Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2009:BJ8717

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
28-09-2009
Datum publicatie
28-09-2009
Zaaknummer
24-002408-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft tijdens het uitgaan in Groningen iemand die hem duwde een klap gegeven, terwijl hij een glas in de hand had. Hij raakt de ander in de hals, het glas breekt, en het slachtoffer heeft snijwonden in de hals.

In eerste aanleg veroordeling tot een gevangenisstraf en TBS met verpleging.

In hoger beroep geen TBS-advies. Volgt veroordeling tot een deels voorwaardelijke gevangenisstraf, met verplicht reclasseringscontact als bijzondere voorwaarde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-002408-08

Parketnummer eerste aanleg: 18-670213-08

Arrest van 28 september 2009 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Groningen van 22 september 2008 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1979] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

thans verblijvende in P.I. Veenhuizen, gevangenis Norgerhaven te Veenhuizen,

ter terechtzitting van 17 maart 2009 wel, maar ter terechtzitting van 14 september 2009 niet verschenen. Wel verschenen is mr. J.P. Plasman, advocaat te Amsterdam, als raadsman van verdachte.

Het vonnis waarvan beroep

De rechtbank Groningen heeft de verdachte bij het vonnis, met vrijspraak van het onder 2 ten laste gelegde, wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf en een maatregel opgelegd, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep op 17 maart 2009 en 14 september 2009, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Voor zover het hoger beroep is gericht tegen de vrijspraak ter zake van het onder 2 ten laste gelegde, kan verdachte daarin niet worden ontvangen.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte wegens het onder 1 primair ten laste gelegde feit zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van zesendertig maanden, waarvan twaalf maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren en als bijzondere voorwaarde reclasseringscontact.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is, voor zover in hoger beroep van belang, ten laste gelegd, dat:

1.

hij op of omstreeks 29 mei 2008 in de gemeente [gemeente] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet die [slachtoffer] met een (stuk) glas, althans scherp en/of puntig voorwerp, tegen/in diens hals en/of nek heeft geslagen, althans getroffen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 29 mei 2008 in de gemeente [gemeente] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [slachtoffer] met een (stuk) glas, althans scherp en/of puntig voorwerp, tegen/in diens hals en/of nek heeft geslagen, althans getroffen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 29 mei 2008 in de gemeente [gemeente] opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer]), met een (stuk) glas, althans scherp en/of puntig voorwerp, tegen/in diens hals en/of nek heeft geslagen, althans getroffen, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

Bewijsmiddelen

* De telkens in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal:

- van verhoor van aangever [slachtoffer] (pagina's 17 en 18);

- van verhoor van [getuige] (pagina's 20 tot en met 22);

- van verhoor van verdachte (pagina's 34 en 35);

* de schriftelijke verklaring d.d. 5 juni 2008 van [naam], huisarts;

* de verklaring van verdachte ter terechtzitting van het hof d.d. 17 maart 2009.

Uit deze bewijsmiddelen benoemt het hof de navolgende feiten en omstandigheden:

- [slachtoffer] heeft verklaard dat hij op 29 mei 2008 met wat vrienden in [discotheek] in [plaats] was. Hij duwde een hem onbekende jongen - verdachte - weg;

- Volgens [slachtoffer] werd hij direct hierop door deze jongen met een bierglas in de hals geslagen. Het bierglas brak in zijn nek. Hij voelde daardoor pijn en zag allemaal bloed op zijn shirt;

- Verdachte heeft verklaard dat hij in [discotheek] in [plaats] was. Verdachte heeft verklaard dat hij veel bier had gedronken en dat hij dronken was. Verdachte werd door een hem onbekende jongen geduwd. Omdat hij een duw kreeg gaf hij de persoon die hem duwde een klap. Verdachte sluit niet uit dat hij, terwijl hij sloeg, een glas in zijn hand had;

- [getuige] werkte op 29 mei 2008 in [discotheek] in [plaats]. Hij verklaarde dat hij heeft gezien dat verdachte, terwijl hij op [slachtoffer] toeliep, zijn arm naar achteren haalde en vervolgens met kracht [slachtoffer] sloeg, ter hoogte van het hoofd;

- [naam], huisarts, heeft geconstateerd dat [slachtoffer] - onder meer - snijwonden links in zijn hals heeft opgelopen.

