Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2009:BJ8980

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
29-09-2009
Datum publicatie
30-09-2009
Zaaknummer
200.023.514
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Ter zitting hebben partijen afspraken gemaakt omtrent begeleide omgang tussen de vader en de minderjarige. De vader wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn appel, nu hij naar aanleiding van de gemaakte afspraken zijn appel ter zitting heeft ingetrokken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking d.d. 29 september 2009

Zaaknummer 200.023.514

HET GERECHTSHOF LEEUWARDEN

Beschikking in de zaak van

[de vader],

wonende te [woonplaats],

appellant,

hierna te noemen: de vader,

advocaat mr. M. Rosema, kantoorhoudende te Oosterwolde,

tegen

[de moeder],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat mr. R. Smit, kantoorhoudende te Drachten.

Het geding in eerste aanleg

Bij beschikking van 29 oktober 2008 heeft de rechtbank Leeuwarden het verzoek van de moeder tot wijziging van de beschikking van 18 januari 2006 van de rechtbank Leeuwarden toegewezen en de omgang tussen de vader en de minderjarige [naam minderjarige], geboren op 25 februari 2001 te Smallingerland, voor de duur van één jaar geschorst. Daarnaast heeft de rechtbank bepaald dat de moeder de vader eens per twee maanden schriftelijk op de hoogte dient te stellen omtrent gewichtige aangelegenheden met betrekking tot de persoon en het vermogen van [naam minderjarige], in die zin dat de moeder ten minste met betrekking tot de gezondheid en schoolvorderingen van [naam minderjarige] informatie zal verstrekken en daarbij telkens een recente foto van [naam minderjarige] zal sturen.

Het geding in hoger beroep

Bij beroepschrift, binnengekomen op de griffie op 27 januari 2009, heeft de vader verzocht de beschikking van 29 oktober 2008 te vernietigen en opnieuw beslissende het verzoek van de moeder, inhoudende het verzoek de omgangsregeling tussen de vader en [naam minderjarige] te beëindigen, af te wijzen.

Bij verweerschrift, binnengekomen op de griffie op 8 april 2009, heeft de moeder het verzoek bestreden en verzocht de bestreden beschikking te bekrachtigen en de vader in zijn beroep niet-ontvankelijk te verklaren, althans hem dit te ontzeggen.

Het hof heeft kennisgenomen van de overige stukken, waaronder een brief van

19 maart 2009 van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de raad).

Ter zitting van 15 september 2009 is de zaak behandeld. Verschenen zijn de vader en de moeder, beiden bijgestaan door hun advocaat. Namens de raad is verschenen de heer [naam medewerker raad].

De beoordeling

De feiten

1. Partijen zijn met elkaar gehuwd geweest. Dit huwelijk is op 2 augustus 2004 ontbonden door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking van 14 juli 2004 in de registers van de burgerlijke stand.

2. Reeds voor het huwelijk tussen partijen is [naam minderjarige] geboren. Zij is gewettigd door hun huwelijk op 21 juni 2001. De ouders hebben gezamenlijk het gezag over haar.

3. Bij beschikking van 18 januari 2006 is een omgangsregeling vastgesteld tussen de vader en [naam minderjarige].

4. De moeder heeft verzocht de omgangsregeling te beëindigen. Bij beschikking van 29 oktober 2008 is daarop beslist zoals hiervoor onder 'Het geding in eerste aanleg' is omschreven. De vader heeft hoger beroep ingesteld tegen deze beschikking, voor zover de omgang daarbij voor de duur van een jaar is geschorst.

De ontvankelijkheid van het appel

5. Ter zitting van het hof heeft de moeder te kennen gegeven dat [naam minderjarige] nog steeds bij het kinder- en jeugdtraumacentrum onder behandeling staat en dat dit centrum heeft aangeboden om de omgang tussen [naam minderjarige] en de vader te begeleiden. Naar aanleiding van deze mededeling hebben partijen overleg met elkaar gevoerd. Tijdens dit overleg zijn zij met elkaar overeengekomen dat van het aanbod van het kinder- en jeugdtraumacentrum gebruik zal worden gemaakt en dat derhalve onder begeleiding van dat centrum weer met de omgang tussen [naam minderjarige] en de vader zal worden gestart. De moeder heeft toegezegd dat zij haar medewerking zal verlenen aan deze begeleide omgang. Teneinde de omgang op een verantwoorde wijze te kunnen opbouwen hebben partijen tevens met elkaar afgesproken dat de vader de moeder niet zal houden aan de oorspronkelijke omgangsregeling, zoals deze is neergelegd in de beschikking van 18 januari 2006. Deze afspraken zullen door partijen schriftelijk worden vastgelegd.

6. Gelet op deze afspraken en gelet op het feit dat de vader, doordat de termijn van de schorsing van de omgang binnenkort zal verlopen, een gering belang heeft bij het appel, heeft hij het door hem ingestelde hoger beroep ter zitting ingetrokken. Derhalve moet het ervoor worden gehouden dat de vader zijn bezwaren tegen de beschikking van 29 oktober 2008 heeft laten varen. De vader kan daarom niet worden ontvangen in zijn hoger beroep.

Slotsom

7. Op grond van het vorenstaande zal het hof beslissen als na te melden.

De beslissing

Het gerechtshof:

verklaart de vader niet-ontvankelijk in het door hem ingestelde hoger beroep tegen de beschikking d.d. 29 oktober 2008.

Aldus gegeven door mrs. Beversluis, voorzitter, Fikkers en Hulsebosch, raden, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 september 2009 in bijzijn van de griffier.