Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2009:BI9385

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
23-06-2009
Datum publicatie
23-06-2009
Zaaknummer
24-002946-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verduistering van 25 fietsen in dienstbetrekking. Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 weken voorwaardelijk en een werkstraf voor de duur van 240 uren. Daarnaast is de schadevergoedingsmaatregel opgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-002946-08

Parketnummer eerste aanleg: 17-756285-07

Arrest van 23 juni 2009 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 5 december 2008 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1979] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. E.M. Bakx, advocaat te Heerenveen.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot straffen, heeft beslist op de vordering van de benadeelde partij en heeft de schadevergoedingsmaatregel opgelegd, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het verdachte ten laste gelegde bewezen zal verklaren en hem ter zake zal veroordelen tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 weken, met een proeftijd van twee jaren en een werkstraf voor de duur van 240 uren subsidiair 120 dagen vervangende hechtenis.

Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof de schadevergoedingsmaatregel zal opleggen tot een bedrag van

€ 4.900,- (hoofdelijk).

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Verdachte is ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van 6 november 2006 tot en met 6 november 2007, te [plaats], in de gemeente [gemeente], meermalen, althans eenmaal, opzettelijk 25, althans een aantal, fietsen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele toebehoorde(n) aan [benadeelde] en/of aan [benadeelde], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk(e) goed(eren) verdachte uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking van/als (vrachtwagen)lader bij transportbedrijf [naam], in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat:

hij in de periode van 6 november 2006 tot en met 6 november 2007, te [plaats], in de gemeente [gemeente], opzettelijk 25 fietsen, die toebehoren aan [benadeelde] en/of aan [benadeelde], en welke goederen verdachte uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking als vrachtwagenlader bij transportbedrijf [naam] onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

verduistering, gepleegd door hem die het goed uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking onder zich heeft, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft bij het bepalen van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn gepleegd en de persoon van verdachte. Het hof heeft in het bijzonder gelet op het navolgende.

Verdachte heeft in een periode van een jaar 25 fietsen verduisterd bij het transportbedrijf waar hij als vrachtwagenlader werkzaam was. Verdachte laadde de van fietsenfabrikanten afkomstige gloednieuwe fietsen, nadat deze bij het transportbedrijf waren opgeslagen in afwachting van verder vervoer naar de groot- en detailhandel of importeurs, in zijn auto en bracht die fietsen naar zijn woning. Vervolgens werden de fietsen op internet te koop aangeboden. Verdachte heeft daarbij zich laten leiden door het oogmerk van financieel gewin. Door aldus te handelen heeft verdachte zowel het vertrouwen van zijn werkgever in hem alsook het vertrouwen van de fietsenfabrikanten in het transportbedrijf, waarvan verdachte werknemer was, op grove wijze beschaamd.

De ernst van de feiten rechtvaardigt in beginsel oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Rekening houdend met de omstandigheid dat verdachte, zoals blijkt uit een hem betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 16 maart 2009, niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten, zal het hof een voorwaardelijke gevangenisstraf en een werkstraf van na te melden duur opleggen.

Beslag

Uit de dossierstukken is gebleken dat een geldbedrag van € 256,57 onder verdachte inbeslaggenomen is. Ter zitting van het hof heeft de advocaat-generaal verklaard dat op genoemd bedrag in het kader van een verdachte betreffende ontnemingsprocedure (die tezamen met de onderhavige strafzaak in eerste aanleg is behandeld) conservatoir beslag is gelegd. De ontnemingsprocedure is geëindigd in een (inmiddels) onherroepelijke ontnemingsbeslissing die in hoger beroep niet aan de orde is. Het hof zal, nu het beslag betrekking heeft op de ontnemingsprocedure, geen beslissing nemen ten aanzien van het geldbedrag.

Schadevergoedingsmaatregel

Het hof is met betrekking tot de bewezenverklaarde feiten van oordeel dat verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de feiten is toegebracht. De schade wordt door het hof vastgesteld op een bedrag van

€ 4.900. Het hof acht het in het belang van het slachtoffer ambtshalve aan verdachte de schadevergoedingsmaatregel voor het volledige bedrag van € 4.900 op te leggen op de wijze zoals hierna te melden.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22d, 22c (oud), 36f (oud), 57 (oud), 321 en 322 van het Wetboek van Strafrecht.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van drie weken;

beveelt, dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

veroordeelt verdachte tevens tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van tweehonderdveertig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van honderdtwintig dagen zal worden toegepast;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de voormelde werkstraf geheel in mindering wordt gebracht, berekend naar de maatstaf van twee uren werkstraf per dag;

legt aan verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat van vierduizend negenhonderd euro ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde], gevestigd te [vestigingsplaats];

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van negenenvijftig dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;

met dien verstande, dat indien één of meer van de mededaders van veroordeelde dit bedrag of een gedeelte daarvan heeft betaald, de veroordeelde in zoverre is of zal zijn bevrijd.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. A.J. Rietveld, voorzitter, mr. S.H. Wachter en mr. E. Pennink, in tegenwoordigheid van mr. I.N. Koers als griffier, zijnde mr. Pennink voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.