Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2009:BK0722

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
19-10-2009
Datum publicatie
20-10-2009
Zaaknummer
24-000538-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Veroordeling wegens diefstal tot een geldboete van € 500,-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Parketnummer: 24-000538-08

Parketnummer eerste aanleg: 17-047239-03

Arrest van 19 oktober 2009 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 23 december 2005 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1974] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

niet ter terechtzitting verschenen. Wel verschenen is de raadsman van verdachte mr. B.A. Palm, advocaat te Utrecht.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, een maatregel opgelegd en beslist op de vordering van de benadeelde partij, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

De raadsman van verdachte heeft verklaard uitdrukkelijk te zijn gemachtigd verdachte ter terechtzitting te verdedigen.

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal veroordelen tot een geldboete van € 500,-, subsidiair 10 dagen hechtenis, de vordering van de benadeelde partij zal toewijzen tot een bedrag van € 765,- en de schadevergoedingsmaatregel zal opleggen.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

hij op of omstreeks 21 april 2003 te [plaats], (in elk geval) in de gemeente [gemeente], met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een hoeveelheid telefoonkaarten, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan (winkel)bedrijf [benadeelde] (gelegen aan de [straat], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat:

hij op 21 april 2003 te [plaats], in de gemeente [gemeente], met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een hoeveelheid telefoonkaarten, toebehorende aan [benadeelde] (gelegen aan de [straat].

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

diefstal.

Strafbaarheid

Verdachte is strafbaar. Strafuitsluitingsgronden zijn niet aanwezig.

Strafmotivering

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

Verdachte heeft zich te [plaats] op 21 april 2003 schuldig gemaakt aan diefstal van een grote hoeveelheid telefoonkaarten uit de winkel van een tankstation. Door zo te handelen heeft verdachte inbreuk gemaakt op de eigendomsrechten van de rechthebbende.

Uit een verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 30 juni 2009 blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld ter zake van strafbare feiten.

Het hof is van oordeel dat de in eerste aanleg opgelegde en door de advocaat-generaal in hoger beroep gevorderde geldboete van € 500,- passend en geboden is.

Benadeelde partij

Uit het onderzoek ter terechtzitting van het hof is gebleken dat de benadeelde partij [benadeelde] zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd, dat deze vordering deels (tot een bedrag van € 765,-) is toegewezen en dat de in eerste aanleg gedane vordering in hoger beroep niet is gehandhaafd. Derhalve duurt de voeging ter zake van het toegewezen deel van de vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort.

De vordering tot schadevergoeding is met stukken onderbouwd, terwijl deze namens verdachte niet gemotiveerd is weersproken. Het hof acht de vordering derhalve toewijsbaar, met veroordeling van verdachte is de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt.

Het hof zal tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 23, 24, 24c, 36f en 310 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot een geldboete van vijfhonderd euro;

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van tien dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;

wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde] tav [vertegenwoordiger], wonende te [woonplaats], tot een bedrag van zevenhonderdvijfenzestig euro;

veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt - tot aan deze uitspraak begroot op nihil - en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van zevenhonderdvijfenzestig euro ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde] tav [vertegenwoordiger], wonende te [woonplaats];

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van vijftien dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;

bepaalt dat indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van bovenvermeld bedrag, de verplichting om te voldoen aan de vordering van de benadeelde partij komt te vervallen, alsmede dat, indien veroordeelde aan de vordering van de benadeelde partij heeft voldaan, de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. L.T. Wemes, voorzitter, mr. B.F. Keulen en mr. A.J. Rietveld en in tegenwoordigheid van mr. E.M. Mulder als griffier, zijnde mr. B.F. Keulen voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.