Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2009:BJ4953

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
20-03-2009
Datum publicatie
11-08-2009
Zaaknummer
200.014.543
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Officiersappel. Had de kantonrechter de zaak inhoudelijk mogen behandelen nu de betrokkene slechts ten dele zekerheid had gesteld? Nee, voor de ontvankelijkheid van het beroep bij de kantonrechter is vereist dat zekerheid wordt gesteld tot een bedrag dat gelijk is aan de hoogte van het oorspronkelijke sanctiebedrag en in dit geval is € 5,- te weinig betaald.

Wetsverwijzingen
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 11
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 11
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 20d
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 200.014.543

20 maart 2009

CJIB 59110039751

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Haarlem

van 10 juli 2008

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene), wonende te [woonplaats].

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement Haarlem genomen beslissing gegrond verklaard en de inleidende beschikking vernietigd. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Het procesverloop

De officier van justitie heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De betrokkene heeft een verweerschrift ingediend.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. De kantonrechter heeft het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie ontvankelijk geacht en geoordeeld dat de officier van justitie het beroep tegen de inleidende beschikking ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard, omdat de betrokkene de gronden van het beroep niet tijdig heeft opgegeven. Vervolgens oordeelt de kantonrechter dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht en verklaart het beroep daarom gegrond en vernietigt de inleidende beschikking.

2. De officier van justitie heeft hoger beroep ingesteld en primair aangevoerd dat de kantonrechter het beroep niet-ontvankelijk had moeten verklaren, aangezien de betrokkene slechts ten dele zekerheid heeft gesteld.

3. De betrokkene stelt zich op het standpunt dat de kantonrechter ter zitting terecht heeft opgemerkt dat de systemen de discrepantie van € 5,- in de zekerheidstelling ook niet hebben opgemerkt. De betrokkene is daarom van mening dat het belachelijk is dat het openbaar ministerie zich hierop tracht te beroepen.

4. Het hof overweegt als volgt.

De zekerheidstelling als bedoeld in artikel 11, eerste lid, WAHV is vereist met het oog op de ontvankelijkheid van het bij de kantonrechter ingestelde beroep. Artikel 11, eerste lid, WAHV bepaalt eveneens dat de indiener van het beroepschrift zekerheid dient te stellen "voor de betaling van de sanctie". Onder sanctie in dit artikel is te verstaan de administratieve sanctie als bedoeld in artikel 1 WAHV, dat wil zeggen: de aan de Staat te betalen geldsom voor een gedraging in strijd met de voorschriften die vallen binnen het toepassingsgebied van de WAHV, zoals deze bij de oorspronkelijke administatieve beschikking is opgelegd (Kamerstukken II, 1987-1988, 20 393, nr. 3 blz. 15). Het bedrag van de zekerheidstelling is derhalve gelijk aan het bedrag van de oorspronkelijke sanctie.

Uit het voorgaande volgt dat de kantonrechter de bezwaren tegen de oplegging van de administratieve sanctie pas had kunnen behandelen, wanneer de betrokkene zekerheid had gesteld voor het totale bedrag van de sanctie.

5. Uit het dossier volgt dat de betrokkene zekerheid diende te stellen tot een bedrag van € 75,-. Door het CJIB is echter een bedrag ontvangen van € 70,-. Derhalve heeft de betrokkene geen zekerheid gesteld "voor de betaling van de sanctie". De kantonrechter had het beroep van de betrokkene dan ook niet-ontvankelijk dienen te verklaren. Het hof zal daarom de beslissing van de kantonrechter vernietigen en de zaak afdoen als na te melden.

Beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep bij de kantonrechter niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door mrs. Dijkstra, Poelman en Weenink, in tegenwoordigheid van mr. Kuiper als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.