Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2009:BJ1670

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
03-07-2009
Datum publicatie
06-07-2009
Zaaknummer
24-000261-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte is ter zake van bedreiging, met enig misdrijf tegen het leven gericht, en eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier weken. Voorts heeft het hof een beslissing genomen ten aanzien van de vordering van een benadeelde partij en de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder aan verdachte opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Parketnummer: 24-000261-09

Parketnummer eerste aanleg: 18-653104-08

Arrest van 3 juli 2009 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Groningen van 30 januari 2009 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1973] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

niet ter terechtzitting verschenen. Wel verschenen is de raadsman van verdachte

mr. D.C. Keuning, advocaat te Groningen.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Groningen heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot een straf, heeft een maatregel opgelegd en heeft op een vordering van een benadeelde partij en op een vordering tot tenuitvoerlegging beslist, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

De raadsman van verdachte heeft verklaard uitdrukkelijk te zijn gemachtigd verdachte ter terechtzitting te verdedigen.

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal veroordelen ter zake het hem onder 1 en 2 ten laste gelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van vier weken. Met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij heeft de advocaat-generaal gevorderd dat de vordering van de benadeelde partij in zijn geheel zal worden toegewezen, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel tot eenzelfde bedrag. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof de vordering tot tenuitvoerlegging van een verdachte, bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Groningen d.d. 12 september 2007, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf zal toewijzen.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 14 juni 2008, in de gemeente [gemeente], een persoon, te weten

[benadeelde], hoofdagent van Regiopolitie [gemeente], heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [benadeelde] dreigend de woorden toegevoegd: "Als ik jou in de stad tegen kom ga je er aan" en/of "of je nu alleen bent of met je collega, ik weet je altijd te vinden en sla je helemaal in elkaar" en/of "zullen we direct naar buiten, dan sla ik je compleet verrot" en/of "als ik je bij het voetbal tegenkom ben jij van mij" en/of "als ik je tegen kom, pak ik een glas en sla dit stuk, daarna steek ik je in je oog" en/of "smurf, ik sla je helemaal verrot als ik je tegen kom" en/of "als ik je tegen kom heb ik benzine bij mij en steek ik je in de brand, ik zal hiervan genieten", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

2.

hij op of omstreeks 14 juni 2008, in de gemeente [gemeente], opzettelijk beledigend (een) ambtena(a)r(en), te weten [benadeelde], hoofdagent van Regiopolitie [gemeente], gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun/zijn bediening, in diens/dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "Jij bent een kankerjuut" en/of "jij bent een kankersukkel", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het hem onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 14 juni 2008, in de gemeente [gemeente], een persoon, te weten [benadeelde], hoofdagent van Regiopolitie [gemeente], heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [benadeelde] dreigend de woorden toegevoegd: "Als ik jou in de stad tegen kom ga je er aan" en "of je nu alleen bent of met je collega, ik weet je altijd te vinden en sla je helemaal in elkaar" en "zullen we direct naar buiten, dan sla ik je compleet verrot" en "als ik je bij het voetbal tegenkom ben jij van mij" en "als ik je tegen kom, pak ik een glas en sla dit stuk, daarna steek ik je in je oog" en "smurf, ik sla je helemaal verrot als ik je tegen kom" en "als ik je tegen kom heb ik benzine bij mij en steek ik je in de brand, ik zal hiervan genieten";

2.

hij op 14 juni 2008, in de gemeente [gemeente], opzettelijk beledigend een ambtenaar, te weten [benadeelde], hoofdagent van Regiopolitie [gemeente], gedurende de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in diens tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "Jij bent een kankerjuut" en "jij bent een kankersukkel."

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op de misdrijven:

onder 1: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

onder 2: eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft het hof gelet op de aard en de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte. Het hof heeft hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Ten laste van verdachte zijn een tweetal feiten bewezen verklaard. Verdachte is op 14 juni 2008 aangehouden en overgebracht naar het politiebureau te [plaats]. Op het moment dat verdachte zou worden vrijgelaten, heeft hij zich verbaal zeer bedreigend uitgelaten jegens één van de politieambtenaren. Nadat verdachte naar aanleiding hiervan opnieuw is aangehouden, heeft hij deze politieambtenaar tevens beledigd.

Verdachte heeft hiermee blijk gegeven van een gebrek aan respect jegens deze politieambtenaar en heeft die persoon in zijn eer en goede naam aangetast. Voorts heeft het handelen van verdachte te gelden als zeer ergerlijk aangezien daardoor het gezag van de politie in zijn algemeenheid wordt aangetast.

