Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2009:BJ5365

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
11-08-2009
Datum publicatie
17-08-2009
Zaaknummer
107.002.441/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Veroordeling tot betaling van facturen. Bewijs geleverd dat de gefactureerde leveranties van goederen zijn verricht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Arrest d.d. 11 augustus 2009

Zaaknummer 107.002.441/01

HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN

Arrest van de vierde kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van:

De Giraf B.V.,

gevestigd te [plaats],

appellante,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna te noemen: De Giraf,

advocaat: mr. J.H. van der Meulen, kantoorhoudende te Joure,

tegen

Sla-In Beheer B.V.,

gevestigd te [plaats],

geïntimeerde,

in eerste aanleg: eiseres,

hierna te noemen: Sla-In Beheer,

advocaat: mr. J.J. Gevers, kantoorhoudende te Assen.

De inhoud van het tussenarrest d.d. 24 februari 2009 wordt hier overgenomen.

Het verdere procesverloop

De Giraf heeft een herstelexploot uitgebracht aan Sla-In Beheer, waarna Sla-In Beheer zich heeft gesteld.

Vervolgens heeft Sla-In Beheer een memorie van antwoord genomen met als conclusie:

"de vordering van eiseres af te wijzen, hetzij haar daarin niet ontvankelijk te verklaren, hetzij haar deze te ontzeggen, met veroordeling van eiseres in de kosten van deze procedure."

Ten slotte heeft De Giraf de stukken wederom overgelegd voor het wijzen van arrest.

De verdere beoordeling

1. Waar in de aanhef van het tussenarrest d.d. 24 februari 2009 in plaats van "Gerechtshof Leeuwarden" is vermeld: "Gerechtshof Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden", berust zulks op een klaarblijkelijke verschrijving, die het hof hierbij herstelt.

1.2 Tegen de weergave van de vaststaande feiten in rechtsoverweging 2 (2.1 t/m 2.4) van genoemd vonnis d.d. 11 april 2007 is geen grief ontwikkeld, zodat ook in hoger beroep van die feiten zal worden uitgegaan.

2. Met inachtneming van de vorige rechtsoverweging gaat het in dit geding om het volgende.

2.1 Sla-In, tevens handelende onder de naam De Hondsrug, een groothandel die zich bezighield met de in- en verkoop van vlees en vleeswaren, heeft diverse malen goederen geleverd aan De Giraf, die een hotel, zalen - en sportcentrum exploiteert.

2.2 In juli 2005 is door Sla-In een aantal facturen aan De Giraf verzonden. Vier van deze facturen heeft De Giraf ondanks herhaalde sommaties onbetaald gelaten. Het gaat om de facturen d.d. 1, 15, 22 en 27 juli 2005 ten bedrage van in totaal € 6.027,25.

3. De Giraf heeft ter zake van bedoelde vier facturen in eerste aanleg het verweer gevoerd dat de betreffende goederen nooit aan haar zijn geleverd. Zij heeft daartoe aangevoerd dat op een aantal pakbonnen geen handtekening voor ontvangst is geplaatst. Op de bonnen waarop wel een handtekening staat wordt de bewuste handtekening niet herkend als zijnde afkomstig van een van de personeelsleden van de Giraf. Bovendien bevinden zich in de administratie van De Giraf geen bestelformulieren voor de betreffende leveranties.

4. De rechtbank heeft Sla-in Beheer opgedragen te bewijzen dat de leveranties ter zake waarvan betaling wordt gevorderd, zijn verricht. Na bewijslevering door getuigen heeft de rechtbank geoordeeld dat Sla-In Beheer het opgedragen bewijs heeft geleverd. Vervolgens heeft de rechtbank de vordering van Sla-In Beheer toegewezen.

5. De grieven richten zich tegen de bewijswaardering door de rechtbank en lenen zich voor een gezamenlijke behandeling.

6. Sla-In Beheer heeft als getuigen doen horen:

- [getuige 1], tot 25 juni 2005 financieel directeur van Sla-In Beheer;

- [getuige 2], tot eind juli 2005 chauffeur in dienst van Sla-In;

- [getuige 3] tot de datum van faillissement - 25 juli 2005 - chauffeur in dienst van Sla-In.

In de contra-enquête heeft De Giraf als getuigen doen horen:

- [getuige 4], directeur/grootaandeelhouder van De Giraf;

- [getuige 5], chef-kok van De Giraf.

7. [getuige 1] heeft onder meer het volgende verklaard:

"De bedoeling was dat de pakbon voor akkoord getekend weer terug kwam, het kwam echter ook vaak voor dat de pakbonnen ongetekend retour kwamen kennelijk omdat er niemand was om ze te tekenen. En de pakbonnen waren vaker niet dan wel getekend."

En:

"Wat betreft de pakbonnen moet ik nog toevoegen dat ze in tweevoud naar de Giraf gingen. Een exemplaar bleef bij de Giraf en een exemplaar kwam bij ons terug."

