Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2009:BJ0945

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
30-06-2009
Datum publicatie
30-06-2009
Zaaknummer
24-000036-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt voor meerdere brandstichtingen en diefstallen van auto’s veroordeeld tot deels voorwaardelijke gevangenisstraf met als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht en opname in een kliniek.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-000036-09

Parketnummer eerste aanleg: 18-670353-08

Arrest van 30 juni 2009 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Groningen van 24 december 2008 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1984] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

thans verblijvende in P.I. HvB Ter Apel te Ter Apel,

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. R. Heemskerk, advocaat te Den Haag.

Het vonnis waarvan beroep

De rechtbank Groningen heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot een straf en heeft een beslissing genomen op de vorderingen van de benadeelde partijen, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal veroordelen ter zake van het hem onder 1 primair, onder 2, onder 3 primair, onder 4 en onder 5 primair ten laste gelegde tot gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar, met als bijzondere voorwaarde reclasseringsbegeleiding, omvattend opname in de Piet Roordakliniek. De advocaat-generaal heeft voorts de toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] tot een bedrag van € 2000,- gevorderd, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, subsidiair 40 dagen hechtenis en zij heeft toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] tot een bedrag van € 1270,- gevorderd, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, subsidiair 25 dagen hechtenis.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 14 augustus 2008, te [plaats 1], gemeente [gemeente], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een personenauto (merk Volkwagen, type Golf, kenteken [kenteken]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij te [plaats 1], gemeente [gemeente], op of omstreeks 14 augustus 2008 opzettelijk wederrechtelijk een motorrijtuig, (personenauto merk Volkswagen, type Golf, kenteken [kenteken]), toebehorende aan [benadeelde 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, als bestuurder heeft gebruikt op de weg, de [straat 1], in elk geval op een weg;

2.

hij op of omstreeks 14 augustus 2008, te [plaats 2], gemeente [gemeente], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht in/aan een auto (merk Volkswagen, type Golf, kenteken [kenteken]), geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1], immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) toen aldaar opzettelijk een voetenmat van die auto met een aansteker in brand gestoken, in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met een voetenmat, althans met (een) brandbare stof(fen), ten gevolge waarvan die auto geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die auto, in elk geval gemeen gevaar voor goederen, te duchten was;

3.

hij op of omstreeks 11 augustus 2008, te [plaats 1], gemeente [gemeente], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een personenauto (merk Ford, type Escort, kenteken [kenteken]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij te [plaats 1], gemeente [gemeente], op of omstreeks 11 augustus 2008 opzettelijk wederrechtelijk een motorrijtuig, (personenauto merk Ford, type Escort, kenteken [kenteken]), toebehorende aan [benadeelde 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, als bestuurder heeft gebruikt op de weg, de [straat 2], in elk geval op een weg;

4.

hij op of omstreeks 11 augustus 2008, te [plaats 3], gemeente [gemeente 3], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht in/aan een auto (merk Ford, type Escort, kenteken [kenteken]), geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 2], immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) toen aldaar opzettelijk een voetenmat van die auto met een aansteker in brand gestoken, in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met een voetenmat, althans met (een) brandbare stof(fen), ten gevolge waarvan die auto geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die auto, in elk geval gemeen gevaar voor goederen, te duchten was;

5.

hij op of omstreeks 26 augustus 2008, te [plaats 2], gemeente [gemeente], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een personenauto (merk Volkswagen, type Jetta, kenteken [kenteken]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij te [plaats 2], gemeente [gemeente], op of omstreeks 26 augustus 2008 opzettelijk wederrechtelijk een motorrijtuig, (personenauto merk Volkwagen, type Jetta, kenteken [kenteken]), toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, als bestuurder heeft gebruikt op de weg, de

[straat 3], in elk geval op een weg.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 primair, onder 2, onder 3 primair, onder 4 en onder 5 primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 14 augustus 2008, te [plaats 1], gemeente [gemeente], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto (merk Volkwagen, type Golf, kenteken [kenteken]), toebehorende aan [benadeelde 1], waarbij verdachte en zijn mededader(s) het weg te nemen goed onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak;

2.

hij op 14 augustus 2008, te [plaats 2], gemeente [gemeente] opzettelijk brand heeft gesticht in/aan een auto (merk Volkswagen, type Golf, kenteken [kenteken]), toebehorende aan [benadeelde 1], immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk een voetenmat van die auto met een aansteker in brand gestoken, ten gevolge waarvan die auto geheel of gedeeltelijk is verbrand, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die auto te duchten was;

