Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2009:BJ6434

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
28-08-2009
Datum publicatie
31-08-2009
Zaaknummer
24-002387-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt ter zake van een drietal winkeldiefstallen veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee weken, met een proeftijd van twee jaren, en een geldboete van € 300,-, subsidiair 6 dagen hechtenis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-002387-08

Parketnummer eerste aanleg: 18-654203-07

Arrest van 28 augustus 2009 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Groningen van 8 mei 2008 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1958] te [geboorteplaats],

thans zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande,

niet ter terechtzitting verschenen.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Groningen heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Het hof heeft verstek verleend tegen de niet verschenen verdachte.

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte ter zake van het onder 1, 2 primair en 3 ten laste gelegde zal veroordelen tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee weken met een proeftijd van twee jaren en een geldboete van € 300,-, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door zes dagen hechtenis.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 4 augustus 2007, in de gemeente [gemeente], met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een potje mosselen en/of een zakje garnalen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan het winkelbedrijf [bedrijf], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

2.

hij op of omstreeks 30 november 2007, in de gemeente [gemeente], met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen twee blikjes bier, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan het winkelbedrijf [bedrijf], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 30 november 2007, in de gemeente [gemeente], opzettelijk twee blikjes bier, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan het winkelbedrijf [bedrijf], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en welk(e) goed(eren) verdachte uit de winkelvoorraad van voornoemde rechthebbende(n) had genomen onder gehoudenheid om, alvorens die winkel te verlaten voornoemd(e) goed(eren) te betalen, in elk geval ter betaling aan te bieden, en aldus dat/die goed(eren) anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

3.

hij op of omstreeks 15 januari 2008, te [plaats], in ieder geval in de gemeente [gemeente], met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen één pakje shag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan het (winkel)bedrijf [bedrijf], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

Bewezenverklaring

Het hof acht ten aanzien van verdachte bewezen dat:

1.

hij op 4 augustus 2007, in de gemeente [gemeente], met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een potje mosselen en een zakje garnalen toebehorende aan het winkelbedrijf [bedrijf];

2.

hij op 30 november 2007, in de gemeente [gemeente], met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen twee blikjes bier toebehorende aan het winkelbedrijf [bedrijf];

3.

hij op 15 januari 2008, te [plaats], met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen één pakje shag toebehorende aan het (winkel)bedrijf [bedrijf].

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1, 2 primair en 3 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op de misdrijven:

onder 1, 2 primair en 3 telkens: diefstal.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een drietal winkeldiefstallen. Winkeldiefstal is een ergerlijke vorm van criminaliteit die voor winkeliers veel hinder en schade oplevert. Verdachte heeft door aldus te handelen inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van de winkeliers.

Het hof heeft gelet op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 19 juni 2009, waaruit is gebleken dat verdachte eerder wegens (soortgelijke) strafbare feiten is veroordeeld.

Het hof zal verdachte, conform de vordering van de advocaat-generaal, een voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur en een onvoorwaardelijke geldboete opleggen. De voorwaardelijke gevangenisstraf is bedoeld als stok achter de deur teneinde te voorkomen dat verdachte zich nogmaals schuldig maakt aan strafbare feiten.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c, 57 en 310 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP bij verstek:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte onder 1, 2 primair en 3 ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1, 2 primair en 3 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot een gevangenisstraf voor de duur van twee weken;

beveelt, dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

een geldboete van driehonderd euro;

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van zes dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. O. Anjewierden, voorzitter, mr. M.F.H.M. van Haastert en mr. A.J. Rietveld, in tegenwoordigheid van mr. M. Koster als griffier, zijnde mr. Van Haastert voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.