Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2009:BJ0721

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
29-06-2009
Datum publicatie
29-06-2009
Zaaknummer
24-001740-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich samen met zijn echtgenote schuldig gemaakt aan het overtreden van de Opiumwet door in een loods bij hun woning hennepplanten te telen. Verdachte wordt veroordeeld tot een maximale werkstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis en tevens tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. De in beslag genomen goederen worden - met uitzondering van de huishoudtrappen, welke worden teruggeven aan verdachte - onttrokken aan het verkleer.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-001740-07

Parketnummer eerste aanleg: 18-670461-06

Arrest van 29 juni 2009 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Groningen van 26 juni 2007 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1951] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. H.J. Pellinkhof, advocaat te Assen.

Het vonnis waarvan beroep

De rechtbank Groningen heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot straffen en heeft de in beslag genomen goederen onttrokken aan het verkeer, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal veroordelen tot een werkstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis, alsmede tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat de in beslag genomen goederen zullen worden onttrokken aan het verkeer.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks het tijdvak van 1 januari 2002 tot en met 5 september 2006, te [plaats], althans in de gemeente [gemeente], meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand gelegen aan of nabij [straat]) een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 5 september 2006, te [plaats], althans in de gemeente [gemeente], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand nabij of gelegen aan [straat]) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 492 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a

van die wet.

Bewezenverklaring

Het hof acht het ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat:

hij in het tijdvak van 1 januari 2002 tot en met 5 september 2006, te [plaats], in de gemeente [gemeente], meermalen, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk heeft geteeld (in een pand gelegen aan [straat]) hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 aanhef en onder B, van de Opiumwet gegeven verbod.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het overtreden van de Opiumwet door samen met zijn vrouw, in een loods bij hun woning, hennepplanten te telen. Door zijn handelen heeft verdachte de volksgezondheid in gevaar gebracht. Het gebruik van de op lijst II van de Opiumwet voorkomende middelen - de hennepproducten - brengt risico's mee voor de gezondheid van onder meer jonge gebruikers en veroorzaakt mede daardoor schade van velerlei aard in de samenleving.

De aard en de ernst van het gepleegde feit rechtvaardigen een onvoorwaardelijke werkstraf.

Uit het verdachte betreffende Uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 27 maart 2009 blijkt, dat verdachte reeds eerder is veroordeeld.

Het hof zal op grond van het voorgaande een werkstraf opleggen voor de maximale duur van 240 uren in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf. Met de voorwaardelijke straf wordt mede beoogd verdachte ervan te weerhouden zich opnieuw aan (soortgelijke) strafbare feiten schuldig te maken.

In beslag genomen goederen

De in beslag genomen goederen - zoals vermeld op de pagina's 15, 16 en 17 van het strafdossier - zal het hof onttrekken aan het verkeer, omdat het voorwerpen betreffen met behulp waarvan het strafbare feit is begaan, en de goederen van zodanige aard zijn, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang.

Voorts zal het hof de teruggave aan verdachte gelasten van de in beslag genomen huishoudtrappen, nu het belang van strafvordering zich daartegen niet verzet.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c (oud), 22d, 36b (oud), 36c en

63 (oud) van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 3, 11 en 13a van de Opiumwet.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van zes maanden;

beveelt, dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

veroordeelt verdachte tevens tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van tweehonderdveertig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van honderdtwintig dagen zal worden toegepast;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de voormelde werkstraf geheel in mindering wordt gebracht, berekend naar de maatstaf van twee uren werkstraf per dag;

verklaart aan het verkeer onttrokken:

de goederen zoals vermeld op de pagina's 15, 16 en 17 van het strafdossier, met uitzondering van 2 huishoudtrappen.

gelast de teruggave aan verdachte van:

2 huishoudtrappen.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. G. Dam, voorzitter, mr. P.J.M. van den Bergh en mr. J. Hielkema, in tegenwoordigheid van A.L.H. Wilkens als griffier, zijnde mr. van den Bergh buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.