Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2009:BJ1314

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
02-07-2009
Datum publicatie
02-07-2009
Zaaknummer
24-003145-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vrijspraak van opzet- subsidiair schuldheling van het merendeel van de bij verdachte aangetroffen gestolen goederen, nu verdachte verklaringen heeft afgelegd over de verkrijging van die goederen, die geen, althans onvoldoende weerlegging vinden in andere bewijsmiddelen. Veroordeling tot zes maanden gevangenisstraf wegens opzetheling van goederen waarvoor het hiervoor overwogene niet geldt, alsmede overtreding van de Wet wapens en munitie en in de strafmaat rekening houdend met verdachtes omvangrijke documentatie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-003145-08

Parketnummers eerste aanleg: 17-880346-08 (vordering tenuitvoerlegging

17-880311-07 en 17-880468-07)

Arrest van 2 juli 2009 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Leeuwarden van 23 december 2008 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1978] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], van [adres],

thans preventief gedetineerd in PI Veenhuizen, gevangenis Groot Bankenbosch,

Bankenboschweg 2 te Veenhuizen,

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. B. Klunder, advocaat te Leeuwarden.

Het vonnis waarvan beroep

De rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot een straf, beslissingen genomen over de inbeslaggenomen voorwerpen en op een tweetal vorderingen tot tenuitvoerlegging beslist, zoals in dat vonnis is omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte voor het onder 1 (met uitzondering van het onderdeel "een of meer autoradio/cd-spelers") en 2 ten laste gelegde zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden, met aftrek van de tijd die door verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof de teruggave aan verdachte van de in de beslaglijst genoemde goederen zal bevelen, met uitzondering van het gaspistool, hetwelk moet worden onttrokken aan het verkeer. Tenslotte heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof de tenuitvoerlegging zal gelasten van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 26 oktober 2007 en 20 mei 2008 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraffen voor de duur van 110 dagen respectievelijk een maand.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

In de hieronder opgenomen tenlastelegging is de wijziging aangebracht die de eerste rechter heeft toegelaten. Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 31 augustus 2008, te [plaats], in de gemeente [gemeente], in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

- een hoeveelheid koperdraad/kabels

- een observatie-camera en een stofzuiger

- zogenoemd Salto-beslag

- een hoeveelheid aluminium

- een aanhangwagen, een aluminium trap en aluminium steigerdelen

- een rubberboot (van met merk Suzumar)

- een fototoestel (merk Pentax)

- een buitenboordmotor (van het merk Tohatsu)

- een hoeveelheid gereedschap (waaronder een compressor, een boormachine, een

accuboormachine, twee zogenoemde unilifters, een kabelknipper en een

magneetboormachine)

- een zaagtafel en een decoupeerzaag

- twee juke-boxen

- één of meer autoradio/cd-spelers

- een fiets

voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voornoemde goederen wist, of redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

2.

hij op of omstreeks 31 augustus 2008, te [plaats], in de gemeente [gemeente], een wapen van categorie III onder 1e, te weten een vuurwapen (een gaspistool van merk Valtro, 98 Civil, kaliber 9mm K.A.P) voorhanden heeft gehad;

Overwegingen omtrent het bewijs van het onder 1 ten laste gelegde

Aan verdachte is onder 1 ten laste gelegd dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan opzet- subsidiair schuldheling van een reeks van nader in die tenlastelegging benoemde goederen. Het hof stelt vast dat zich ten aanzien van al die goederen een aangifte van diefstal in het dossier bevindt en voorts dat die goederen, althans soortgelijke goederen, zijn aangetroffen hetzij in de door verdachte gehuurde loods, hetzij in de auto van verdachte.

Het hof is van oordeel dat onvoldoende wettig bewijs voorhanden is dat verdachte ten tijde van het verwerven of voorhanden krijgen van (het merendeel van) de in de tenlastelegging genoemde goederen wist of redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat het door misdrijf verkregen goederen betrof.

Het enkel aantreffen van gestolen goederen in de loods dan wel in de auto van verdachte kan bewezenverklaring van dit onderdeel van de tenlastelegging niet dragen. Omtrent de wijze waarop en de omstandigheden waaronder verdachte bedoelde goederen heeft verkregen is niet veel meer bekend dan hetgeen verdachte hierover zelf heeft verklaard. Die verklaringen houden onder meer in dat goederen door anderen buiten zijn medeweten in de loods zijn opgeslagen en dat goederen door hem zijn gekocht op rommelmarkten en/of in winkels onder omstandigheden, die verdachte geen aanleiding gaven een criminele herkomst te vermoeden. Deze verklaringen vinden geen, althans onvoldoende weerlegging in andere bewijsmiddelen.

Aldus dient verdachte in zoverre te worden vrijgesproken van hetgeen hem onder 1 wordt verweten.