Bewijsoverweging

De raadsman van verdachte heeft - zakelijk weergegeven - aangevoerd dat er bij verdachte geen sprake is geweest van (voorwaardelijk) opzet op het doden of het zwaar mishandelen van [slachtoffer]. Verdachte heeft, terwijl hij een glas in de hand hield, een slaande beweging naar [slachtoffer] gemaakt. Daarbij is kennelijk het glas gebroken toen het met [slachtoffer] in aanraking kwam. Verdachte heeft niet eerst het glas kapot geslagen en hij heeft het glas niet als wapen gebruikt. Verdachte moet daarom van de poging tot doodslag en poging tot zware mishandeling worden vrijgesproken.

Anders dan de raadsman, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het opzet had om [slachtoffer] van het leven te beroven. Verdachte heeft, gelet op de voorbereidende beweging die hij maakte, bewust [slachtoffer] geslagen, terwijl hij een (bier)glas in zijn hand had. Hij sloeg [slachtoffer] in de richting van het hoofd. Door aldus een persoon bewust, met een glas in de hand, met kracht, ter hoogte van het hoofd te slaan, heeft verdachte naar het oordeel van het hof bewust de niet als denkbeeldig te verwaarlozen kans, dat hij zijn slachtoffer dodelijk zou treffen, op de koop toe genomen.

Bewezenverklaring

Het hof acht bewezen dat:

1 primair:

hij op 29 mei 2008 in [plaats] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet die [slachtoffer] met een glas tegen diens hals heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 primair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

1 primair: poging tot doodslag.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte.

Het hof heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot doodslag door zijn slachtoffer met kracht met een glas te slaan, welk glas stuk is gegaan tengevolge van dit slaan. Hij heeft hiermee een ernstige inbreuk gemaakt de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Daarnaast heeft het strafbare feit plaatsgevonden onder de ogen van getuigen. Dergelijke feiten plegen grote indruk te maken op getuigen en veroorzaken vaak grote maatschappelijke onrust. Verdachte pleegde dit feit terwijl hij onder invloed was van alcohol. Hij is - blijkens een hem betreffend uittreksel uit het Justitiële Documentatieregister d.d. 27 juli 2009 - eerder veroordeeld ter zake van onder meer een soortgelijk delict. Uit de omtrent verdachte opgemaakte rapportage d.d. 20 augustus 2009 door P.A.E.M.T. Cremers, psycholoog, en F.R. Kruisdijk, psychiater, verbonden aan het P.B.C. te Utrecht, vloeit voort dat verdachtes alcohol- en in mindere mate ook cannabisverslaving een risico voor toekomstige geweldsincidenten inhouden. Verdachte is volgens de rapporteurs volledig toerekeningsvatbaar. Het hof baseert zich op die conclusie. Uit een oogpunt van vergelding en gezien de ernst van het bewezenverklaarde feit acht het hof een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden. De duur van deze straf echter zal het hof, gelet op de omstandigheden van het geval, bepalen op een kortere duur dan door de advocaat-generaal gevorderd. Daarnaast zal het hof ook een aanzienlijk deel van de straf opleggen in de voorwaardelijke vorm. Daaraan zal het hof als bijzondere voorwaarde koppelen reclasseringstoezicht door Verslavingszorg Noord Nederland, om te zorgen dat verdachte volhardt in zijn voornemen om zich te laten begeleiden bij het bestrijden van zijn alcohol- en cannabisverslaving.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 45 en 287 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

verklaart de verdachte niet ontvankelijk in zijn hoger beroep, voor zover dit is gericht tegen de vrijspraak ter zake van het onder 2 ten laste gelegde;

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, voor zover daarvoor vatbaar, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte onder 1 primair ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 primair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van dertig maanden;

beveelt, dat van de gevangenisstraf een gedeelte van twaalf maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, of de hierna te noemen bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

stelt als bijzondere voorwaarde:

dat de veroordeelde zich zal stellen onder toezicht van de afdeling Reclassering van Verslavingszorg Noord Nederland te Groningen of een andere daartoe bevoegde reclasseringsinstelling en zich zal gedragen naar de aanwijzingen van die instelling, ook wanneer deze aanwijzingen inhouden dat verdachte een klinische opname en behandeling ondergaat in een instelling voor verslavingszorg;

draagt genoemde instelling op de veroordeelde bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen;

bepaalt dat dit toezicht door genoemde instelling na daartoe verkregen toestemming van de Stichting Reclassering Nederland reeds tijdens de proeftijd kan worden beëindigd;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering wordt gebracht.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. H.J. Deuring, voorzitter, mr. J. Hielkema en mr. E. Pennink, in tegenwoordigheid van mr. A. Meester als griffier, zijnde mr. E. Pennink voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.