Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2009:BI9513

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
23-06-2009
Datum publicatie
23-06-2009
Zaaknummer
-24003082-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft door bedreiging met gweld iemand gedwongen mee te gaan naar een bank om daar geld te pinnen. Dit slachtoffer wist op het laatste moment te ontkomen. Daarna heeft verdachte door bedreiging met geweld iemand gedwongen zijn scooter af te staan. Ten slotte heeft verdachte tweemaal onder bedreiging van een vuurwapen (of iets dat daarop leek) iemand beroofd. Eenmaal met een mededader en eenmaal alleen. Alle feiten werden op de openbare weg gepleegd.

Hoewel het hof verdachte van een vijfde feit (een afpersing) heeft vrijgesproken, legt het hof toch de door de advocaat-generaal wegens vijf feiten geëiste straf op. Met name op grond van - kort gezegd - de ernst van ieder van de bewezenverklaarde feiten en de omstandigheid dat verdachte al tweemaal eerder wegens soortgelijke feiten is veroordeeld. Het hof gelast tevens de tenuitvoerlegging van zes maanden gevangenisstraf die eerder voorwaardelijk waren opgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-003082-08

Parketnummer eerste aanleg: 18-670331-08 en 18-670305-07 (TUL)

Arrest van 23 juni 2009 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Groningen van 15 december 2008 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1985] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

thans verblijvende in P.I. HvB Ter Apel te Ter Apel,

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. W. Coppoolse, advocaat te Groningen.

Het vonnis waarvan beroep

De rechtbank Groningen heeft de verdachte bij het vonnis, met vrijspraak van het onder 6 ten laste gelegde, wegens misdrijven veroordeeld tot een straf, en heeft voorts op de vordering van de benadeelde partij en op een vordering tot tenuitvoerlegging beslist, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Voor zover het hoger beroep is gericht tegen de vrijspraak ter zake van het onder 6 ten laste gelegde, kan verdachte daarin niet worden ontvangen.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte wegens de onder 1 tot en met 5 ten laste gelegde feiten zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van zesendertig maanden, met aftrek van voorarrest. De advocaat-generaal heeft tevens gevorderd dat het hof de vordering van de benadeelde partij, ten bedrage van driehonderd euro, geheel zal toewijzen en dat het hof daarnaast aan de verdachte een schadevergoedingsmaatregel tot dat bedrag zal opleggen. De advocaat-generaal heeft ten slotte gevorderd dat het hof de tenuitvoerlegging zal gelasten van de zes maanden gevangenisstraf die de verdachte bij vonnis van de rechtbank Groningen d.d.

1 november 2007 voorwaardelijk zijn opgelegd.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis - voor zover daarvoor vatbaar - vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - voor zover hier van belang - ten laste gelegd, dat:

1:

hij op of omstreeks 11 augustus 2008, in de gemeente [gemeente], op een openbare weg (aan/in/nabij [straat 1] en/of [straat 2]), in elk geval een of meer openbare wegen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] te dwingen tot de afgifte van geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, met voormeld oogmerk

- tegen die die [slachtoffer 1] heeft gezegd: "Ik wil geen sex met jou, ik steek je neer en dit gaat je geld kosten" en/of "Ik steek een sleutel in jouw strot en dit is de laatste dag dat je adem haalt" en/of "Dit gaat je geld kosten, we gaan nu naar de bank geld pinnen" en/of "Ik ben een kamper en weet je te vinden", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, en/of

- (vervolgens) in de auto van die [slachtoffer 1] is gaan zitten en/of (vervolgens) tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd: "Ik maak je helemaal kapot" en/of "Ik steek je dood met een sleutel" althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, en/of

- (vervolgens) met die [slachtoffer 1] naar een bank is gereden en/of (vervolgens) met die [slachtoffer 1] die bank is binnengegaan en/of naar een aldaar aanwezige pinautomaat is gelopen en/of (vervolgens) gekeken naar het saldo van de rekening van die [slachtoffer 1] en/of (vervolgens) tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd: "Alles, alles", althans woorden van gelijke aard of strekking, en/of