8. [getuige 2] heeft onder meer het volgende verklaard:

"Ik laat u zien een lijst waarop staan de klanten die ik op 19 juli 2005 heb bezocht. Op die lijst komt hotel de Giraf ook voor. (...) Bij de goederen werd een pakbon in tweevoud meegestuurd, een exemplaar bleef bij de Giraf en het tweede exemplaar nam ik mee terug. Ik zette daar dan mijn paraaf op ten bewijze dat ik die goederen daar heb afgeleverd. U laat mij zien de pakbonnen van 27 juni 2005, 29 juni 2005, 30 juni 2005, 11 juli 2005, 12 juli 2005, 13 juli 2005, 15 juli 2005, 18 juli 2005, 19 juli 2005, 21 juli 2005 en 22 juli 2005. Die pakbonnen zijn als productie gevoegd bij de dagvaarding. Die pakbonnen zijn door mij geparafeerd.

Het kwam regelmatig voor dat er niemand van de Giraf aanwezig was om de spullen in ontvangst te nemen. Ik zette ze dan zelf in de vries- en koelcel en legde de betreffende pakbon op tafel neer."

9. [getuige 3] heeft onder meer het volgende verklaard:

"Ik laat u zien een routekaart van 27 juli 2005. Dat is de laatste route die ik gereden heb voor Sla-In. Op uitdrukkelijk verzoek hebben we deze orders na faillissement nog uitgeleverd. Ook de Giraf komt op deze lijst voor. Ik tekende ook aan op welke tijdstippen ik bij de diverse klanten was.

Bij de goederen werd een pakbon in tweevoud meegezonden. Een exemplaar bleef bij de Giraf en het andere exemplaar nam ik mee terug. Die pakbon werd nooit bij de Giraf voor ontvangst getekend. Ik tekende die pakbon ook niet. Wel vermeldde ik er op de lege emballage die ik mee terug nam.

U houdt mij voor dat de vorige getuige, [getuige 1], heeft verklaard dat hij de pakbonnen zelf parafeerde. Ik reageer daarop door te zeggen dat hij in Groningen werkte en ik in Gieten. Het kan zijn dat hij er een andere werkwijze op na hield dan ik. Ik weet dat niet."

10. [getuige 4] heeft onder meer het volgende verklaard:

"Wat betreft het tekenen van de bonnen kan ik zeggen dat wij een 24uurs bedrijf zijn. De koks zijn er van 7 uur 's morgens tot 10 uur 's avonds. Er zijn in totaal 80 man in dienst. Er is altijd wel iemand om een handtekening voor ontvangst te plaatsen."

En:

"De interne gang van zaken was bij ons aldus dat wanneer bij ons goederen werden afgeleverd, de kok aan de hand van de pakbon en de rekening controleert of die met elkaar kloppen. Als dat het geval is accordeert hij de rekening en wordt hij doorgestuurd naar de administratie. Die hem vervolgens betaalt. De betreffende facturen zijn nooit bij ons binnengekomen. Toen er betalingsherinneringen kwamen hebben we geconstateerd dat er geen corresponderende pakbonnen in onze administratie waren."

11. [getuige 5] heeft onder meer het volgende verklaard:

"Uit het feit dat wij geen pakbonnen hebben corresponderend met de herinneringsfacturen, leid ik af dat de gestelde afleveringen niet geschied zijn. De normale gang van zaken is als volgt, wanneer er een aflevering plaatsvindt, controleert de kok aan de hand van de pakbon of de spullen op die bon ook geleverd zijn. Als dat het geval is, accordeert hij de pakbon en levert die vervolgens bij mij in. Ik berg die bon op in afwachting van de rekening. Als de rekening binnenkomt controleer ik of die correspondeert met de pakbon. Als dat het geval is accordeer ik de rekening en gooi ik de pakbon weg. De rekening gaat vervolgens naar de administratie die voor betaling zorg draagt. Het kwam af en toe voor dat er spullen geleverd werden zonder een pakbon. In dat geval belde ik naar de leverancier die vervolgend de pakbon naar mij toefaxte."

12. Het hof acht op grond van de verklaringen van de zijdens Sla-In Beheer voorgebrachte getuigen bewezen dat van elk van de bij de litigieuze facturen horende pakbonnen een exemplaar bij De Giraf is achtergebleven. Weliswaar hebben de zijdens De Giraf voorgebrachte getuigen verklaard dat de met de herinneringsfacturen corresponderende pakbonnen zich niet in de administratie van de Giraf bevonden, maar de getuige [getuige 5] heeft ook verklaard dat hij, nadat hij had gecontroleerd of de rekening correspondeerde met de pakbon, de rekening accordeerde en ter betaling naar de administratie stuurde en de pakbon weggooide. Het hof gaat daarbij voorbij aan hetgeen de getuige [getuige 4] verklaart, namelijk dat de betreffende facturen nooit bij De Giraf zijn binnengekomen, aangezien ingevolge rechtsoverweging 2.2 van dit arrest tussen partijen vaststaat dat de litigieuze facturen aan De Giraf zijn verzonden en De Giraf in deze procedure niet het verweer voert dat zij deze facturen nooit heeft ontvangen.