3.

hij op 11 augustus 2008, te [plaats 1], gemeente [gemeente], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto (merk Ford, type Escort, kenteken [kenteken]), toebehorende aan [benadeelde 2];

4.

hij op of omstreeks 11 augustus 2008, te [plaats 3], gemeente [gemeente 3], opzettelijk brand heeft gesticht in/aan een auto (merk Ford, type Escort, kenteken [kenteken]), toebehorende aan [benadeelde 2], immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk een voetenmat van die auto met een aansteker in brand gestoken, ten gevolge waarvan die auto geheel of gedeeltelijk is verbrand, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die auto te duchten was;

5.

hij op of omstreeks 26 augustus 2008, te [plaats 2], gemeente [gemeente], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto (merk Volkswagen, type Jetta, kenteken [kenteken]), toebehorende aan [slachtoffer].

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 primair, onder 2, onder 3 primair, onder 4 en onder 5 primair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op de misdrijven:

onder 1 primair: diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

onder 2: opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is;

onder 3 primair: diefstal door twee of meer verenigde personen;

onder 4: opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is;

onder 5 primair: diefstal door twee of meer verenigde personen.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder die zijn begaan en gelet op de persoon van verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan vele strafbare feiten, waaronder meerdere brandstichtingen, diefstallen van auto's en inbraken in auto's. Aldus handelend heeft verdachte inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van de eigenaren van de auto's en gemeen gevaar voor goederen doen ontstaan. Daar komt bij dat verdachte deze feiten pleegde in een kleine gemeenschap, waarbinnen als gevolg van het handelen van verdachte grote onrust is ontstaan. Verdachte heeft aldus bijgedragen aan een gevoel van onveiligheid in die gemeenschap.

Bij het bepalen van de straf heeft het hof rekening gehouden met een verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 21 april 2009, waaruit blijkt dat verdachte meerdere malen is veroordeeld voor al dan niet soortgelijke strafbare feiten. Ook heeft het hof rekening gehouden met de ad informandum gevoegde feiten, zoals deze op de inleidende dagvaarding zijn vermeld en door verdachte zijn bekend.

Het hof heeft voorts kennis genomen van de omtrent verdachte opgemaakte rapportages, te weten het Voorlichtingsrapport van Reclassering Nederland d.d. 2 december 2008 en het psychiatrisch onderzoek Pro Justitia, d.d. 28 oktober 2008. Uit deze rapportages blijkt dat bij verdachte sprake is van een antisociale persoonlijkheidsstoornis. Verdachte heeft een vergrote hang naar spanning en avontuur, waardoor hij zijn eigen gedrag verminderd kan controleren. Daarnaast vertoont verdachte psychopathische trekken, te weten manipulerend gedrag, onbetrouwbaarheid en een gebrek aan schaamte, schuldgevoel en empathische vermogens. Het recidivegevaar wordt, zonder behandeling, als groot ingeschat. Om de kans op recidive te verminderen, zou een klinische behandeling in bijvoorbeeld de Piet Roorda Kliniek, het IMC, of de STAP in Assen, gevolgd door een geleidelijke resocialisatie in aanmerking komen.

Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, is het hof - met de advocaat-generaal - van oordeel dat de straf zoals door de rechtbank in eerste aanleg aan verdachte opgelegd, passend en geboden is. Verdachte heeft in hoger beroep naar het oordeel van het hof geen feiten of omstandigheden naar voren gebracht, die maken dat thans een andere straf meer passend zou zijn.

Vordering benadeelde partij [benadeelde 2]

Uit het onderzoek ter 's hofs terechtzitting is gebleken, dat de benadeelde partij [benadeelde 2] zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd en dat haar vordering in eerste aanleg geheel is toegewezen. Derhalve duurt de voeging ter zake van haar in eerste aanleg gedane vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort. Blijkens het voegingsformulier benadeelde partij in het strafproces vordert de benadeelde partij vergoeding van materiële schade tot een bedrag van € 1.270,-.

Het hof acht de vordering van de benadeelde partij tot het bedrag van € 1.270,- toewijsbaar nu voldoende is komen vast te staan dat door de bewezen verklaarde feiten aan het slachtoffer tot dat bedrag schade is berokkend en dat de schade aan verdachte kan worden toegerekend.