- (aldus) een voor die [slachtoffer 1] bedreigende situatie heeft geschapen, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

2:

hij in of omstreeks de periode van 1 juni 2008 tot en met 11 juli 2008, in de gemeente [gemeente], meermalen, op verschillende tijdstippen, althans eenmaal, (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een of meer geldbedragen, in elk geval (telkens) van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval (telkend) aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld (telkens) hierin bestond(en) dat verdachte meermalen, althans eenmaal, (telkens)

- tegen die [slachtoffer 2] heeft gezegd: "Jij moet mij dat geld lenen, want anders kom ik jou halen" en/of "Als je het niet komt brengen dan kom ik je halen. Mijn vader is heel boos op jou" en/of "Als je mij geen geld geeft dan zet ik jou ook op de lijst" en/of "Dan worden er 2 kuilen gegraven", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, en/of

- met/door zijn dominante/intimiderende optreden en/of dwingende karakter een sfeer heeft gecreëerd waarbinnen die [slachtoffer 2] geen, althans (te) weinig weerstand tegen hem, verdachte, durfde te/kon bieden, en/of

- (aldus) een voor die [slachtoffer 2] bedreigende situatie heeft geschapen;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij in of omstreeks de periode van 1 juni 2008 tot en met 11 juli 2008 in de gemeente [gemeente] meermalen, op verschillende tijdstippen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk een of meer geldbedrag (in totaal 1100,-- euro), in elk geval (telkens) enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval (telkens) aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk(e) goed(eren) verdachte (telkens) anders dan door misdrijf, te weten van die [slachtoffer 2] (voor korte tijd) geleend, in elk geval (telkens) anders dan door misdrijf, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

3:

hij op of omstreeks 14 augustus 2008 in de gemeente [gemeente] met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een scooter (merk Kymco, kenteken [kenteken], kleur grijs) en/of sleutel(s) (van die scooter), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte op de openbare weg [straat 3] en/of [straat 4]),

- die [slachtoffer 2] tot stoppen heeft gedwongen, althans laten stoppen, en/of (vervolgens) de sleutel(s) uit het contactslot van die scooter heeft gepakt/gehaald en/of (daarbij) tegen die [slachtoffer 2] heeft gezegd: "ik wil met je praten onder het viaduct", "Als je niet wil praten dan steek ik je overhoop" en/of "Die sleutels krijg je niet terug, ik wil eerst met je praten", althans woorden van gelijke deigende en/of intimiderende aard of strekking, en/of

- (vervolgens) met die [slachtoffer 2] naar een pinautomaat is gereden en/of (aldaar) (wederom) de sleutel(s) van die scooter heeft gepakt en/of (daarbij) tegen die [slachtoffer 2] heeft gezegd: "Ik wil 300 euro van je hebben, anders verkoop ik je scooter", althans woorden van gelijke aard of strekking, en/of

- met/door zijn dominante/initmiderende optreden en/of dwingende karakter een sfeer heeft gecreëerd waarbinnen die [slachtoffer 2] geen, althans (te) weinig weerstand tegen hem, verdachte, durfde te/kon bieden, en/of

- (aldus) een voor die [slachtoffer 2] bedreigende situatie heeft geschapen;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 14 augustus 2008, in de gemeente [gemeente], althans in Nederland, een voorwerp, te weten een scooter (merk Kymco, kenteken [kenteken]) en/of sleutels (van die scooter), heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, althans van een voorwerp, te weten een scooter (merk Kymco, kenteken [kenteken]) en/of sleutels (van die scooter), gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;

4:

hij op of omstreeks 14 augustus 2008 in de gemeente [gemeente] op de openbare weg (aan/nabij (fietspad)[straat 5] en/of [straat 6]) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [benadeelde ] heeft gedwongen tot de afgifte van een portemonnee (met inhoud), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [benadeelde ], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte tezamen met zijn mededader(s), althans alleen,

