Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2009:BJ4670

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
05-08-2009
Datum publicatie
06-08-2009
Zaaknummer
24-001892-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt ter zake van mishandeling veroordeeld tot een werkstraf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-001892-08

Parketnummer eerste aanleg: 17-753187-08

Arrest van 5 augustus 2009 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 21 juli 2008 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1985] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

thans uit anderen hoofde gedetineerd in PI Noord, gevangenis De Marwei

te Leeuwarden,

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. T. Bruinsma, advocaat te Lemmer.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte ter zake van het ten laste gelegde zal veroordelen tot een werkstraf voor de duur van 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd, dat:

hij op of omstreeks 01 december 2007 te [plaats], (althans) in de gemeente [gemeente], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer]) (meermalen en/of met kracht en/of met de vuist(en)) in en/of tegen het gezicht en/of op en/of tegen het hoofd heeft geslagen, waardoor voornoemde [slachtoffer] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

Bewezenverklaring

Het hof acht het ten laste gelegde bewezen, met dien verstande, dat:

hij op 01 december 2007 te [plaats], opzettelijk mishandelend een persoon te weten [slachtoffer] meermalen met kracht met de vuist in het gezicht heeft geslagen, waardoor voornoemde [slachtoffer] letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

mishandeling.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft bij de bepaling van de straf rekening gehouden met de aard en ernst van het bewezen verklaarde feit, de omstandigheden waaronder dit feit is begaan en de persoon van verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft op 1 december 2007 [slachtoffer] mishandeld, door hem meermalen krachtig met de vuist in het gezicht te slaan. Als gevolg van dit handelen heeft [slachtoffer] een blauw en opgezet oog opgelopen en pijn ondervonden. Door het plegen van dit feit is de lichamelijk integriteit van het slachtoffer [slachtoffer] geschonden.

Uit het verdachte betreffende Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 17 juni 2009 blijkt, dat verdachte meermalen ter zake van het plegen van strafbare feiten, waaronder poging tot doodslag, openlijke geweldpleging, vernieling en mishandelingen, tot straffen is veroordeeld. Al deze straffen hebben verdachte er niet van weerhouden het hiervoor bewezen verklaarde feit te begaan.

Het hof heeft ter zitting en uit de stukken de indruk gekregen, dat verdachte "een kort lontje" heeft en geneigd is snel agressief op te treden.

Op grond van het vorenstaande, in samenhang beschouwd, acht het hof de oplegging van de door de politierechter opgelegde werkstraf, welke werkstraf eveneens door de advocaat-generaal is gevorderd, niet alleen gerechtvaardigd, maar ook noodzakelijk. Het hof zal die werkstraf dan ook aan verdachte opleggen.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 22c (oud), 22d en 300 van het Wetboek van Strafrecht.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van zestig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van dertig dagen zal worden toegepast.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. Lahuis, voorzitter, mr. Koolschijn en mr. Van der Woude, in tegenwoordigheid van Boersma als griffier, zijnde mrs. Lahuis en Van der Woude voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.