Gelet op het vorenstaande dient verdachte, als de in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Schadevergoedingsmaatregel

Het hof is met betrekking tot het bewezen verklaarde feit van oordeel dat verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de bewezen verklaarde feiten zijn toegebracht. Voormelde schade wordt door het hof vastgesteld op een bedrag van € 1.270,-.

Het hof acht het in het belang van de benadeelde partij aan de verdachte de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van dat bedrag ten behoeve van de benadeelde partij, in voege als na te melden.

Vordering benadeelde partij [benadeelde 1]

Uit het onderzoek ter 's hofs terechtzitting is gebleken, dat de benadeelde partij [benadeelde 1] zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd, dat haar vordering in eerste aanleg geheel is toegewezen en dat zij zich binnen de grenzen van haar eerste vordering in het geding in hoger beroep opnieuw heeft gevoegd. Derhalve duurt de voeging ter zake van haar in eerste aanleg gedane vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort. Blijkens het voegingsformulier benadeelde partij in het strafproces vordert de benadeelde partij vergoeding van materiële schade tot een bedrag van

€ 2.000,-.

Het hof acht de vordering van de benadeelde partij tot het bedrag van € 2.000,- toewijsbaar nu voldoende is komen vast te staan dat door de bewezen verklaarde feiten aan het slachtoffer tot dat bedrag schade is berokkend en dat de schade aan verdachte kan worden toegerekend.

Gelet op het vorenstaande dient verdachte, als de in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Schadevergoedingsmaatregel

Het hof is met betrekking tot het bewezen verklaarde feit van oordeel dat verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de bewezen verklaarde feiten zijn toegebracht. Voormelde schade wordt door het hof vastgesteld op een bedrag van € 2.000,-.

Het hof acht het in het belang van de benadeelde partij aan de verdachte de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van dat bedrag ten behoeve van de benadeelde partij, in voege als na te melden.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 36f (oud), 157, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte onder 1 primair, onder 2, onder 3 primair, onder 4 en onder 5 primair ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 primair, onder 2, onder 3 primair, onder 4 en onder 5 primair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van vierentwintig maanden;

beveelt, dat van de gevangenisstraf een gedeelte van zes maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, of de hierna te noemen bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

stelt als bijzondere voorwaarde:

dat de veroordeelde zich zal stellen onder toezicht van de Stichting Reclassering Nederland en zich zal gedragen naar de aanwijzingen van die instelling, ook indien deze inhouden klinische behandeling bij de Piet Roorda Kliniek te Apeldoorn of een soortgelijke door de Stichting Reclassering Nederland aan te wijzen instelling voor de duur van maximaal één jaar;

draagt genoemde instelling op de veroordeelde bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen;

bepaalt dat dit toezicht door genoemde instelling reeds tijdens de proeftijd kan worden beëindigd;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering wordt gebracht;

wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde 2], wonende te [woonplaats], tot een bedrag van duizend tweehonderdzeventig euro;

met dien verstande, dat indien de mededader van veroordeelde dit bedrag of een gedeelte daarvan heeft betaald, de veroordeelde in zoverre is of zal zijn bevrijd;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van duizend tweehonderdzeventig euro ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 2], wonende te [woonplaats];

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van vijfentwintig dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;

bepaalt dat indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van bovenvermeld bedrag, de verplichting om te voldoen aan de vordering van de benadeelde partij komt te vervallen, alsmede dat, indien veroordeelde aan de vordering van de benadeelde partij heeft voldaan, de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen;

wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde 1], wonende te [woonplaats], tot een bedrag van tweeduizend euro;

met dien verstande, dat indien de mededader van veroordeelde dit bedrag of een gedeelte daarvan heeft betaald, de veroordeelde in zoverre is of zal zijn bevrijd;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van tweeduizend euro ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 1], wonende te [woonplaats];

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van veertig dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;

bepaalt dat indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van bovenvermeld bedrag, de verplichting om te voldoen aan de vordering van de benadeelde partij komt te vervallen, alsmede dat, indien veroordeelde aan de vordering van de benadeelde partij heeft voldaan, de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. K. Lahuis, voorzitter, mr. S.H. Wachter en mr. G.J. Niezink, in tegenwoordigheid van

B.W. Mulder als griffier, zijnde mr. Niezink voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.