- op het fietspad (langs/nabij [straat 5]/[straat 6]) is/zijn gaan staan en/of (vervolgens) die [benadeelde ] de weg/doorgang heeft/hebben versperd en/of tot stoppen heeft/hebben gedwongen, en/of

- die [benadeelde ] een pistool/vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen het hoofd heeft gehouden, althans aan die [benadeelde ] getoond, en/of

- (daarbij) tegen die [benadeelde ] heeft gezegd: "He mannie, geef je geld mannie", althans woorden van gelijke aard of strekking, en/of

- die [benadeelde ] heeft/hebben gefouilleerd, en/of

- (aldus) een voor die [benadeelde ] bedreigende situatie heeft/hebben geschapen;

5:

hij, op of omstreeks 15 augustus 2008, in de gemeente [gemeente], op de openbare weg (aan/nabij [straat 7] en/of in het [straat 1]) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot de afgifte van een portemonnee (met inhoud), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 3] en/of taxibedrijf [naam], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte tezamen met zijn mededader(s), althans alleen,

- een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op die [slachtoffer 3] heeft gericht, althans aan die [slachtoffer 3] heeft getoond, en/of

- (daarbij) tegen die [slachtoffer 3] heeft gezegd:"doe rustig aan, geef me je portemonnee, nu nu, althans woorden van gelijke aard en/of strekking. en/of;

- (aldus) een voor die [slachtoffer 3] bedreigende situatie heeft/hebben geschapen.

Vrijspraak

Bewijs voor de stelling dat verdachte het onder 2 (primair dan wel subsidiair) ten laste gelegde feit heeft gepleegd, kan hoofdzakelijk worden ontleend aan de verklaringen van aangever.

Weliswaar hebben ook andere getuigen over dat feit verklaard, doch zij ontlenen hun wetenschap omtrent dat feit aan dezelfde bron, namelijk aangever. De aangifte vindt niet voldoende steun in andere bewijsmiddelen om de overtuiging te bekomen dat verdachte dit feit heeft begaan. De verklaring van verdachte dat hij de aangever kent, maakt zulks niet anders.

Het hof acht niet bewezen hetgeen onder 2 primair en subsidiair aan verdachte is ten laste gelegd, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken.

Overweging ten aanzien van het bewijs

De raadsvrouw van verdachte heeft met betrekking tot feit 1 aangevoerd, dat het goed mogelijk is dat verdachte samen met [slachtoffer 1] naar de Rabobank ging om geld te pinnen, omdat [slachtoffer 1] verdachte zou gaan betalen voor seks. Eenmaal in de bank zag verdachte zijn neef [naam], en omdat hij niet wilde dat zijn seksuele escapades bekend raakten bij zijn familie, ging hij er snel vandoor. De raadsvrouw stelt dat deze lezing past binnen de gang van zaken zoals die uit de stukken in het dossier blijkt, zodat verdachte moet worden vrijgesproken van feit 1.

Verdachte heeft geen verklaring willen geven voor zijn aanwezigheid in de Rabobank te [plaats] op 11 augustus 2008. Hij heeft ter zitting van het hof, daarnaar gevraagd, slechts verklaard dat hij op 11 augustus 2008 alléén naar de Rabobank in [plaats] is gegaan. Ook nadat verdachte erop was gewezen dat de behandeling in hoger beroep voor hem de laatste mogelijkheid was voor een onderbouwing van zijn stelling, dat de reden voor zijn aanwezigheid in die bank een andere was dan door aangever [slachtoffer 1] was gesteld, heeft verdachte nagelaten zijn standpunt nader te onderbouwen. Hij heeft daarbij niet gesteld dat het voor hem niet mogelijk zou zijn om de gevraagde nadere onderbouwing te geven, maar hij heeft aangegeven dat hij die nadere onderbouwing om hem moverende redenen niet wil geven.

