Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2009:BK0238

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
15-10-2009
Datum publicatie
15-10-2009
Zaaknummer
24-000176-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hoger beroep is - door de raadsman van verdachte - beperkt tot feit 3. Verdachte wordt vrijgesproken van dit feit omdat het hof niet de overtuiging heeft bekomen dat verdachte aangeefster heeft mishandeld. Het hof bepaalt de straf - voor de onder 2 en 4 ten laste gelegde feiten - op een werkstraf voor de duur van 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Parketnummer: 24-000176-09

Parketnummer eerste aanleg: 17-880078-08

Arrest van 15 oktober 2009 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 9 januari 2009 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1984] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

niet ter terechtzitting verschenen. Wel verschenen is de raadsman van verdachte mr. T. van der Goot, advocaat te Leeuwarden.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

De raadsman van verdachte heeft verklaard uitdrukkelijk te zijn gemachtigd verdachte ter terechtzitting te verdedigen.

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Omvang van het hoger beroep

De tenlastelegging omvat 3 feiten, aangeduid als 2, 3 en 4. De raadsman van verdachte heeft verklaard dat zijn cliënt - zoals reeds blijkt uit de akte rechtsmiddel -, geen hoger beroep heeft willen instellen tegen de veroordeling ter zake van het onder 2 en 4 ten laste gelegde. Het hoger beroep is dus beperkt tot feit 3.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte ter zake van het onder 3 ten laste gelegde zal veroordelen tot een werkstraf voor de duur van 50 uren, subsidiair 25 dagen hechtenis en de straf voor de onder 2 en 4 door de politierechter bewezenverklaarde feiten te bepalen op een werkstraf voor de duur van 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis, voor zover aan hoger beroep onderworpen, vernietigen en in zoverre opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - voor zover onderworpen aan hoger beroep - ten laste gelegd, dat:

3.

hij op of omstreeks 30 september 2007, te [plaats], in de gemeente [gemeente], opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer]), (met kracht) (met) een asbak, althans een hard en/of stevig voorwerp, in/tegen het gezicht/hoofd, althans het lichaam, heeft gegooid en/of geslagen, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden, zulks terwijl tijdens het plegen van voornoemd misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan.

Vrijspraak

Het hof heeft niet de overtuiging bekomen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde mishandeling. Mede op grond van de ter zitting van het hof afgelegde verklaring van getuige [getuige], staat onvoldoende vast dat de asbak aangeefster heeft geraakt.

Het hof acht derhalve niet bewezen hetgeen onder 3 aan verdachte is ten laste gelegd, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken.

Strafbepaling

Ten aanzien van de onder 2, 3 en 4 bewezen verklaarde feiten heeft de politierechter een werkstraf opgelegd voor de duur van 80 uren, subsidiair 40 dagen hechtenis met aftrek van voorarrest. Nu verdachtes hoger beroep zich slechts richt tegen de bewezenverklaring van het onder 3 ten laste gelegde en het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, dient het hof op grond van artikel 423, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering, de straf voor die andere feiten te bepalen. Het hof zal de straf ten aanzien van het onder 2 en 4 bewezen verklaarde bepalen op een werkstraf voor de duur van dertig uren, subsidiair 15 dagen hechtenis.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 22c, 22d en 63 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, voor zover aan hoger beroep onderworpen, en in zoverre opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte onder 3 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij;

bepaalt de straf, verdachte bij vonnis voornoemd opgelegd ter zake van de onder 2 en 4 ten laste gelegde misdrijven op een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van dertig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van vijftien dagen zal worden toegepast;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de voormelde werkstraf geheel in mindering wordt gebracht, berekend naar de maatstaf van twee uren werkstraf per dag.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. P. Koolschijn, voorzitter, mr. J. Hielkema en mr. G.N. Roes, in tegenwoordigheid van A.L.H. Wilkens als griffier, zijnde mr. G.N. Roes voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.