Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2009:BJ9388

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
06-10-2009
Datum publicatie
06-10-2009
Zaaknummer
24-001103-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt ter zake van medeplegen van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht veroordeeld tot een geldboete van 220 euro, subsidiair vier dagen vervangende hechtenis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Parketnummer: 24-001103-07

Parketnummer eerste aanleg: 17-753015-06

Arrest van 6 oktober 2009 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 27 april 2007 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1969] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

niet ter terechtzitting verschenen. Wel verschenen is de raadsvrouw van verdachte mr. K.R. Hofmann-Kuijl, advocaat te Hoorn.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

De raadsvrouw van verdachte heeft verklaard uitdrukkelijk gemachtigd te zijn verdachte ter terechtzitting te verdedigen.

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte ter zake van het ten laste gelegde zal veroordelen tot een geldboete van € 220,--, subsidiair 4 dagen vervangende hechtenis

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

zij op of omstreeks 2 juli 2005, te [plaats], in de gemeente [gemeente], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [slachtoffer] hebben/heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers hebben/heeft verdachte en/of haar mededader(s) opzettelijk voornoemde [slachtoffer] dreigend de woorden toegevoegd :"ik schop je onder de grond" en/of "als je de hond niet meegeeft dan komen we van de wek terug (met een paar mannetjes) en dat weet je wel wat er gaat gebeuren", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

Het hof beschouwt de woorden 'schop', 'wek' en 'dat' als kennelijke misslagen en leest dit verbeterd als 'stop', 'week' en 'dan'. Hierdoor wordt verdachte niet in enig belang geschaad.

Bewijsoverweging

Namens de verdachte is ter terechtzitting van het hof aangevoerd, dat er, anders dan de advocaat-generaal heeft betoogd, geen wettig en overtuigend bewijs is dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan. De raadsvrouw heeft bij verschillende verklaringen vraagtekens geplaatst.

Het hof komt tot een bewezenverklaring op grond van de aangifte en de verklaringen van getuige [getuige 1]. Deze verklaringen zijn op hoofdpunten onderling consistent met de verklaringen van verdachte en haar medeverdachten, alsook de verklaring van getuige [getuige 2] bij de politie. Het hof stelt vast dat getuigen zelf aangeven dat er vooraf geen overleg is geweest. Anders dan de raadsvrouw is het hof van oordeel dat getuigen hun verklaringen derhalve niet op elkaar hebben afgestemd. Het hof verwerpt aldus het verweer nu dit op voornoemd standpunt is geschoeid.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

zij op 2 juli 2005, te [plaats], in de gemeente [gemeente], tezamen en in vereniging met een ander, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers hebben verdachte en haar mededader opzettelijk voornoemde [slachtoffer] dreigend de woorden toegevoegd :"ik stop je onder de grond" en "als je de hond niet meegeeft dan komen we van de week terug (met een paar mannetjes) en dan weet je wel wat er gaat gebeuren".

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

medeplegen van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder deze is begaan en de persoon van verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

Verdachte heeft zich op 2 juli 2005 schuldig gemaakt aan het medeplegen van bedreiging van aangever [slachtoffer]. Verdachte is samen met twee vrienden in een auto, waarvan de kentekenplaat was afgeplakt, naar het huis van aangever gegaan. Aldaar hebben verdachte en haar mededader aangever bedreigd. Door haar handelen heeft verdachte gevoelens van angst en onveiligheid bij aangever veroorzaakt.

Uit een Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 10 augustus 2009 blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld wegens het plegen van strafbare feiten.

Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, is het hof, evenals de advocaat-generaal en de politierechter van oordeel, dat een geldboete van na te melden hoogte, passend en geboden is.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 23, 24, 24c, 47 en 285 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot een geldboete van tweehonderdtwintig euro;

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van vier dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. K. Lahuis, voorzitter, mr. G. Dam en mr. J.A. Wiarda, in tegenwoordigheid van mr. J. Brink als griffier, zijnde mr. J.A. Wiarda voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.