Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2009:BI8910

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
16-06-2009
Datum publicatie
19-06-2009
Zaaknummer
107.000.392/01 en 107.001.008/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Geheimhoudingsovereenkomst; in dit geval geen know how die onder de overeenkomst valt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Arrest d.d. 16 juni 2009

Zaaknummers 107.000.392/01 en 107.001.008/01

HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN

Arrest van de derde kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van het incident op grond van artikel 843a Rv. met zaaknummer 107.000.392/01:

1. Ameron International Corporation,

gevestigd te [vestigingsplaats]),

2. Ameron B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

appellanten,

in eerste aanleg: eisers,

hierna gezamenlijk te noemen: Ameron c.s.,

advocaat: mr. K.Th.M. Stöpetie, kantoorhoudende te Amsterdam, die ook heeft gepleit,

tegen

Autonational B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

geïntimeerde,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna te noemen: Autonational,

advocaat: mr. W.H.C. Bulthuis, kantoorhoudende te Leeuwarden,

voor wie gepleit heeft mr. H.W.J.M. Oderkerk, advocaat te Breda,

alsmede in de zaak met zaaknummer 107.001.008/01:

1. Ameron International Corporation,

gevestigd te [vestigingsplaats]),

2. Ameron B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

appellanten in het principaal en geïntimeerden in het voorwaardelijk incidenteel appel,

in eerste aanleg: eisers,

hierna gezamenlijk te noemen: Ameron c.s.,

advocaat: mr. K.Th.M. Stöpetie, kantoorhoudende te Amsterdam, die ook heeft gepleit,

tegen

Autonational B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

geïntimeerde in het principaal en appellante in het voorwaardelijk incidenteel appel,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna te noemen: Autonational,

advocaat: mr. W.H.C. Bulthuis, kantoorhoudende te Leeuwarden,

voor wie gepleit heeft mr. H.W.J.M. Oderkerk, advocaat te Breda,

Het geding in eerste instantie

In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in de vonnissen

uitgesproken in het incident op grond van artikel 843a Rv. en in de hoofdzaak op 1 december 2004, alsmede in uitsluitend de hoofdzaak op 14 december 2005 door de rechtbank Leeuwarden.

Het geding in hoger beroep

In de zaak met rolnummer 107.000.392/01

Bij exploit van 18 februari 2005 is door Ameron c.s. hoger beroep ingesteld van genoemd vonnis in het incident op grond van artikel 843a Rv van 1 december 2004 met dagvaarding van Autonational tegen de zitting van 16 maart 2005.

De conclusie van de memorie van grieven luidt:

"het vonnis van de Rechtbank Leeuwarden d.d. 1 december 2004, gewezen onder rolnummer 66261 / HA ZA 04-843, te vernietigen en, opnieuw recht doende, bij arrest, uitvoerbaar bij voorraad, alsnog de vorderingen van appellante (destijds eiseres) toe te wijzen, met veroordeling van geïntimeerden in de kosten van deze procedure in beide instanties."

Bij memorie van antwoord is door Autonational verweer gevoerd met als conclusie:

"Ameron niet ontvankelijk te verklaren in het beroep, althans de vorderingen van Ameron af te wijzen en het vonnis in incident van de rechtbank in stand te laten met veroordeling van appellanten in de kosten."

In de zaak met rolnummer 107.001.008/01

De inhoud van het tussenarrest in het incident tot voeging van 21 juni 2006 wegens verknochtheid wordt hier overgenomen.

