde hevige pijn in mijn linker-onderbeen. Mijn tegenstander heeft toen van de scheidsrechter direct een rode kaart gekregen. In het ziekenhuis bleek dat zowel mijn kuitbeen als het scheenbeen van mijn linkerbeen op twee plekken waren gebroken. Ik heb dus in totaal vier breuken in mijn linkeronderbeen. Ik ben diezelfde avond nog geopereerd aan mijn been. Er is een pen met een aantal schroeven in mijn been geplaatst. De artsen verwachten dat ik zeker een half jaar last van mijn been zal houden.

2. Een geschrift, te weten een slachtofferverklaring van [slachtoffer] d.d. 17 april 2009, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende:

Ik ben geopereerd en daarbij is een pen door mijn knie en scheenbeen geplaatst. Ik heb zes dagen in het ziekenhuis gelegen en kon daarna maanden niet werken. Thuis had ik verzorging nodig. Bij een tweede operatie is die pen in oktober 2008 verwijderd. Hierna heb ik weer een maand niet kunnen werken. Mijn knie is kwetsbaar en na inspanning nog pijnlijk.

3. Een proces-verbaal van de zitting van het gerechtshof te Leeuwarden d.d. 15 oktober 2009, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

als verklaring van [getuige]:

Ik was op 10 maart 2007 de scheidsrechter bij de wedstrijd van [clubnaam 1] tegen [clubnaam 2] in [plaats]. De spelers dragen bij voetbalwedstrijden schoenen met noppen. Op een zeker moment had een speler van [clubnaam 1] de bal. Deze speler speelde de bal voor zich uit en rende er achteraan, richting het doel van [clubnaam 2]. Hij passeerde daarbij een verdediger van [clubnaam 2], die zich omdraaide en met gestrekt been een trappende beweging naar de speler van [clubnaam 1] maakte. Hij schopte naar voren en raakte de speler van [clubnaam 1]. Voor zover ik me kan herinneren werd de speler van [clubnaam 1] schuin van achteren geraakt. Beide spelers vielen op de grond. Ik hoorde dat spelers van [clubnaam 2] meteen tegen hun teamgenoot riepen: "Wat doe je nou?" De speler van [clubnaam 2] kreeg direct een rode kaart van mij. Ik gaf deze rode kaart omdat de speler van [clubnaam 2] de bal totaal niet meer kon spelen, dus zuiver de aanvaller van [clubnaam 1] torpedeerde. De speler van [clubnaam 2] kon de bal niet meer bereiken, omdat deze vooruit was gespeeld door de speler van [clubnaam 1]. Ik schat dat de bal daardoor 3 tot 5 meter voor die speler was. Ik heb wel vaker overtredingen gezien, maar een actie als deze heb ik nog nooit meegemaakt. Ik ben al een jaar of 25 scheidsrechter. Deze actie had niets te maken met een poging de bal te spelen. Ik hoorde een knap op het moment dat de speler van [clubnaam 2] de speler van [clubnaam 1] raakte. Ik stond zo'n 5 tot 6 meter van het incident af. Het gebeurde in mijn gezichtsveld, ik lette op de bal en de zich in die buurt bevindende spelers. Ik zag dat de schoen van de speler van [clubnaam 2] bij de trappende beweging boven de grasmat uitkwam. Het was dus geen sliding over de grond. Ik heb naderhand gehoord dat die speler van [clubnaam 1] een dubbele beenbreuk had opgelopen. Ook als het letsel niet zo ernstig was geweest en zelfs zonder letsel had die speler van [clubnaam 2] de rode kaart van mij gekregen. Meteen na de wedstrijd heb ik het KNVB wedstrijdformulier veldvoetbal en het KNVB rapport van scheidsrechter opgemaakt. Ik heb daarin aangegeven dat het een gewelddadige handeling betrof. In de door mij geschreven tekst heb ik vermeld dat de speler van [clubnaam 1] op grove wijze onderuit is geschopt door de speler van [clubnaam 2]. Het was in ieder geval het op grove wijze onderuit halen van een tegenstander. Daar staat straf op en dat is rood. Natuurlijk was die handeling van de speler van [clubnaam 2] in strijd met de spelregels van het voetbal.

