Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2009:BJ9282

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
02-10-2009
Datum publicatie
05-10-2009
Zaaknummer
24-001142-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt ter zake van twee winkeldiefstallen veroordeeld tot een gevangenisstraf van 3 weken. Voorts wordt de tenuitvoerlegging van 1 week gevangenisstraf gelast.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Parketnummer: 24-001142-08

Parketnummer eerste aanleg: 18-652784-07 en 18-650099-08 (08-801111-06 tul)

Arrest van 2 oktober 2009 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Groningen van 23 april 2008 in de oorspronkelijk onder de parketnummers 18-652784-07 en 18-650099-08 afzonderlijk aangebrachte, maar ter terechtzitting in eerste aanleg gevoegde strafzaken, hierna te noemen respectievelijk zaak A en zaak B, tegen:

[verdachte],

geboren op [1978] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

niet ter terechtzitting verschenen. Wel verschenen is de raadsvrouw van verdachte,

mr. G. Ocak, advocaat te Utrecht.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Groningen heeft de verdachte bij het vonnis, in de gevoegde zaken, vrijgesproken van het hem in zaak B onder 2 ten laste gelegde en hem ter zake van de in zaak A primair en in zaak B onder 1 ten laste gelegde misdrijven veroordeeld tot een straf en op een vordering tot tenuitvoerlegging beslist, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

De raadsvrouw van verdachte heeft verklaard uitdrukkelijk te zijn gemachtigd verdachte ter terechtzitting te verdedigen.

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Voor zover het hoger beroep is gericht tegen de vrijspraak ter zake van het in zaak B onder 2 ten laste gelegde, kan verdachte daarin niet worden ontvangen.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het verdachte ten laste gelegde bewezen zal verklaren en hem ter zake zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 weken.

De advocaat-generaal heeft voorts de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Almelo op 2 oktober 2006 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 week (parketnummer 08-801111-06).

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis, voor zover aan hoger beroep onderworpen, vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - als voor dit hoger beroep van belang - ten laste gelegd, dat:

Zaak A:

hij op of omstreeks 6 april 2007, in de gemeente [gemeente], met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een broek, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan het winkelbedrijf [bedrijf 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 6 april 2007, in de gemeente [gemeente], opzettelijk een broek, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan het winkelbedrijf [bedrijf 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en welk(e) goed(eren) verdachte uit de winkelvoorraad van voornoemde rechthebbende(n) had genomen onder gehoudenheid om, alvorens die winkel te verlaten voornoemd(e) goed(eren) te betalen, in elk geval ter betaling aan te bieden, en aldus dat/die goed(eren) anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

Zaak B:

1.

hij op of omstreeks 13 december 2007, in de gemeente [gemeente], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een DVD-speler en/of een voice-recorder (merk Philips, type 7780), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan het winkelbedrijf [bedrijf 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s).

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat:

Zaak A primair:

hij op 6 april 2007, in de gemeente [gemeente], met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een broek, toebehorende aan het winkelbedrijf [bedrijf 1].

Zaak B:

1.

hij op 13 december 2007, in de gemeente [gemeente], met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een DVD-speler en een voice-recorder (merk Philips, type 7780), toebehorende aan het winkelbedrijf

[bedrijf 2].

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld in zaak A primair en in zaak B onder 1 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

zaak A primair: diefstal;

zaak B onder 1: diefstal.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft bij het bepalen van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn gepleegd en de persoon van verdachte. Het hof heeft in het bijzonder gelet op het navolgende.

Verdachte heeft zich op 6 april 2007 en 13 december 2007 schuldig gemaakt aan winkeldiefstal, een ergerlijke vorm van criminaliteit die voor winkeliers veel hinder en schade oplevert. Verdachte heeft met zijn handelen inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van de desbetreffende winkelier.

Het hof heeft bij de straftoemeting het verdachte betreffend Uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 17 juni 2009 in aanmerking genomen. Daaruit blijkt dat verdachte eerder ter zake van soortgelijke strafbare feiten is veroordeeld tot onder meer (voorwaardelijke) gevangenisstraffen. Deze veroordelingen hebben hem er niet van weerhouden de hiervoor bewezen verklaarde feiten te begaan. Voorts heeft hij de feiten gedurende een lopende proeftijd gepleegd.

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat verdachte in het kader van het generaal pardon een verblijfsvergunning heeft en dat verdachte - indien er een gevangenisstraf zal worden opgelegd - het risico loopt dat de vergunning zal worden ingetrokken en moet terugkeren naar het land van herkomst.

Het hof acht, gelet op de ernst van de feiten en de omstandigheid dat verdachte in het verleden meermalen is veroordeeld wegens soortgelijke delicten, de door de eerste rechter opgelegde en in hoger beroep gevorderde straf passend en geboden. Het door de raadsvrouw aangevoerde geeft geen aanleiding om van deze straf af te wijken.

Tenuitvoerlegging

Bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Almelo van 2 oktober 2006, parketnummer 08-801111-06, is verdachte veroordeeld tot 1 week gevangenisstraf voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. Dit vonnis is onherroepelijk geworden op 17 oktober 2006. De proeftijd is op 17 oktober 2006 eveneens ingegaan. De officier van justitie heeft op 26 februari 2008 gevorderd dat last zal worden gegeven tot tenuitvoerlegging van voormelde gevangenisstraf omdat veroordeelde zich voor het einde van voormelde proeftijd schuldig zou hebben gemaakt aan het in zaak A ten laste gelegde feit.

Nu gebleken is dat veroordeelde het hiervoor bewezen verklaarde feit heeft begaan vóór het einde van de proeftijd, zal het hof op grond van het vorenstaande de tenuitvoerlegging van voormelde gevangenisstraf gelasten.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14g, 57, 63 en 310 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, voor zover aan hoger beroep onderworpen, en opnieuw recht doende:

verklaart de verdachte niet ontvankelijk in zijn hoger beroep, voor zover dit is gericht tegen de vrijspraak ter zake van in zaak B onder 2 ten laste gelegde;

verklaart het verdachte in zaak A primair en in zaak B onder 1 ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als hiervoor vermeld in zaak A primair en in zaak B onder 1 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van

drie weken;

gelast de tenuitvoerlegging van de aan veroordeelde bij vonnis van de politierechter te Almelo van 2 oktober 2006 voorwaardelijk opgelegde straf, te weten:

gevangenisstraf voor de duur van één week.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. J. Hielkema, voorzitter, mr. W. Foppen en mr. G.M. Meijer-Campfens, in tegenwoordigheid van mr. I.N. Koers als griffier, zijnde de griffier voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

-