Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2009:BJ6480

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
31-08-2009
Datum publicatie
31-08-2009
Zaaknummer
24-002092-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Poging tot moord. Verdachte heeft geprobeerd om een medebewoner van het asielzoekerscentrum om het leven te brengen door hem meerdere malen met een mes te steken. Gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden. Niet-ontvankelijkheidsverweer verworpen. Dat de getuige is uitgezet voordat verdachte hem als getuige heeft kunnen horen, is geen ernstige inbreuk op de beginselen van een behoorlijke procesorde, waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van verdachte aan diens recht op een eerlijk proces te kort is gedaan. Geen aanleiding toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 359a Sv.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-002092-08

Parketnummer eerste aanleg: 18-670139-08

Arrest van 31 augustus 2009 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Groningen van

7 augustus 2008 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1984] te [geboorteplaats],

thans verblijvende in P.I. Veenhuizen, gevangenis Esserheem te Veenhuizen,

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. J.L.J. Leijendekker, advocaat te Wijk bij Duurstede.

Het vonnis waarvan beroep

De rechtbank Groningen heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 27 januari 2009, 21 april 2009, 13 juli 2009 en 17 augustus 2009 alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie

De raadsman heeft betoogd dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging van verdachte, omdat zij niet heeft voorkomen dat aangever [slachtoffer] op 3 augustus 2009 is uitgezet naar [land], terwijl bekend was dat hij ter terechtzitting van het hof d.d. 17 augustus 2009 als getuige diende te worden gehoord. Nu de verdediging niet in de gelegenheid is geweest [slachtoffer] te horen en nu niet is gebleken dat de verblijfplaats van [slachtoffer] in [land] te traceren is, is verdachte op zodanige wijze in zijn verdedigingsbelang geschaad dat te kort is gedaan aan zijn recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak.

Het hof overweegt dat aangever [slachtoffer] op 3 augustus 2009 als vreemdeling Nederland is uitgezet. Ter terechtzitting van het hof is uit mondeling ingewonnen inlichtingen van de advocaat-generaal gebleken dat [slachtoffer] is uitgezet naar [land] en dat er geen informatie bekend is over zijn verblijfplaats aldaar. Oproeping van deze getuige voor verhoor ter terechtzitting van het hof is onder deze omstandigheden aan te merken als zinloos, omdat onaannemelijk is dat de getuige binnen een aanvaardbare termijn ter terechtzitting zal verschijnen. Derhalve dient te worden vastgesteld dat verdachte en zijn raadsman niet meer in de gelegenheid kunnen worden gesteld om [slachtoffer] te horen over de door hem, voor verdachte belastende, afgelegde verklaring.

De advocaat-generaal heeft een inspanningsverplichting om er zorg voor te dragen dat in casu de getuige [slachtoffer] ter terechtzitting van het hof verschijnt. De getuige is weliswaar door de advocaat-generaal in persoon opgeroepen, maar hij heeft met de Immigratie- en Naturalisatiedienst geen overleg gepleegd teneinde te voorkomen dat de getuige is uitgezet naar [land].

Anders dan de raadsman heeft betoogd, is het hof van oordeel dat geen sprake is geweest van een zo ernstige inbreuk op de beginselen van een behoorlijke procesorde, waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekort gedaan. Het hof overweegt daaromtrent dat de advocaat-generaal de uitzetting niet heeft geïnitieerd of bevorderd en niet op de hoogte is gesteld van het besluit van de Immigratie -en Naturalisatiedienst om [slachtoffer] uit te zetten voordat de uitzetting plaats vond. Eerst nadat de uitzetting had plaatsgevonden, heeft de advocaat-generaal kennis genomen van de uitzetting. Het verweer wordt derhalve verworpen.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het ten laste gelegde onder 1 primair en 2 bewezen zal verklaren en verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren, met aftrek van voorarrest.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 10 april 2008, in de gemeente [gemeente], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg, meerdere malen, althans eenmaal, (telkens) met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, die [slachtoffer] in het hoofd, de rug, en/of/althans (elders) in het lichaam, heeft gestoken/gesneden, althans geraakt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 10 april 2008, in de gemeente [gemeente] aan een persoon genaamd [slachtoffer], opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade, zwaar lichamelijk letsel (meerdere steekwonden in lichaam), heeft toegebracht, door deze opzettelijk en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg, meerdere malen, althans eenmaal, (telkens) met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, die [slachtoffer] in het hoofd, de rug, en/of/althans (elders) in het lichaam, te steken en/of te snijden, althans te raken;

althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 10 april 2008, in de gemeente [gemeente], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer], opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg, meerdere malen, althans eenmaal, (telkens) met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, die [slachtoffer] in het hoofd, de rug, en/of/althans (elders) in het lichaam, heeft gestoken/gesneden, althans geraakt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op of omstreeks 10 april 2008, in de gemeente [gemeente], [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer] dreigend de woorden toegevoegd: "Ik vermoord je" en/of "I'll kill you", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

Bewijsoverweging ten aanzien van het ten laste gelegde onder 1 primair

De raadsman heeft bepleit verdachte vrij te spreken van de ten laste gelegde poging tot moord, omdat daarvoor onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is. Verdachte is in eerste instantie zonder tolk en in de Engelse taal gehoord, terwijl hij zeer slecht Engels spreekt. Nu deze eerste verklaring het uitgangspunt is geweest voor zijn latere verklaringen, kunnen de verklaringen van verdachte niet voor het bewijs worden gebruikt. Dat geldt eveneens voor de verklaring van getuige [getuige] afgelegd bij de politie, nu ook hij zonder tolk is gehoord.

De raadsman acht de verklaring van aangever [slachtoffer] evenmin bruikbaar voor het bewijs. Deze verklaring kan niet op waarde worden geschat, nu aangever niet meer kan worden ondervraagd. Het aangetroffen mes is niet onderzocht op sporen, zodat de waarde van dit mes als bewijsmiddel nihil is. Het enige bewijsmiddel dat overblijft is de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van de rechtbank en het hof, hetgeen onvoldoende is voor bewezenverklaring van het ten laste gelegde, aldus de raadsman.

Het hof overweegt dat uit de aangifte van [slachtoffer] blijkt dat hij in de namiddag en op de vroege avond van 10 april 2008 samen met anderen, onder wie [getuige] en verdachte, alcohol dronk voor zijn woning op het asielzoekerscentrum te [plaatsnaam]. Tijdens dat samenzijn is er een woordenwisseling ontstaan. [slachtoffer] heeft zich vervolgens teruggetrokken in zijn woning. Getuige [getuige] heeft ter terechtzitting van het hof verklaard dat [slachtoffer] tijdens het samenzijn gefrustreerd op hem overkwam en dat hij een woordenwisseling had met [slachtoffer] in de woning. Daarbij is verdachte hem te hulp gekomen. [slachtoffer] heeft verdachte tijdens die woordenwisseling vernederd, aldus [getuige]. Verdachte is daarna door [getuige] naar zijn huis elders op het asielzoekerscentrum gestuurd. Verdachte is daarna twee keer teruggegaan naar de woning van [slachtoffer]. Daarbij is door [slachtoffer] en verdachte beide keren gevochten, aldus [slachtoffer] en getuige [getuige]. [slachtoffer] zat daarbij telkens bovenop de op de grond liggende verdachte en bleek sterker te zijn dan verdachte.

Daarna is verdachte, na enkele minuten weg te zijn geweest, voor de derde maal naar de woning van [slachtoffer] gegaan. [slachtoffer] heeft verklaard dat verdachte hem, direct nadat hij de deur voor hem had geopend, aanviel en hem in zijn zij en in zijn hoofd stak. Daarna is een vechtpartij ontstaan, waarbij [slachtoffer] nog tweemaal werd gestoken door verdachte. Getuige [getuige] heeft verklaard dat hij tijdens de vechtpartij zag dat verdachte met zijn handen stekende bewegingen maakte ter hoogte van de rug/zij van [slachtoffer]. Voorts heeft hij gezien dat [slachtoffer] direct na de vechtpartij onder het bloed zat en wonden had.