De lezing van de raadsvrouw van verdachte met betrekking tot de reden voor de aanwezigheid van verdachte in de desbetreffende bank past naar het oordeel van het hof niet bij de gegevens zoals die uit het dossier blijken. Met name is deze lezing strijdig met de verklaring van aangever [slachtoffer 1], die het hof betrouwbaar acht. Deze lezing past evenmin bij de - summiere - verklaring van verdachte omtrent zijn aanwezigheid in de bank.

Onder deze omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien, acht het hof de lezing van de raadsvrouw omtrent de aanwezigheid van verdachte op 11 augustus 2008 in de Rabobank te [plaats] niet aannemelijk geworden. Het hof gaat daarom aan die lezing voorbij.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 3 primair, 4 en 5 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1:

hij op 11 augustus 2008, in de gemeente [gemeente], op een openbare weg aan het [straat 1] en aan de [straat 2], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 1] te dwingen tot de afgifte van geld, toebehorende aan [slachtoffer 1], met voormeld oogmerk

- tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd: "Ik wil geen sex met jou, ik steek je neer en dit gaat je geld kosten" en "Ik steek een sleutel in jouw strot en dit is de laatste dag dat je adem haalt" en "Dit gaat je geld kosten, we gaan nu naar de bank geld pinnen" en "Ik ben een kamper en weet je te vinden", en

- vervolgens in de auto van die [slachtoffer 1] is gaan zitten en tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd: "Ik maak je helemaal kapot" en "Ik steek je dood met een sleutel" althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, en

- vervolgens met die [slachtoffer 1] naar een bank is gereden en vervolgens met die [slachtoffer 1] die bank is binnengegaan en naar een aldaar aanwezige pinautomaat is gelopen en vervolgens heeft gekeken naar het saldo van de rekening van die [slachtoffer 1] en vervolgens tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd: "Alles, alles", en

- aldus een voor die [slachtoffer 1] bedreigende situatie heeft geschapen, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

3 primair:

hij op 14 augustus 2008 in de gemeente [gemeente] met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een scooter (merk Kymco, kenteken [kenteken], kleur grijs) en de sleutel van die scooter, toebehorende aan [slachtoffer 2], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte op de openbare weg [straat 3] en/of [straat 4]),

- die [slachtoffer 2] heeft laten stoppen, en vervolgens de sleutel uit het contactslot van die scooter heeft gepakt en daarbij tegen die [slachtoffer 2] heeft gezegd: "Ik wil met je praten onder het viaduct", "Als je niet wil praten dan steek ik je overhoop" en "Die sleutels krijg je niet terug, ik wil eerst met je praten", althans woorden van gelijke dreigende en intimiderende aard of strekking, en

- vervolgens met die [slachtoffer 2] naar een pinautomaat is gereden en aldaar wederom de sleutel van die scooter heeft gepakt en daarbij tegen die [slachtoffer 2] heeft gezegd: "Ik wil 300 euro van je hebben, anders verkoop ik je scooter", althans woorden van gelijke aard of strekking, en

- door zijn dominante/initmiderende optreden een sfeer heeft gecreëerd waarbinnen die [slachtoffer 2] geen, althans te weinig weerstand tegen hem, verdachte, durfde te bieden, en

- aldus een voor die [slachtoffer 2] bedreigende situatie heeft geschapen;

4:

hij op 14 augustus 2008 in de gemeente [gemeente] op de openbare weg (nabij [straat 5] en de [straat 6]) tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [benadeelde ] heeft gedwongen tot de afgifte van een portemonnee met inhoud, toebehorende aan die [benadeelde ], welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte tezamen met zijn mededader,

- op het fietspad nabij [straat 5]/[straat 6] zijn gaan staan en vervolgens die [benadeelde ] de doorgang hebben versperd en tot stoppen hebben gedwongen, en

- die [benadeelde ] een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen het hoofd heeft gehouden, en

- daarbij tegen die [benadeelde ] heeft gezegd: "He mannie, geef je geld mannie", en

