Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2009:BJ9268

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
02-10-2009
Datum publicatie
05-10-2009
Zaaknummer
24-001690-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vrijspraak van overtreding van art 3 onder B/C van de Opiumwet. Afwijzing vordering tenuitvoerlegging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Parketnummer: 24-001690-08

Parketnummer eerste aanleg: 17-841908-07 (13-421849-06 tul)

Arrest van 2 oktober 2009 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 16 juni 2008 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1983] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

niet ter terechtzitting verschenen. Wel verschenen is de raadsman van verdachte, mr. A. de Haan, advocaat te Heerenveen.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf en op een vordering tot tenuitvoerlegging beslist, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

De raadsman van verdachte heeft verklaard uitdrukkelijk te zijn gemachtigd verdachte ter terechtzitting te verdedigen.

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het verdachte ten laste gelegde bewezen zal verklaren en hem ter zake zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van één maand, met aftrek van voorarrest.

De advocaat-generaal heeft voorts de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam op 15 december 2006 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vijf weken (parketnummer 13-421849-06).

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

hij op of omstreeks 11 oktober 2007 te [plaats], (althans) in de gemeente [gemeente], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt aan een (aantal) pers(o)n(en) en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

Vrijspraak

Niet kan met voldoende zekerheid worden vastgesteld dat het bij [naam] aangetroffen bolletje, bevattende cocaïne, afkomstig is van verdachte of medeverdachte.

Derhalve dient verdachte van het hem ten laste gelegde te worden vrijgesproken.

Tenuitvoerlegging

Nu verdachte ter zake van het hem ten laste gelegde zal worden vrijgesproken, zal het hof de vordering tot tenuitvoerlegging van vijf weken gevangenisstraf, verdachte voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter te Amsterdam van

15 december 2006, afwijzen.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij;

wijst af de vordering tot tenuitvoerlegging van vijf weken gevangenisstraf, de veroordeelde voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter te Amsterdam van 15 december 2006.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. G.M. Meijer-Campfens, voorzitter, mr. J. Hielkema en mr. W. Foppen, in tegenwoordigheid van mr. I.N. Koers als griffier, zijnde de griffier buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.