Verdachte heeft ter terechtzitting van het hof verklaard dat hij, nadat hij een woordenwisseling had gehad met [slachtoffer] en met hem had gevochten, naar zijn woning is gegaan en geprobeerd heeft om te slapen, hetgeen hem niet lukte omdat hij kwaad was vanwege de psychische en lichamelijk pijn die [slachtoffer] bij hem had veroorzaakt. Hij heeft daarna besloten om gewapend met een mes terug te gaan naar de woning van [slachtoffer]. Aangekomen bij de woning is hij in gevecht geraakt met [slachtoffer] en heeft hij [slachtoffer] meermalen met het mes gestoken.

Anders dan de raadsman heeft betoogd, acht het hof de verklaring van [slachtoffer] bruikbaar voor het bewijs. Weliswaar hebben verdachte en zijn raadsman [slachtoffer] niet kunnen ondervragen over de door hem afgelegde voor verdachte belastende verklaring, maar nu de verklaring van [slachtoffer] is afgenomen met behulp van een tolk, door hem is ondertekend en nu deze verklaring steun vindt in de verklaringen van verdachte en [getuige] zoals afgelegd ter terechtzitting van het hof, acht het hof de verklaring van [slachtoffer] betrouwbaar en derhalve bruikbaar voor het bewijs.

Het verweer van de raadsman dat de verklaringen van verdachte niet bruikbaar zijn voor het bewijs, wordt verworpen, nu verdachte's eerste verklaring weliswaar in de Engelse taal is afgenomen, maar een dag later aan verdachte is voorgelezen door een tolk, waarna verdachte zich akkoord heeft verklaard met de inhoud. Verdachte heeft tijdens ieder daaropvolgend verhoor gelijkluidend verklaard en hij heeft niet aangegeven dat zijn eerste verklaring onjuist is weergegeven. Ook niet in aanwezigheid van zijn raadsman en een tolk tijdens zijn voorgeleiding aan de rechter-commissaris in strafzaken. Verdachte heeft aldaar verklaard te blijven bij de door hem bij de politie afgelegde verklaringen.

Het hof acht niet aannemelijk geworden dat - zoals verdachte ter terechtzitting van het hof heeft verklaard - [slachtoffer] tijdens één van de gevechten met verdachte een mes heeft gehad, nu de getuige [getuige] noch [slachtoffer] daarover hebben verklaard. Evenmin is een tweede mes aangetroffen op de plaats delict.

Gelet op voornoemde bewijsmiddelen, is het hof van oordeel dat verdachte - terwijl hij met het mes van zijn woning naar de verderop gelegen woning van [slachtoffer] is gelopen - de tijd heeft gehad om zich te beraden over zijn voorgenomen besluit om [slachtoffer] met een mes te steken, zodat de gelegenheid heeft bestaan dat hij over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad heeft kunnen nadenken en zich daarvan rekenschap heeft kunnen geven.

Uit een medische verklaring d.d. 2 mei 2008, ondertekend door drs. T. Naujocks, forensisch arts, blijkt dat bij [slachtoffer] sprake is van vier snijwonden, waarvan drie oppervlakkig van aard en één diepere wond linksonder in de rug.

Het hof overweegt alhoewel het toegebrachte letsel niet ernstig lijkt, verdachte door [slachtoffer] meermalen met een mes te steken, onder andere in de rug en in het hoofd, zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat [slachtoffer] door deze gedraging het leven zou kunnen laten.