- die [benadeelde ] hebben gefouilleerd, en

- aldus een voor die [benadeelde ] bedreigende situatie hebben geschapen;

5:

hij op 15 augustus 2008, in de gemeente [gemeente], op de openbare weg (nabij de [straat 7] en het [straat 1]) met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot de afgifte van een portemonnee met inhoud, toebehorende aan die [slachtoffer 3] en/of taxibedrijf [naam], welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte

- een op een vuurwapen gelijkend voorwerp aan die [slachtoffer 3] heeft getoond, en

- daarbij tegen die [slachtoffer 3] heeft gezegd: "doe rustig aan, geef me je portemonnee, nu nu", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en

- aldus een voor die [slachtoffer 3] bedreigende situatie heeft geschapen.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1, 3 primair, 4 en 5 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op de misdrijven:

1:

poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg;

3 primair:

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg;

4:

afpersing gepleegd door twee of meer verenigde personen, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg;

5:

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft bij het bepalen van de straf gelet op de aard en de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon van verdachte. Het hof heeft in het bijzonder gelet op het navolgende.

Op grond van de door het hof gehanteerde oriëntatiepunten wordt aan een verdachte die wordt veroordeeld wegens (één) afpersing voorafgegaan door (bedreiging met) geweld met een vuurwapen in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van dertig maanden opgelegd.

Verdachte heeft zich driemaal schuldig gemaakt aan (vormen van) afpersing, en eenmaal aan diefstal met bedreiging met geweld. Al deze feiten werden op de openbare weg gepleegd. Bij twee van deze feiten maakte verdachte gebruik van een vuurwapen, of een voorwerp dat daarop leek. Ook heeft verdachte de hem bekende [slachtoffer 2], van wie hij wist dat hij zwakbegaafd en vrijwel weerloos was, als slachtoffer gekozen. Uit de stukken komt naar voren dat alle slachtoffers van verdachte hem als zeer bedreigend hebben ervaren.

Naar algemeen bekend is, hebben slachtoffers van dit soort feiten lang te lijden onder ervaringen als deze. De ervaring leert voorts dat overvallen in het algemeen niet alleen gevolgen hebben voor de direct betrokkenen, maar ook bij derden angstgevoelens en gevoelens van onveiligheid aanwakkeren.

Gelet op de ernst van deze feiten en de omstandigheden waaronder de feiten zijn gepleegd kan niet met een lichtere straf worden volstaan dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Daarbij komt ook nog dat verdachte, zoals blijkt uit het hem betreffende uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 22 april 2009, al tweemaal eerder is veroordeeld wegens soortgelijke feiten, laatstelijk bij vonnis van 1 november 2007 tot een gevangenisstraf waarvan het onvoorwaardelijk ten uit voer te leggen deel twaalf maanden bedroeg. Desondanks blijft hij recidiveren.

Op grond van het voorgaande, in samenhang beschouwd, is het hof van oordeel dat aan verdachte een zwaardere straf moet worden opgelegd dan de straf die door de advocaat-generaal werd gevorderd. Hoewel het hof een feit minder bewezen heeft verklaard, dan waar de advocaat-generaal bij haar vordering vanuit ging, acht het hof oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van zesendertig maanden niet alleen gerechtvaardigd, maar ook noodzakelijk. Het hof zal die straf dan ook aan verdachte opleggen.

Benadeelde partijen

[benadeelde ]

Uit het onderzoek ter zitting van het hof is gebleken dat de benadeelde partij zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd en dat de vordering in eerste aanleg is toegewezen tot een bedrag van € 300,--. De benadeelde partij heeft zich in het geding in hoger beroep opnieuw gevoegd binnen de grenzen van de oorspronkelijke vordering.

De vordering is van de zijde van verdachte niet, althans onvoldoende, weersproken. Verdachte heeft slechts gesteld dat hij het onder 4 ten laste gelegde feit niet heeft gepleegd. Het hof passeert dit verweer, nu het dit feit bewezen acht. Naar het oordeel van het hof is komen vast te staan dat de benadeelde partij immateriële schade heeft geleden tot een bedrag van driehonderd euro. Derhalve kan de vordering van [benadeelde ] tot dat bedrag worden toegewezen.