Het hiervoor overwogene geldt niet ten aanzien van de van [bedrijf] afkomstige goederen. Het hof volgt verdachte in zijn verklaring dat het koperdraad, de observatiecamera en de stofzuiger - naar verdachte bekend was - door een kameraad van hem zijn gestolen en met zijn, verdachtes, medeweten en instemming in de loods zijn gelegd. Het hof acht dat deel van het onder 1 ten laste gelegde dan ook wettig en overtuigend bewezen.

Bewezenverklaring

Het hof acht bewezen dat:

1.

hij op 31 augustus 2008, te [plaats]

- een hoeveelheid koperdraad/kabels

- een observatie-camera en een stofzuiger

voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van voornoemde goederen wist, dat het door misdrijf verkregen goederen betrof;

2.

hij op 31 augustus 2008, te [plaats], een wapen van categorie III onder 1e, te weten een vuurwapen (een gaspistool van merk Valtro, 98 Civil, kaliber 9mm K.A.P) voorhanden heeft gehad;

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op de misdrijven:

1.

opzetheling, meermalen gepleegd;

2.

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de in hoger beroep op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan heling van goederen. Hij was op de hoogte van de te plegen en uiteindelijk gepleegde diefstal door een ander en heeft - al dan niet met de bedoeling de gestolen goederen te gelde te maken - de betreffende goederen opgeslagen in een hem toebehorende ruimte. Het hof rekent het verdachte aan de hij daarmee een bijdrage heeft geleverd aan de vermogenscriminaliteit die immers mede afhankelijk is van opslag- en afzetmogelijkheden.

Bij de doorzoeking van de door verdachte gehuurde loods troffen verbalisanten voorts een de verdachte toebehorend gaspistool aan, vallend onder categorie III van de Wet wapens en munitie. Hoewel het wapen in een dichtgeplakte plastic zak in onderdelen uiteenlag en - na montage door verbalisanten - niet zonder meer voor gebruik geschikt bleek, is het bezit ervan desondanks strafbaar. Het hof volgt de rechtbank in haar oordeel dat ook niet functionerende vuurwapens dan wel een verzameling onderdelen van vuurwapens onder de (verbods)bepalingen van de Wet wapens en munitie vallen. Het hof zal evenwel bij de straftoemeting ten gunste van verdachte rekening houden met het feit dat het vuurwapen niet zonder meer voor gebruik als zodanig geschikt was.

Het hof heeft voorts gelet op het de verdachte betreffende uittreksel uit het justitieel documentatieregister van 31 maart 2009, waaruit blijkt dat verdachte sedert 1994 frequent is veroordeeld voor - met name - vermogensdelicten. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan - onder meer - gewelds- en verkeersdelicten. Uit de rapportage van de reclassering van het Leger des Heils van 27 oktober 2008 blijkt dat verdachte sinds 1 juni 2005 aangemerkt is als veelpleger en sedertdien in het kader daarvan onder permanent toezicht en begeleiding staat van de reclassering. Het hof rekent het verdachte aan dat hij desondanks opnieuw is overgegaan tot het plegen van strafbare feiten.

Verdachtes justitiële geschiedenis in aanmerking nemend, is het hof van oordeel dat oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf de enige passende reactie is op de onderhavige feiten. Dat de duur daarvan korter zal zijn dan in eerste aanleg is opgelegd en door de advocaat-generaal is gevorderd is gelegen in de aanmerkelijke beperking die het hof in de bewezenverklaring heeft aangebracht. Gelet daarop zal het hof verdachte een gevangenisstraf opleggen van na te melden duur.

Tenuitvoerlegging (17-880311-07)

Bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden d.d. 26 oktober 2007 in de zaak met het parketnummer 17-880311-07 is verdachte veroordeeld tot - onder meer - 110 dagen gevangenisstraf voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. De proeftijd is ingegaan op 10 november 2007. De officier van justitie heeft d.d. 8 december 2008 gevorderd dat last zal worden gegeven tot tenuitvoerlegging van voormelde 110 dagen gevangenisstraf om reden, dat verdachte zich vóór het einde van voormelde proeftijd heeft schuldig gemaakt aan het in de zaak met het oorspronkelijke parketnummer 17-880346-08 ten laste gelegde feit.

De raadsvrouw van verdachte heeft ter terechtzitting van het hof aangevoerd dat de zaak waarop deze voorwaardelijke veroordeling betrekking heeft een feit betrof van een geheel andere aard, namelijk het plegen van huiselijk geweld jegens zijn levenspartner, dan de thans ter beoordeling staande feiten. Tenuitvoerlegging zou derhalve niet in de rede liggen, temeer daar bij het opleggen van die voorwaardelijke straf door de politierechter destijds is opgemerkt dat deze niet ten uitvoer zou worden gelegd als verdachte zich verder zou onthouden van dergelijke geweldpleging, hetgeen verdachte ook heeft gedaan. Aldus de raadsvrouw.

