Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2009:BK0611

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
02-10-2009
Datum publicatie
19-10-2009
Zaaknummer
24-000860-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt ter zake van diefstal van een geldbedrag door middel van het pinnen met een gestolen bankpas veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Parketnummer: 24-000860-09

Parketnummer eerste aanleg: 17-755815-08

Arrest van 2 oktober 2009 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 16 maart 2009 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1972] te [geboorteplaats],

ingeschreven te [woonplaats], [adres],

thans verblijvende in PI Noord, gevangenis De Marwei te Leeuwarden,

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. W. Boonstra, advocaat te Leeuwarden.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Voor zover het hoger beroep is gericht tegen de vrijspraak ter zake van het onder 1 en 2 ten laste gelegde, kan verdachte daarin niet worden ontvangen.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal veroordelen ter zake het hem - onder 3 - ten laste gelegde tot een werkstraf voor de duur van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - voor zover van belang in hoger beroep - ten laste gelegd, dat:

3.

hij op of omstreeks 18 juni 2008 te [plaats], (althans) in de gemeente [gemeente], met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, zulks nadat hij, verdachte, dat weg te nemen geld onder zijn bereik had gebracht door gebruik van een valse sleutel, te weten een bankpas, ten name van [naam], met bijbehorende pincode.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het hem onder 3 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

3.

hij op 18 juni 2008 te [plaats], met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag, toebehorende aan [slachtoffer], zulks nadat hij, verdachte, dat weg te nemen geld onder zijn bereik had gebracht door gebruik van een valse sleutel, te weten een bankpas, ten name van [naam], met bijbehorende pincode.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 3 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

onder 3: diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de in hoger beroep op te leggen straf bepaald op grond van de aard en de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder dit feit is begaan en de persoon van de verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich op 18 juni 2008 schuldig gemaakt aan diefstal van een geldbedrag. Hij heeft met een door hem gestolen bankpas bij een pinautomaat geld opgenomen, toebehorende aan zijn ex-partner [slachtoffer]. Verdachte heeft ten overstaan van de politie verklaard dat hij met dit geld onder meer drugs heeft gekocht.

Verdachte heeft met zijn handelen de betrokkene overlast bezorgd en heeft [slachtoffer] financieel nadeel berokkend.

Het hof houdt rekening met een verdachte betreffend uittreksel uit het justitiële documentatieregister d.d. 8 juli 2009 waaruit blijkt dat verdachte zich veelvuldig heeft schuldig gemaakt aan soortgelijke strafbare feiten. Verdachte staat bij politie en justitie bekend als 'veelpleger'.

Namens en door verdachte is ter terechtzitting in hoger beroep het volgende aangevoerd.

Verdachte is recentelijk door de politierechter in de rechtbank Leeuwarden berecht voor een aantal vergrijpen. Hij is hierbij veroordeeld tot een deels voorwaardelijke gevangenisstraf, waarbij als bijzondere voorwaarde is gesteld dat verdachte zich laat opnemen in een inrichting in verband met zijn drugsverslaving. Blijkens een e-mail

d.d. 24 september 2009 afkomstig van H. Hoekema van Verslavingszorg Noord Nederland (VNN) kan verdachte op 11 november 2009 - na het uitzitten van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf - in dit kader opgenomen worden op de afdeling MC1 van de VNN te Groningen. In overleg met VNN is het - volgens de verdediging - bovendien mogelijk gebleken dat verdachte als onderdeel van het behandelprogramma een werkstraf uitvoert.

Het hof stelt vast dat er voor verdachte een traject lijkt te zijn uitgestippeld waarin verdachte - met name - behandeld zal worden voor de verslavingsproblematiek die aan zijn delictgedrag ten grondslag lijkt te liggen. Het hof wil dit traject niet doorkruisen en ziet hierin, alsmede in de door verdachte ter terechtzitting in hoger beroep uitgesproken motivatie voor een dergelijk traject, aanleiding - evenals de advocaat-generaal - om in plaats van een gevangenisstraf, die gelet op het feit en de achtergrond van verdachte zeker op zijn plaats zou zijn, een werkstraf op te leggen. De door de advocaat-generaal gevorderde werkstraf acht het hof passend.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 22c, 22d, 63, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart de verdachte niet ontvankelijk in zijn hoger beroep, voor zover dit is gericht tegen de vrijspraak ter zake van het onder 1 en 2 ten laste gelegde;

verklaart het verdachte onder 3 ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 3 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van honderdtwintig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van zestig dagen zal worden toegepast.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. O. Anjewierden, voorzitter, mr. J.J. Beswerda en mr. J.A. Wiarda, in tegenwoordigheid van mr. L. Keekstra als griffier, zijnde mr. Wiarda voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.