13. Voorts acht het hof op grond van de verklaringen van de zijdens Sla-In Beheer voorgebrachte getuigen bewezen dat de pakbonnen meestal niet door De Giraf voor ontvangst werden getekend, doch hetzij geparafeerd door de chauffeur (verklaring [getuige 2]), hetzij ongeparafeerd (verklaring [getuige 3]) bij Sla-In terugkwamen. Hieraan kan naar het oordeel van het hof niet afdoen dat de zijdens De Giraf voorgebrachte getuigen in algemene zin verklaren dat de "normale" gang van zaken bij De Giraf anders was. Het hof verenigt zich met het oordeel van de rechtbank dat deze verklaringen een te algemeen karakter hebben om de verklaringen van de door Sla-In Beheer voorgebrachte getuigen te weerleggen. Hetgeen De Giraf in de toelichting op grief II aanvoert, vermag het hof niet tot een ander oordeel te brengen. Veeleer ondersteunt deze toelichting het oordeel van het hof, waar De Giraf zich beroept op een uniforme procedure die De Giraf jegens al haar leveranciers hanteert.

14. Het hof sluit zich dan ook aan bij het oordeel van de rechtbank dat Sla-In Beheer heeft bewezen dat Sla-In de litigieuze leveringen daadwerkelijk heeft verricht. Het hof maakt de overwegingen van de rechtbank dienaangaande tot de zijne. Aan dit oordeel dragen tevens bij de bij de getuigenverklaringen van [getuige 2] en [getuige 3] in het geding gebrachte rittenlijsten d.d. 19 juli 2005 respectievelijk 27 juli 2005, waarop De Giraf staat vermeld, alsmede de door [getuige 2] geparafeerde pakbonnen van 27 juni 2005, 29 juni 2005, 30 juni 2005, 11 juli 2005, 12 juli 2005, 13 juli 2005, 15 juli 2005, 18 juli 2005, 19 juli 2005, 21 juli 2005 en 22 juli 2005. Voorts kent het hof in dit verband gewicht toe aan de door De Giraf erkende stelling van Sla-In Beheer dat het vaker is voorgekomen dat pakbonnen niet voor ontvangst werden getekend, maar dat wél de bijbehorende factuur werd voldaan.

15. Aan voormeld oordeel kan niet afdoen dat het systeem dat Sla-In hanteerde voor haar facturering niet waterdicht was, zoals De Giraf in de toelichting op grief I betoogt. Deze omstandigheid heeft juist meegebracht dat Sla-In Beheer in deze procedure niet heeft kunnen volstaan met het overleggen van de litigieuze pakbonnen, doch gehouden is geweest tot nadere bewijslevering.

Evenmin kan aan dit oordeel afdoen dat Sla-In - door De Giraf niet voor ontvangst te laten tekenen - zich niet heeft gehouden aan de procedurevoorschriften van De Giraf, waardoor aan De Giraf iedere controlemogelijkheid werd onthouden, zoals De Giraf in de toelichting op grief II betoogt. Ook hier geldt dat Sla-In Beheer juist om deze reden nader bewijs heeft moeten leveren.

16. Het betoog van De Giraf dat Sla-In Beheer ten aanzien van de leveringen behorende bij de factuur d.d. 1 juli 2005 het opgedragen bewijs niet heeft geleverd (toelichting op grief III), faalt op de hiervoor weergegeven gronden. Het hof merkt hierbij nog op dat de getuige [getuige 2] met betrekking tot de bij deze factuur horende pakbonnen van 27 juni 2005, 29 juni 2005 en 30 juni 2005 heeft verklaard dat deze door hem zijn geparafeerd.

17. De grieven falen.

De slotsom

18. Het vonnis d.d. 7 november 2007 waarvan beroep dient te worden bekrachtigd. De Giraf dient als de in het ongelijk te stellen partij de kosten van het geding in hoger beroep te dragen (1 punt in tarief I).

De beslissing

Het gerechtshof:

bekrachtigt het vonnis d.d. 7 november 2007 waarvan beroep;

veroordeelt De Giraf in de kosten van het geding in hoger beroep en begroot die aan de zijde van Sla-In Beheer tot aan deze uitspraak op € 406,- aan verschotten en € 632,- aan geliquideerd salaris voor de advocaat;

verklaart de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gewezen door mrs. Knijp, voorzitter, Zandbergen en Janse, raden, en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof van dinsdag 11 augustus 2009 in bijzijn van de griffier.