Het hof heeft bij het bepalen van de straf tevens rekening gehouden met een verdachte betreffend uittreksel uit het justitiële documentatieregister van 21 april 2009, waaruit blijkt dat hij reeds eerder is veroordeeld ter zake van het plegen van (soortgelijke) strafbare feiten.

Ter zitting van het hof heeft de raadsman van verdachte betoogd dat het gedrag van verdachte ten tijde van het plegen van de bewezen verklaarde feiten samenhing met de frustratie die hij had over het beëindigen van zijn relatie met zijn (ex-)vriendin en het hieruit voortvloeiende alcoholgebruik. Nu verdachte voorgoed deze relatie achter zich heeft gelaten, is zijn gedrag zeer verbeterd en heeft hij zijn drankgebruik ingeperkt. Gelet hierop kan - volgens de raadsman - worden volstaan met het opleggen van een werkstraf in plaats van de in eerste aanleg opgelegde en door de advocaat-generaal gevorderde gevangenisstraf.

Gelet echter op al het vorengaande, waaronder met name het eerdergenoemde uittreksel uit het justitiële documentatieregister, acht het hof de in eerste aanleg en de door de advocaat-generaal gevorderde gevangenisstraf passend en geboden. De door de raadsman naar voren gebrachte omstandigheid dat verdachte de relatie met zijn ex-vriendin achter zich heeft gelaten en de mogelijke effecten hiervan voor de toekomst van verdachte, geven geen aanleiding voor de oplegging van een andere of lagere straf.

Benadeelde partij

Uit het onderzoek ter 's hofs terechtzitting is gebleken, dat de benadeelde partij,

[benadeelde], domicilie kiezende te [plaats], zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd en dat zijn vordering in eerste aanleg geheel is toegewezen. Derhalve duurt de voeging ter zake van zijn gehele vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort.

De benadeelde partij heeft schadevergoeding gevorderd wegens immateriële schade. Deze schade wordt door de benadeelde partij gewaardeerd op € 260, -.

De vordering is van de zijde van verdachte niet weersproken. Derhalve kan deze worden toegewezen in voege als na te melden.

Gelet op vorenstaande dient verdachte, als de in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil, en in de kosten van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Schadevergoedingsmaatregel

Vast staat dat door de bewezen verklaarde feiten aan het slachtoffer [benadeelde] schade is toegebracht als hiervoor vermeld, waarvoor verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is. Nu het belang van het slachtoffer daarmee is gediend, zal aan verdachte eveneens de verplichting worden opgelegd tot betaling van het hiervoor genoemde geldbedrag aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Tenuitvoerlegging

Bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Groningen d.d. 12 september 2007, is veroordeelde veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee weken, met een proeftijd van twee jaren. Blijkens het onderzoek ter terechtzitting is voormeld vonnis onherroepelijk geworden op 27 september 2007. De proeftijd is op diezelfde datum ingegaan. De officier van justitie heeft op 30 september 2008 gevorderd dat last zal worden gegeven tot tenuitvoerlegging van voormelde voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf, omdat veroordeelde zich voor het einde van voormelde proeftijd heeft schuldig gemaakt aan onderhavige ten laste gelegde feiten. Ook de advocaat-generaal heeft de tenuitvoerlegging van voormelde straf gevorderd.

Nu is gebleken dat veroordeelde de hiervoor bewezen verklaarde feiten heeft begaan voor het einde van de bij voormeld vonnis gestelde proeftijd, zal het hof op grond van het vorenstaande de tenuitvoerlegging gelasten van voormelde straf.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14g, 36f, 57, 63, 266, 267 en 285 van het Wetboek van Strafrecht.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte onder 1 en 2 ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van vier weken;

wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde], domicilie kiezende te [plaats], tot een bedrag van tweehonderdzestig euro;

veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt - tot aan deze uitspraak begroot op nihil - en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van tweehonderdzestig euro ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde], domicilie kiezende te [plaats];

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van vijf dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;

bepaalt dat indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van bovenvermeld bedrag, de verplichting om te voldoen aan de vordering van de benadeelde partij komt te vervallen, alsmede dat, indien veroordeelde aan de vordering van de benadeelde partij heeft voldaan, de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen;

gelast de tenuitvoerlegging van de aan veroordeelde bij vonnis van de politierechter te Groningen van 12 september 2007 voorwaardelijk opgelegde straf, te weten:

gevangenisstraf voor de duur van twee weken.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. A.J. Rietveld, voorzitter, mr. K. Lahuis en

mr. P.W.J. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. L. Keekstra als griffier, zijnde

mr. Lahuis voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

- 7 - 24-000261-09