Het hof zal het toe te wijzen bedrag tevens opleggen in de vorm van de schadevergoedingsmaatregel.

De gevorderde wettelijke rente is eveneens voor toewijzing vatbaar.

Gelet op het bovenstaande dient verdachte, als de in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

[slachtoffer 1]

Uit het onderzoek ter zitting van het hof is gebleken dat de benadeelde partij zich in het geding in eerste aanleg niet, althans te laat, heeft gevoegd en dat daarop op de vordering in eerste aanleg niet is beslist. De benadeelde partij heeft zich in het geding in hoger beroep niet gevoegd, zodat het hof op deze vordering niet zal beslissen.

Beslissing op de vorderingen na voorwaardelijke veroordeling

parketnummer 18/670305-07

Bij vonnis van de rechtbank Groningen van 1 november 2007 is veroordeelde onder meer veroordeeld tot gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. Blijkens het onderzoek ter terechtzitting van het hof is voormeld vonnis onherroepelijk geworden op 16 november 2007. De proeftijd is ingegaan op 16 november 2007. De officier van justitie heeft d.d. 18 november 2008 gevorderd dat last zal worden gegeven tot tenuitvoerlegging van voormelde straf, ten aanzien waarvan bij voormeld vonnis bevel was gegeven, dat deze voorwaardelijk niet zou worden tenuitvoergelegd, om reden, dat veroordeelde zich voor het einde van voormelde proeftijd heeft schuldig gemaakt aan de ten laste gelegde feiten.

Nu gebleken is dat veroordeelde de hiervoor bewezenverklaarde feiten heeft begaan voor het einde van de bij voormeld vonnis gestelde proeftijd, zal het hof de tenuitvoerlegging gelasten van zes maanden gevangenisstraf.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 36f, 45, 57, 310, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep, voor zover dit is gericht tegen de vrijspraak ter zake van het onder 6 ten laste gelegde;

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, voor zover daarvoor vatbaar, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte onder 2 primair en subsidiair ten laste gelegde niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart het verdachte onder 1, 3 primair, 4 en 5 ten laste gelegde bewezen, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1, 3 primair, 4 en 5 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van zesendertig maanden;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering wordt gebracht;

wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde ], wonende te [woonplaats], tot een bedrag van driehonderd euro, vermeerderd met het bedrag van de wettelijke rente, te rekenen vanaf de dag waarop de schade is ontstaan met dien verstande, dat indien de mededader van veroordeelde dit bedrag of een gedeelte daarvan heeft betaald, de veroordeelde in zoverre is of zal zijn bevrijd;

veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt

- tot aan deze uitspraak begroot op nihil - en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van driehonderd euro, vermeerderd met het bedrag van de wettelijke rente, te rekenen vanaf de dag waarop de schade is ontstaan, ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde ], wonende te [woonplaats];

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van zes dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt met dien verstande, dat indien de mededader van veroordeelde dit bedrag of een gedeelte daarvan heeft betaald, de veroordeelde in zoverre is of zal zijn bevrijd;

bepaalt dat indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van bovenvermeld bedrag, de verplichting om te voldoen aan de vordering van de benadeelde partij komt te vervallen, alsmede dat, indien veroordeelde aan de vordering van de benadeelde partij heeft voldaan, de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen;

gelast de tenuitvoerlegging van de aan veroordeelde bij vonnis van de meervoudige kamer te Groningen van 1 november 2007 voorwaardelijk opgelegde straf, te weten:

gevangenisstraf voor de duur van zes maanden.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. G. Dam, voorzitter, mr. J. Hielkema en mr. H.K. Elzinga, in tegenwoordigheid van mr. A. Meester als griffier, zijnde mr. Elzinga voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.