Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2009:BJ4277

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
30-07-2009
Datum publicatie
30-07-2009
Zaaknummer
24-002795-08
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2011:BP1142, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Conclusie in cassatie: ECLI:NL:PHR:2011:BP1142
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt wegens poging tot doodslag veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden waarvan 8 maanden voorwaardelijk met als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Parketnummer: 24-002795-08

Parketnummer eerste aanleg: 18-670276-08

Arrest van 30 juli 2009 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Groningen van 3 november 2008 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1980] te [geboorteplaats],

postadres te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. J.G.H. van der Kolk, advocaat te Stadskanaal.

Het vonnis waarvan beroep

De rechtbank Groningen heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot straffen en op de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij beslist, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De officier van justitie is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen. Hij heeft dit hoger beroep aan verdachte doen betekenen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte ter zake van het primair ten laste gelegde zal veroordelen tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, met als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 12 juli 2008, te [plaats], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet die [slachtoffer] met een mes in de buik, althans het lichaam, heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 12 juli 2008, te [plaats], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [slachtoffer] met een mes in de buik, althans het lichaam, heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 12 juli 2008, te [plaats], opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer]), met een mes in de buik, althans het lichaam, heeft gestoken, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 12 juli 2008, te [plaats], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet die [slachtoffer] met een mes in de buik heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld primair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

poging tot doodslag.

Strafbaarheid

Voor zover de verdachte ter zitting van het hof een beroep heeft willen doen op noodweer - verdachte voelde zich naar eigen zeggen bedreigd - overweegt het hof dat niet aannemelijk is geworden dat sprake is geweest van een noodweersituatie.

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

Verdachte heeft op 12 juli 2008 onder invloed van alcoholhoudende drank en cocaïne gepoogd [slachtoffer] van het leven te beroven door hem met een mes in de buik te steken. Door aldus te handelen heeft verdachte de lichamelijke integriteit van [slachtoffer] aangetast. Uit het dossier blijkt dat als gevolg van de door verdachte toegebrachte steekverwonding, het slachtoffer in het ziekenhuis is opgenomen en geopereerd. Ook daarna heeft het slachtoffer te kampen gehad met de negatieve gevolgen van verdachtes handelen. [slachtoffer] heeft blijvend zichtbare littekens op zijn buik, namelijk een operatiewond en een steekwond. Daarnaast heeft het strafbare feit het slachtoffer verhinderd zijn werk als steigerbouwer te verrichten. Zoals blijkt uit de schriftelijke toelichting bij zijn vordering als benadeelde partij, heeft [slachtoffer] tevens negatieve psychische gevolgen ondervonden van het feit dat hij met een mes is gestoken.

Poging tot doodslag is een ernstig geweldsdelict dat een voor de rechtsorde schokkend karakter draagt en leidt tot gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving. Uitgangspunt bij een ernstig strafbaar feit als het onderhavige is de oplegging van een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Het hof houdt bij de strafoplegging rekening met een verdachte betreffend Uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 28 april 2009, waaruit blijkt dat verdachte reeds eerder voor strafbare feiten is veroordeeld.

Op grond van het vorenstaande acht het hof de oplegging van de door de advocaat-generaal gevorderde onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur, passend en geboden.

Benadeelde partij

Uit het onderzoek ter terechtzitting van het hof is gebleken, dat de benadeelde partij zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd, dat haar vordering in eerste aanleg niet is toegewezen en dat zij zich in het geding in hoger beroep niet opnieuw heeft gevoegd. Deze vordering is daarom thans niet meer aan de orde.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 45 en 287 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte primair ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld primair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van vierentwintig maanden;

beveelt, dat van de gevangenisstraf een gedeelte van acht maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, of de hierna te noemen bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

stelt als bijzondere voorwaarde:

dat de veroordeelde zich zal stellen onder toezicht van de Stichting Reclassering Nederland en zich zal gedragen naar de aanwijzingen van die instelling, ook als dit inhoudt een ambulante behandeling voor zijn verslavingsproblemen;

draagt genoemde instelling op de veroordeelde bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering wordt gebracht.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. P. Koolschijn, voorzitter, mr. G. Dam en mr. J. Hielkema, in tegenwoordigheid van mr. J. Brink als griffier, zijnde mr. Dam en mr. Brink voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.