4. Een proces-verbaal van verhoor, nummer [nummer], d.d. 11 juni 2007 op ambtsbelofte opgemaakt door [verbalisant 1], hoofdagent van regiopolitie Groningen (pagina's 12 en 13 van het onder 1 genoemde dossier), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

als verklaring van verdachte:

Op 10 maart 2007 speelde ik een voetbalwedstrijd. Ik speelde mee met zaterdag 2 van [clubnaam 2]. We moesten spelen in [plaats] tegen [clubnaam 1]. Na ongeveer een half uur spelen gebeurde er iets. Ik liep achter een tegenstander aan die de bal had. Ik zag de bal niet meer. Vervolgens lag ik samen met de tegenstander op de grond. Toen we vielen, hoorde ik een knap. Ik had door dat ik hem op zijn been raakte. Ik kreeg toen direct rood van de scheidsrechter.

5. Een proces-verbaal van de zitting van de politierechter in de rechtbank Groningen

d.d. 30 januari 2008, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende:

als verklaring van verdachte:

Ik voetbal al 30 jaar. Ik ben ook scheidsrechter.

6. Een proces-verbaal van de zitting van het gerechtshof te Leeuwarden d.d. 22 april 2009, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

als verklaring van verdachte:

Ik liep tijdens de voetbalwedstrijd op 10 maart 2007 achter [slachtoffer] aan. Hij was even daarvoor in balbezit. Ik constateerde dat ik de bal niet meer zag. Vlak hierna heb ik [slachtoffer] geraakt.

Bewijsoverweging

Het hof acht op grond van de hierboven weergegeven verklaringen wettig en over-tuigend bewezen dat verdachte aangever [slachtoffer] tijdens een voetbalwedstrijd (schuin) van achteren met gestrekt been tegen het linkeronderbeen heeft getrapt, waardoor het onderbeen van [slachtoffer] op vier plaatsen is gebroken. Gelet op de verklaring van de scheidsrechter dat de bal voor verdachte op dat moment niet te bereiken was en - met name - gelet op de verklaring van verdachte zelf dat hij de bal niet zag, acht het hof het uitgesloten dat deze actie van verdachte op de bal was gericht. Kennelijk was het verdachtes bedoeling om aangever [slachtoffer] - die onderweg was naar het doel van [clubnaam 2] - onderuit te halen.

De gedraging van verdachte zoals hierboven beschreven is naar haar uiterlijke verschijningsvorm zozeer gericht op het veroorzaken van zwaar lichamelijk letsel bij aangever [slachtoffer] dat het niet anders kan dan dat verdachte de aanmerkelijke kans op dit gevolg heeft aanvaard. Het hof acht dan ook bewezen dat verdachte aangever [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 10 maart 2007, in de gemeente [gemeente], aan een persoon genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (meervoudige botbreuk in het onderbeen), heeft toegebracht, door deze opzettelijk (van achteren) te trappen en neer te halen.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld primair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

zware mishandeling.

Hoewel deelnemers aan een sport tot op zekere hoogte gevaarlijke gedragingen waartoe het spel uitlokt over en weer van elkaar hebben te verwachten, is de onderhavige gedraging naar algemene ervaringsregels dusdanig gevaarlijk en betreft het een zodanig ernstige overtreding van de spelregels dat geen sprake kan zijn van het ontbreken van wederrechtelijkheid.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich op 10 maart 2007 tijdens een voetbalwedstrijd schuldig gemaakt aan zware mishandeling door aangever [slachtoffer] van achteren met gestrekt been tegen het onderbeen te trappen. Het onderbeen van [slachtoffer] is hierdoor op vier plaatsen gebroken. Blijkens een schriftelijke slachtofferverklaring van 17 april 2009 had [slachtoffer] na inspanning nog steeds last van zijn knie en was hij pas net weer een beetje begonnen met hardlopen. Verdachte heeft met zijn handelen een ernstige inbeuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van aangever.

Het hof houdt bij de strafoplegging rekening met een verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 9 juli 2009, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit. Tevens wordt acht geslagen op de "oriëntatiepunten straftoemeting" met betrekking tot zware mishandeling.

Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, is een werkstraf van na te melden duur passend en geboden. Deze straf is hoger dan door de politie-rechter opgelegd en door de advocaat-generaal gevorderd. Dit is mede het gevolg van het door het hof bewezen geachte, zwaardere misdrijf, zoals primair ten laste gelegd.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 22c, 22d en 302 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte primair ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld primair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van honderdtachtig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van negentig dagen zal worden toegepast.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. G. Dam, voorzitter, mr. P. Koolschijn en mr. J. Hielkema, in tegenwoordigheid van mr. E. Hoekstra als griffier, zijnde mr. Hielkema voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.