Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2009:BJ6444

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
28-08-2009
Datum publicatie
31-08-2009
Zaaknummer
24-002863-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt ter zake van het rijden onder invloed veroordeeld tot een geldboete van € 1.100,-, subsidiair 21 dagen hechtenis en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van tien maanden, met aftrek van de tijd gedurende welke het rijbewijs ingevorderd en ingehouden is geweest.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht
Wetboek van Strafrecht 23
Wetboek van Strafrecht 24
Wetboek van Strafrecht 24c
Wegenverkeerswet 1994
Wegenverkeerswet 1994 8
Wegenverkeerswet 1994 176
Wegenverkeerswet 1994 179
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JWR 2009/89
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-002863-08

Parketnummer eerste aanleg: 19-621087-08

Arrest van 28 augustus 2009 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Assen van 10 november 2008 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1957] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

niet ter terechtzitting verschenen.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Assen heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf en een bijkomende straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Het hof heeft verstek verleend tegen de niet verschenen verdachte.

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal veroordelen tot een werkstraf voor de duur van 28 uren, subsidiair te vervangen door 14 dagen hechtenis, en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 12 maanden.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

verdachte op of omstreeks 24 augustus 2008, in de gemeente [gemeente], als bestuurder van een voertuig (een motorrijtuig), dit heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van verdachtes adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 985 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn, in ieder geval hoger bleek te zijn dan 220 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht.

Bewezenverklaring

Het hof acht ten aanzien van verdachte bewezen dat:

verdachte op 24 augustus 2008, in de gemeente [gemeente], als bestuurder van een voertuig (een motorrijtuig), dit heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van verdachtes adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 985 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

Overtreding van artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wegenverkeerswet 1994.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft op 24 augustus 2008 een personenauto bestuurd, nadat hij ruim drie keer zo veel alcoholhoudende drank had genuttigd als is toegestaan. Door zijn handelwijze heeft verdachte de verkeersveiligheid in gevaar gebracht en zijn verantwoordelijkheid als verkeersdeelnemer veronachtzaamd.

Het hof heeft voorts gelet op het verdachte betreffend uittreksel uit het justitieel documentatieregister d.d. 20 mei 2009, waaruit naar voren komt dat verdachte niet eerder voor soortgelijke strafbare feiten is veroordeeld.

Het hof ziet geen aanleiding om bij de straftoemeting af te wijken van de landelijke oriëntatiepunten straftoemeting, die indicatief zijn voor de straffen die het hof in soortgelijke zaken pleegt op te leggen. Van bijzondere omstandigheden om in dit geval anders te oordelen, is niet gebleken. Dat verdachte als bestuurder van de personenauto bij het verkeersongeval betrokken is geweest dat kort voor zijn aanhouding had plaatsgevonden, kan op basis van het proces-verbaal niet als vaststaand worden aangenomen. Dit ongeval kan naar het oordeel van het hof niet als strafverzwarende omstandigheid bij de toepassing van eerder genoemde oriëntatiepunten worden meegenomen. Het hof zal derhalve, anders dan door de advocaat-generaal gevorderd, een geldboete van na te melden hoogte en een geheel onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid opleggen. Daarbij heeft het hof rekening gehouden met verdachtes financiële draagkracht voor zover daarvan ter terechtzitting is gebleken.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 23, 24 en 24c van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 8, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP bij verstek:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot een geldboete van duizend éénhonderd euro;

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van eenentwintig dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;

ontzegt aan de veroordeelde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de tijd van tien maanden;

beveelt dat de tijd, gedurende welke het rijbewijs ingevorderd en ingehouden is geweest, op de duur van de ontzegging geheel in mindering wordt gebracht.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. A.J. Rietveld, voorzitter, mr. O. Anjewierden en mr. M.F.H.M. van Haastert, in tegenwoordigheid van mr. M. Koster als griffier, zijnde mr. Van Haastert voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.