Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2009:BJ5967

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
25-08-2009
Datum publicatie
26-08-2009
Zaaknummer
24-000371-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Veroordeling tot een geldboete van € 250,- subsidiair vijf dagen vervangende hechtenis ter zake van openlijk en in vereniging geweld plegen tegen goederen. Voor een bewezenverklaring van artikel 141 Sr is niet vereist dat elk van de deelnemers zich schuldig heeft gemaakt aan alle onderdelen van de tenlastelegging. Dat verdachte mededader de ruit van een bushokje heeft ingetrapt zonder bemoeienis van verdachte doet niet af aan het feit dat deze geweldpleging deel uitmaakt van een totaal aan geweldplegingshandelingen, waardoor de openbare orde werd aangetast een waaraan ook verdachte door zijn gedragingen een wezenlijke bijdrage heeft geleverd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-000371-09

Parketnummer eerste aanleg: 18-653568-08

Arrest van 25 augustus 2009 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer,

op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Groningen van

11 februari 2009 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1989] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman, mr. E.T. van Dalen, advocaat te Groningen.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Groningen heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, een beslissing genomen op de vordering van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel opgelegd, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte voor het primair ten laste gelegde zal veroordelen tot een geldboete van € 250,-, subsidiair vijf dagen vervangende hechtenis. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof de benadeelde partij niet ontvankelijk zal verklaren in zijn vordering, omdat deze niet eenvoudig van aard is.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Het hof heeft ter terechtzitting de tenlastelegging gewijzigd overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal. Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 10 augustus 2008, in de gemeente [gemeente], met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de [straat] en/of de [straat] en/of de [straat], in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een abri en/of een verkeerszuil en/of één of meer auto's en/of één of meer fietsen, welk geweld bestond uit het schoppen en/of trappen tegen de (zij)ruit(en) van voornoemde abri en/of het uit de grond trekken en/of (het van de sokkel) lostrekken, van die verkeerszuil en/of het gooien van die verkeerszuil tegen één of meer fietsen en/of het trappen tegen buitenspiegels van die auto('s);

subsidiair: zo het vorenstaande niet mocht leiden tot schuldigverklaring van en strafoplegging aan verdachte

hij op of omstreeks 10 augustus 2008, in de gemeente [gemeente], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk een abri en/of een verkeerszuil, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf] en/of de gemeente [gemeente], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt.

Overwegingen omtrent het bewijs van het primair ten laste gelegde

Verdachte heeft erkend het ten laste gelegde te hebben begaan voor zover het gaat om het trappen tegen een autospiegel en het uit de grond trekken van een verkeerszuil, waarna hij die zuil tussen een aantal fietsen heeft gegooid. Verdachte voelt zich echter uitdrukkelijk niet verantwoordelijk voor het vernielen van de ruit van een bushokje, nu dit feit is begaan door zijn mededader en hij een dergelijke - in zijn ogen veel verdergaande - daad van vernieling niet heeft voorzien en afkeurt.

Het hof overweegt hierover het navolgende.

Aan verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging in hoger beroep - primair ten laste gelegd dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het openlijk in vereniging geweld plegen tegen goederen, strafbaar gesteld in artikel 141 van het Wetboek van Strafrecht. Voor een bewezenverklaring daarvan is niet vereist dat elk van de - in dit geval twee - deelnemers zich schuldig heeft gemaakt aan alle onderdelen van de tenlastelegging. Dat verdachtes (inmiddels onherroepelijk veroordeelde) mededader de ruit van het bushokje heeft ingetrapt zonder bemoeienis van verdachte - zo neemt ook het hof aan op grond van het dossier - doet niet af aan het feit dat deze geweldpleging deel uitmaakt van een totaal aan (geweldplegings)handelingen, waardoor de openbare orde werd aangetast en waaraan ook verdachte door zijn gedragingen een wezenlijke bijdrage heeft geleverd. Dit brengt voor verdachte strafrechtelijke aansprakelijkheid mee voor het ten laste gelegde, voor zover hierna bewezen is verklaard.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat:

hij op 10 augustus 2008, in de gemeente [gemeente], met een ander, op of aan de openbare weg, de [straat] en de [straat] en de [straat], openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een abri en een verkeerszuil en auto's en fietsen, welk geweld bestond uit het schoppen tegen de zijruit van voornoemde abri en het uit de grond trekken van die verkeerszuil en het gooien van die verkeerszuil tegen fietsen en het trappen tegen buitenspiegels van die auto's.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld primair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

het openlijk in vereniging geweld plegen tegen goederen.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de in hoger beroep op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit, de omstandigheden, waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging tegen goederen. Hij heeft, tezamen met een ander en onder invloed van alcoholhoudende drank, vernielingen aangericht op de openbare weg aan goederen die anderen toebehoren. Dergelijke gedragingen veroorzaken schade, overlast en ergernis, zowel bij de samenleving in zijn algemeenheid als ten opzichte van de gedupeerden in het bijzonder. Verdachte heeft te kennen gegeven dat hij zich schaamt voor zijn optreden in de betreffende nacht.

Het hof heeft voorts gelet op het de verdachte betreffend uittreksel uit het justitieel documentatieregister d.d. 14 mei 2009. Daaruit blijkt dat er geen sprake is van eerdere of latere justitiecontacten. Verdachte lijkt het laakbare van zijn gedragingen in te zien en zich daarvan voortaan verre te willen houden. Ook overigens zijn er geen redenen voor vrees voor herhaling. Uit hetgeen door verdachte ter terechtzitting naar voren is gebracht, blijkt dat hij doende is zijn toekomst vorm te geven door middel van werk en opleiding.

Gelet op het vorenstaande is het hof van oordeel dat - ondanks het feit dat toepassing van de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting bij een bewezenverklaring als de onderhavige tot een aanmerkelijk zwaardere straf zou leiden - kan worden volstaan met een geldboete van na te melden hoogte.

Benadeelde partij

Uit het onderzoek ter terechtzitting van het hof is gebleken, dat de benadeelde partij [bedrijf] zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd en dat haar vordering ad € 780,- in eerste aanleg geheel is toegewezen. Derhalve duurt de voeging ter zake van haar gehele vordering tot schadevergoeding van rechtswege voort in hoger beroep.

Uit het voegingsformulier komt naar voren dat het gevorderde bedrag gebaseerd is op de montage van een dakraam en een zijruit van de in de bewezenverklaring genoemde abri aan de [straat] te [plaats]. Het hof overweegt dat vernieling van een dakraam uit het dossier noch uit de bewezenverklaring volgt. Dit brengt mee dat de vordering niet van zo eenvoudige aard is, dat deze zich leent voor behandeling in het strafgeding. Gelet op het bepaalde in artikel 361, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, dient de benadeelde partij in haar vordering niet ontvankelijk te worden verklaard, met bepaling dat de benadeelde partij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 23, 24, 24c en 141 van het Wetboek van Strafrecht.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte primair ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld primair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot een geldboete van tweehonderdvijftig euro;

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van vijf dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;

verklaart de benadeelde partij, [bedrijf], gevestigd te [vestigingsplaats], niet-ontvankelijk in de vordering;

bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van het geding door de verdachte gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. H.J. Deuring, voorzitter, mr. A.J. Rietveld en

mr. E. Pennink, in tegenwoordigheid van J.B. Schwerzel als griffier, zijnde mr. Pennink voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.