Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2009:BK1174

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
23-10-2009
Datum publicatie
26-10-2009
Zaaknummer
24-001525-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verzorging van een gewond rund, artikel 38 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren. Vrijspraak. Niet kan worden bewezen dat verdachte het rund niet onmiddellijk op passende wijze heeft verzorgd. Ook blijkt uit de stukken niets omtrent de toestand van het rund ten aanzien van de verwondingen. Niet kan worden vastgesteld of verdachte zo spoedig mogelijk een dierenarts heeft geraadpleegd op het moment dat de verleende zorg geen verbetering in de toestand van het dier bracht.

Wetsverwijzingen
Wet op de economische delicten, geldigheid: 2009-10-23
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Parketnummer: 24-001525-08

Parketnummer eerste aanleg: 17-992113-07

Arrest van 23 oktober 2009 van het gerechtshof te Leeuwarden, economische kamer,

op het hoger beroep tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 9 juni 2008 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

gevestigd te [vestigingsplaats], [adres],

ter terechtzitting vertegenwoordigd door [naam 1] en [naam 2], beiden maat van verdachte.

Het vonnis waarvan beroep

De economische politierechter in de rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het verdachte ten laste gelegde bewezen zal verklaren en haar ter zake zal veroordelen tot een geldboete van € 500,00.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

zij in of omstreeks de periode van 1 december 2006 tot en met 18 december 2006 te [plaats], in de gemeente [gemeente], een dier, te weten een rund (met identificatiecode [nummer]), dat ziek en/of gewond leek, niet onmiddellijk op een passende wijze heeft verzorgd, althans niet zo spoedig mogelijk een dierenarts heeft geraadpleegd op het moment dat de door verdachte aan een dier, te weten een rund (met identificatiecode [nummer]), dat ziek en/of gewond leek, verleende zorg geen verbetering in de toestand van het dier bracht.

Vrijspraak

Verdachte wordt - kort gezegd - verweten dat zij een ziek c.q. gewond dier niet onmiddellijk op een passende wijze heeft verzorgd, althans niet zo spoedig mogelijk een dierenarts heeft geraadpleegd toen de verleende zorg aan het zieke c.q. gewonde dier geen verbetering bracht.

Ter zitting van het hof is door de vertegenwoordigers van verdachte aangevoerd dat, toen zij bemerkten dat het rund gewond was, zij het dier onmiddellijk met een antibioticum hebben behandeld. Uit het dossier blijkt het tegendeel daarvan niet. Op grond van het voorgaande kan niet worden bewezen dat het rund met identificatiecode [nummer] niet onmiddellijk op passende wijze is verzorgd.

Uit het dossier blijkt voorts dat een dierenarts het bedrijf op 1 en 18 december 2006 heeft bezocht. Uit de stukken blijkt echter niets omtrent de toestand van het rund, met name niet omtrent het verloop ten aanzien van de verwondingen, zodat niet kan worden vastgesteld of verdachte zo spoedig mogelijk een dierenarts heeft geraadpleegd op het moment dat de verleende zorg geen verbetering in de toestand van het dier bracht.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte is ten laste gelegd, zodat zij daarvan moet worden vrijgesproken.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde niet bewezen en spreekt haar daarvan vrij.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. O. Anjewierden, voorzitter, mr. H.M.E. Laméris-Tebbenhoff Rijnenberg en mr. G.M. Meijer-Campfens, in tegenwoordigheid van mr. I.N. Koers als griffier, zijnde mrs. Laméris-Tebbenhoff Rijnenberg en Meijer-Campfens voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.