Gelet op het voorgaande acht het hof de onder 1 primair ten laste gelegde poging tot moord wettig en overtuigend bewezen.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 10 april 2008, in de gemeente [gemeente], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, meerdere malen, met een mes die [slachtoffer] in het hoofd, de rug en elders in het lichaam heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op 10 april 2008, in de gemeente [gemeente], [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer] dreigend de woorden toegevoegd: "I'll kill you", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 primair en 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

feit 1 primair: poging tot moord

en

feit 2: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Strafbaarheid

Verdachte is strafbaar. Strafuitsluitingsgronden zijn niet aanwezig.

Strafmotivering

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

Verdachte heeft geprobeerd om [slachtoffer] van het leven de beroven. Verdachte heeft op de avond van 10 april 2008, na een onenigheid en een vechtpartij met [slachtoffer], [slachtoffer] viermaal met een mes gestoken, onder andere in zijn zij/rug en in zijn hoofd. [slachtoffer] is hierdoor zodanig gewond geraakt dat hij zich heeft moeten laten behandelen door een ziekenhuisarts. Nu [slachtoffer] is gestoken op een plek waar zich ook vitale lichaamsdelen bevinden, had hij hierdoor kunnen overlijden. Verdachte heeft door zijn handelwijze het leven van [slachtoffer] in de waagschaal gesteld. Daarnaast heeft verdachte, kort nadat hij [slachtoffer] had gestoken, zich nog schuldig gemaakt aan bedreiging van [slachtoffer] met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Voorts blijkt uit het verdachte betreffende uittreksel justitiële documentatie d.d. 15 mei 2009 dat verdachte niet eerder (in Nederland) voor een strafbaar feit is veroordeeld.

Een poging tot moord rechtvaardigt een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Het hof acht oplegging van een gevangenisstraf van na te noemen duur noodzakelijk. Bij de bepaling van de hoogte van de straf heeft het hof het volgende mee laten wegen.

Verdachte heeft ter terechtzitting van het hof verklaard dat hij 10 jaar geleden zijn vaderland heeft verlaten en via omzwervingen eind 2007 in Nederland asiel heeft aangevraagd. De asielaanvraag is afgewezen, omdat hij eerder asiel heeft aangevraagd in Italië. Uit een adviesrapport d.d. 12 juni 2008 opgemaakt door H. Dijkstra, werkzaam bij van Verslavingzorg Noord Nederland, blijkt dat verdachte na zijn detentie (hoogstwaarschijnlijk) wordt teruggestuurd naar Italië. Gedurende al die tijd heeft hij geen toekomst op kunnen bouwen, omdat hij niet mocht werken en leren in de landen waar hij asiel heeft aangevraagd. Uit verveling, maar ook uit heimwee naar zijn familie in [land], is hij in Nederland aan de drank geraakt. De onderhavige feiten hebben plaatsgevonden, nadat verdachte volgens eigen verklaring die dag 8 tot 10 halve liters bier had gedronken.

Rekening houdend met de hierboven geschetste uitzichtloze situatie van verdachte, maar ook met de agressieve rol die [slachtoffer] heeft vervuld in de directe aanloop naar de onderhavige delicten, acht het hof een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden op zijn plaats. Met name het aandeel van [slachtoffer] in de voorafgaande vechtpartijen heeft het hof in strafmatigende zin sterk laten meewegen.

Anders dan de raadsman heeft betoogd, heeft het hof bij de strafoplegging niet laten meewegen dat verdachte en zijn raadsman de uitgezette [slachtoffer] niet als getuige hebben kunnen horen. Verdachte heeft immers (bij herhaling) op hoofdlijnen overeenkomstig aangever [slachtoffer] verklaard. Gelet hierop ziet het hof onder deze omstandigheden geen aanleiding te komen tot strafvermindering of een verdergaande sanctie als bedoeld in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 45, 57, 285 en 289 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze golden ten tijde van de bewezenverklaarde feiten.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte onder 1 primair en 2 ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 primair en 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van tweeënveertig maanden;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering wordt gebracht.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. H.J. Deuring, voorzitter, mr. P.J.M. van den Bergh en mr. J.A. Wiarda, in tegenwoordigheid van mr. E.M. Mulder als griffier, zijnde mr. Wiarda voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.