Het hof overweegt hierover dat het standpunt van de raadsvrouw geen steun vindt in het recht. Tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke veroordeling vereist slechts een binnen de proeftijd gepleegd en bewezen verklaard strafbaar feit, van welke aard dan ook, en een strafbare dader. Voorts kan verdachte, gelet op de omvang van zijn documentatie en eerdere tenuitvoerleggingen van voorwaardelijk opgelegde straffen, bekend worden verondersteld met de risico's van een voorwaardelijke veroordeling.

Nu gebleken is dat verdachte het hiervoor bewezen verklaarde feit heeft begaan vóór het einde van de bij voormeld vonnis gestelde proeftijd, zal het hof op grond van het vorenstaande de tenuitvoerlegging gelasten van voormelde gevangenisstraf van 110 dagen.

Tenuitvoerlegging (17-880468-07)

Bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden d.d. 20 mei 2008 onder parketnummer 17-880468-07 is verdachte veroordeeld tot - onder meer - een maand gevangenisstraf voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. De proeftijd is ingegaan op 4 juni 2008. De officier van justitie heeft d.d. 8 december 2008 gevorderd dat last zal worden gegeven tot tenuitvoerlegging van voormelde maand gevangenisstraf om reden, dat verdachte zich vóór het einde van voormelde proeftijd heeft schuldig gemaakt aan het in de zaak met het oorspronkelijke parketnummer 17-880346-08 ten laste gelegde feit.

Nu gebleken is dat verdachte het hiervoor bewezen verklaarde feit heeft begaan vóór het einde van de bij voormeld vonnis gestelde proeftijd, zal het hof op grond van het vorenstaande de tenuitvoerlegging gelasten van voormelde gevangenisstraf van een maand.

Onttrekking aan het verkeer

Het door het hof aan het verkeer te onttrekken voorwerp - een gaspistool, merk Valtro, 98 Civil, kaliber 9mm K.A.P. - is daarvoor vatbaar. Immers, met betrekking tot dit voorwerp is het onder 2 bewezen verklaarde feit begaan en is dit van zodanige aard, dat het ongecontroleerde bezit ervan in strijd is met de wet en het algemeen belang.

Teruggave

Het hof is van oordeel dat de inbeslaggenomen voorwerpen:

- een kabelhaspel, met inspectiesticker terpstra 0518-421775 m27-18;

- een zaagmachine, De Walt, in koffer, opschrift "alex";

- een gasmeter met opschrift "mondriaanstraat m f 1594/30035372;

- een draadvoerder, groen, Hitachi C1 10d2;

- een mobiele telefoon, Nokia, T-mobile, met camera 2 megapixel;

- een personenauto, Ford Escort, kenteken [kenteken];

moeten worden teruggegeven aan verdachte.

Opheffen bevel voorlopige hechtenis

Gelet op de duur van de op te leggen gevangenisstraf, de tijd die door verdachte reeds in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht en het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, zal het hof het bevel voorlopige hechtenis opheffen met ingang van 2 juli 2009.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14g, 36b, 36c, 57 en 416 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 3, 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte onder 1 en 2 ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van zes maanden;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering wordt gebracht;

verklaart aan het verkeer onttrokken:

een gaspistool, merk Valtro, 98 Civil, kaliber 9mm K.A.P.;

gelast de teruggave aan verdachte van:

- een kabelhaspel, met inspectiesticker terpstra 0518-421775 m27-18;

- een zaagmachine, De Walt, in koffer, opschrift "alex";

- een gasmeter met opschrift "mondriaanstraat m f 1594/30035372;

- een draadvoerder, groen, Hitachi C1 10d2;

- een mobiele telefoon, Nokia, T-mobile, met camera 2 megapixel;

- een personenauto, Ford Escort, kenteken [kenteken];

gelast de tenuitvoerlegging van de aan veroordeelde bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 26 oktober 2007 onder parketnummer 17-880311-07 voorwaardelijk opgelegde straf, te weten:

gevangenisstraf voor de duur van honderdtien dagen;

gelast de tenuitvoerlegging van de aan veroordeelde bij vonnis van de politierechter te Leeuwarden van 20 mei 2008 onder parketnummer 880468-07 voorwaardelijk opgelegde straf, te weten:

gevangenisstraf voor de duur van één maand;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte met ingang van 2 juli 2009.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. J. Hielkema, voorzitter, mr. O. Anjewierden en mr. W. Foppen, in tegenwoordigheid van J.B. Schwerzel als griffier, zijnde mr. Hielkema voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.