Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2009:BJ5026

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
15-05-2009
Datum publicatie
12-08-2009
Zaaknummer
200.024.633
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Sanctie ter zake van op autosnelweg buiten noodzaak gebruik maken van vluchtstrook (art. 43 RVV 1990). De officier van justitie achtte de termijnoverschrijding verschoonbaar: de verhoging is teruggestort. De betrokkene moest naar het ziekenhuis waar zijn zieke echtgenote lag. Het was druk op de weg, er werd in file gereden. Geen acuut noodgeval. Sanctie terecht opgelegd.

Wetsverwijzingen
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 5
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 200.024.633

15 mei 2009

CJIB 19116722377

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam

van 15 januari 2009

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene), wonende te [woonplaats].

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam genomen beslissing ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. De advocaat-generaal heeft in zijn verweerschrift geconcludeerd tot vernietiging van de beslissing van de kantonrechter, omdat deze de beslissing van de officier van justitie had moeten vernietigen en het administratief beroep van de betrokkene tegen de inleidende beschikking niet-ontvankelijk had moeten verklaren omdat het niet tijdig zou zijn ingesteld.

2. Het hof volgt de advocaat-generaal hierin niet. Gelet op de inhoud van het dossier, waaronder de omstandigheid, dat de eerste aanmaning is ongedaan gemaakt en het reeds voldane bedrag van de verhoging is teruggestort, heeft de officier van justitie in hetgeen de betrokkene heeft aangevoerd reden gezien de termijnoverschrijding verontschuldigbaar te achten. Het hof ziet geen reden hieromtrent een ander standpunt in te nemen.

3. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 200,- opgelegd ter zake van “Op autosnelwegen buiten noodzaak gebruik maken van vluchtstrook of vluchthaven”(feitcode R465A), welke gedraging zou zijn verricht op 21 maart 2008 om 13.10 uur op de Rijksweg A4 Links te Amsterdam met het voertuig met het kenteken [AB-00-AB]

4. Niet in geding is dat de betrokkene op voormelde tijd en plaats over de vluchtstrook heeft gereden. De ambtsedige verklaring van de verbalisant, hoofdagent van politie, zoals opgenomen in het bij het zaakoverzicht van het CJIB gevoegde proces-verbaal houdt onder meer het volgende in: “Op vrijdag 21 maart 2008 omstreeks 13.10 uur zag ik dat voornoemd voertuig met een geschatte snelheid van ongeveer 50 km/uur over de aldaar aanwezig zijnde vluchtstrook reed. Ik zag dat het voertuig over een afstand van ongeveer 300 meter gebruik maakte van de vluchtstrook. Vluchtstrook bevond zich langs de afrit Sloten. Op dat moment was er een zeer hoge verkeersfrequentie, er werd in file gereden. Er was derhalve een groot snelheidsverschil tussen het voertuig en het overige verkeer.”

5. De betrokkene voert aan dat hij wél een noodzaak had om gebruik te maken van de vluchtstrook. Hij was onderweg naar het Antonie van Leeuwenhoek ziekenhuis waar zijn aanwezigheid vereist was in verband met de ziekte van zijn echtgenote. Omdat de vrijdagspits al was begonnen, heeft hij voorzichtig en zonder anderen in gevaar te brengen een stukje over de vluchtstrook gereden, om de A4-afrit Sloten af te kunnen rijden. De betrokkene verzoekt de boete op te heffen dan wel te matigen.

6. De bij de feitcode behorende gedraging is een overtreding van artikel 43, derde lid, Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV) 1990. Deze bepaling luidt als volgt: “Behoudens in noodgevallen is het de weggebruikers verboden op een autosnelweg of autoweg gebruik te maken van de vluchtstrook, de vluchthaven of de berm.”.

7. Ten aanzien van het argument van de betrokkene dat er sprake is geweest van een noodgeval overweegt het hof als volgt. Uit het gebruik van het woord “noodgevallen” en uit de wetsgeschiedenis blijkt, dat het de weggebruiker slechts in incidentele gevallen van urgente aard vrijstaat gebruik te maken van de vluchtstrook.

8. De nota van toelichting op het RVV 1990 houdt in Hoofdstuk X (Belangrijke veranderingen) het volgende in:

“1 Het gebruik van de vluchtstrook (artikel 43).

Weggebruikers op autowegen en autosnelwegen mogen slechts in noodgevallen gebruik maken van vluchtstrook, vluchthaven of berm. Hier gaat het met name om de vluchtstrook. In het RVV 1990 is namelijk niet alleen het parkeren op de vluchtstrook aan banden gelegd maar ook het berijden ervan.

Bij het rijden op de vluchtstrook gaat het om twee totaal verschillende situaties. Rijden op de vluchtstrook om in te voegen, en rijden op de vluchtstrook om de file op de hoofdrijbaan te ontgaan. Het heeft natuurlijk nooit in de bedoeling gelegen dit toe te laten. Maar een verbod ontbrak. Vandaar dat tegen dit euvel werd opgetreden op grond van het verbod om rechts in te halen of artikel 25 van de WVW. Het nieuwe RVV verbiedt nu ook het rijden op de vluchtstrook nadrukkelijk. Tegen het irritante gebruik van de vluchtstrook bij filevorming kan nu dus zonder meer worden opgetreden. (…)."

9. Het voorgaande brengt mee dat naar de overtuiging van het hof vast staat dat de betrokkene met zijn voertuig over de vluchtstrook heeft gereden zonder dat er sprake was van een noodgeval als bedoeld in artikel 43, derde lid RVV 1990 en dat hij dusdoende de gedraging heeft verricht. Dat de aanwezigheid van de betrokkene in het ziekenhuis vereist zou zijn in verband met ziekte van zijn echtgenote, is niet een omstandigheid die kan leiden tot de conclusie dat sprake was van een acuut noodgeval. De betrokkene had op een drukke verkeerssituatie kunnen en moeten anticiperen door tijdig te vertrekken.

10. In hetgeen de betrokkene aanvoert, ziet het hof voorts geen aanleiding de sanctie op nihil te stellen dan wel om deze te matigen.

11. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen.

Beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mr. Dijkstra, in tegenwoordigheid van mr. Landstra als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.