Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2009:BJ3949

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
27-07-2009
Datum publicatie
28-07-2009
Zaaknummer
24-000079-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Opzetheling van een bromfiets. Werkstraf 28 uren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Parketnummer: 24-000079-09

Parketnummer eerste aanleg: 18-653426-08 en 18-670398-06 (tul)

Arrest van 27 juli 2009 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Groningen van 9 januari 2009 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1986] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

niet ter terechtzitting verschenen. Wel verschenen is de raadsman van verdachte mr. M.M.J. Nuijten, advocaat te Haarlem.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Groningen heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf en op een vordering tot tenuitvoerlegging beslist, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

De raadsman van verdachte heeft verklaard uitdrukkelijk te zijn gemachtigd verdachte ter terechtzitting te verdedigen.

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof bewezen zal verklaren hetgeen primair (schuldheling) is ten laste gelegd, verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van twee weken en ten aanzien van de vordering tot tenuitvoerlegging de proeftijd met één jaar zal verlengen.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 1 augustus 2008, in de gemeente [gemeente], in elk geval in Nederland, een bromfiets (merk Piaggio, kleur zwart) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die bromfiets wist, althans redelijkerwijs kon vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 31 juli 2008, in de gemeente [gemeente], met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een aan of nabij de [straat] staande bromfiets (merk Piaggio, kleur zwart), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

Bewezenverklaring

Het hof acht - anders dan de advocaat-generaal - het primair ten laste gelegde (opzetheling) wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

hij op 1 augustus 2008, in de gemeente [gemeente], een bromfiets (merk Piaggio, kleur zwart) heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het verwerven van die bromfiets wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld primair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het primair bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

opzetheling.

Strafbaarheid

Verdachte is strafbaar. Strafuitsluitingsgronden zijn niet aanwezig.

Strafmotivering

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

Verdachte heeft zich op 1 augustus 2008 te [plaats] schuldig gemaakt aan opzetheling. Hij heeft een bromfiets zonder kentekenplaat en papieren gekocht voor 80 euro van een hem geheel onbekende man. De bromfiets was een dag eerder gestolen. Verdachte heeft meegewerkt aan het in stand houden van een afzetmarkt voor gestolen goederen.

Het hof heeft voorts gelet op een uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 18 mei 2009, waaruit onder meer blijkt dat verdachte op 20 februari 2007 wegens misdrijven is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 36 maanden, deels voorwaardelijk opgelegd. Voorts is verdachte driemaal wegens een overtreding veroordeeld tot een geldboete.

Anders dan de advocaat-generaal heeft gevorderd, zal het hof aan verdachte geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen. Ter terechtzitting van het hof is gebleken dat verdachte inmiddels een baan heeft gevonden en hij na het plegen van het onderhavige feit niet opnieuw is veroordeeld wegens het plegen een strafbaar feit. Gelet op het voorgaande, zal het hof verdachte veroordelen tot een werkstraf van na te noemen duur.

Tenuitvoerlegging

Bij vonnis van 20 februari 2007 heeft de rechtbank te Groningen verdachte veroordeeld tot - voor zover van belang - een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden, met een proeftijd van twee jaren. Deze uitspraak is op 7 maart 2007 onherroepelijk geworden. De officier van justitie heeft op 3 november 2008 de tenuitvoerlegging van deze voorwaardelijke straf gevorderd, met dien verstande dat de proeftijd met één jaar wordt verlengd. Nu verdachte het bewezen verklaarde feit heeft begaan op 1 augustus 2008, derhalve voor het einde van de proeftijd, zal het hof de vordering tot tenuitvoerlegging toewijzen. Het hof zal, mede gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte, de tenuitvoerlegging van een gedeelte - te weten twee maanden - van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf gelasten, met dien verstande dat deze twee maanden gevangenisstraf zullen worden omgezet in een werkstraf van 120 uren. Voor het overige wordt de vordering tot tenuitvoerlegging afgewezen.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14g, 22c, 22d en 416 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte primair ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld primair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van achtentwintig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van veertien dagen zal worden toegepast;

gelast (in plaats van het geven van een last tot tenuitvoerlegging van een gedeelte van de gevangenisstraf de veroordeelde voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de meervoudige kamer te Groningen van 20 februari 2007) taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van honderdtwintig uren met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van zestig dagen zal worden toegepast;

wijst af het resterend gedeelte van de vordering tot tenuitvoerlegging.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. H.J. Deuring, voorzitter, mr. K. Lahuis en mr. F. den Ottolander, in tegenwoordigheid van mr. E.M. Mulder als griffier, zijnde mr. Lahuis voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.