In de zaken met rolnummers 107.000.392/01 en 107.001.008/01

De conclusie van de memorie van grieven - in de zaak met rolnummer 107.001.008/01- , tevens houdende vermeerdering van eis - in beide zaken - luidt:

"de vonnissen van de rechtbank te Leeuwarden van 1 december 2004 en 14 december 2005, met zaak- en rolnummer 66261 / HA ZA 04-843, te vernietigen en opnieuw rechtdoende, bij arrest, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, haar haar vorderingen alsnog toe te wijzen, alsmede voor recht te verklaren dat Autonational jegens eiseres sub 1 en/of eiseres sub 2 onrechtmatig heeft gehandeld door in strijd met de op haar rustende geheimhoudingsverplichtingen een fabriek voor de fabricage van pijpleidingen in Dammam te bouwen, dan wel - subsidiair - voor recht te verklaren dat Autonational jegens eiseres sub 1 en/of eiseres sub 2 onrechtmatig heeft gehandeld door te profiteren van de schending van geheimhoudingsverplichtingen door de eerder met haar verbonden vennootschap Autonational B.V., waardoor zij de Ameron know-how heeft kunnen gebruiken bij de bouw van een fabriek voor de fabricage van pijpleidingen in Dammam, met veroordeling van Autonational in de kosten van dit geding in beide instanties."

In de zaak met rolnummer 107.000.392/01

Ter rolle van 30 januari 2008 hebben Ameron c.s. de vermeerdering van eis in de zaak met rolnummer 107.000.392/01 ingetrokken.

In de zaak met rolnummer 107.001.008/01

De inhoud van het tussenarrest in het incident bezwaar tegen de vermeerdering van eis van 2 april 2008 wordt hier overgenomen.

Ameron c.s. hebben een akte "van overlegging producties" genomen.

Bij memorie van antwoord is door Autonational verweer gevoerd en (voorwaardelijk) incidenteel geappelleerd met als conclusie:

"Autonational (nieuw) is dus niet de juiste procespartij en de vorderingen tegen Autonational dienen dan ook niet ontvankelijk te worden verklaard c.q. te worden afgewezen. Het vonnis van de rechtbank was op dit punt juist en behoeft naar het oordeel van Autonational niet vernietigd te worden.

De vordering van beide Amerons dienen ook om andere redenen te worden afgewezen. Zie het hierboven staand.

Amerons' vorderingen moeten, zo zij al ontvankelijk, ook om ander redenen worden afgewezen.

Voor zover de vorderingen van Ameron jegens Autonational wel ontvankelijk zijn en de vorderingen kunnen worden toegewezen stelt Autonational het hiervoor verwoorde incidenteel appel in (voorwaardelijk incidenteel appel).

Autonational verzoekt uw Hof de vorderingen van Ameron af te wijzen en voor zover de voorwaarde is vervuld, het incidenteel appèl van Autonational gegrond te verklaren.

In appel en incidenteel appel kosten rechtens"

Door Ameron c.s. is bij memorie van antwoord in het (voorwaardelijk) incidenteel appel "tevens houdende aanvulling grondslag in principaal appel" geantwoord met als conclusie:

"het voorwaardelijk ingestelde incidentele hoger beroep van Autonational ongegrond te verklaren en Autonational te veroordelen in de kosten van dit hoger beroep."

In de zaken met rolnummers 107.000.392/01 en 107.001.008/01

Vervolgens hebben partijen hun zaak doen bepleiten onder overlegging van pleitnota's door hun advocaten.

Voorts heeft Autonational op 24 februari 2009 een akte in principaal appel en (voorwaardelijk) incidenteel appel genomen in de zaak met rolnummer 107.001.008/01, tevens akte in het incident op grond van artikel 843a Rv in de zaak met rolnummer 107.000.392/01.

Tenslotte hebben partijen de stukken overgelegd voor het wijzen van arrest.

De grieven

In de zaak met rolnummer 107.000.392/01

Ameron c.s. hebben één grief opgeworpen.

In de zaak met rolnummer 107.001.008/01

Ameron c.s. hebben in het principaal appel onder de kop "Aanvulling van en verbetering in de vaststelling van de feiten" een aantal niet genummerde grieven opgeworpen alsmede, naar het hof vaststelt, drie eveneens ongenummerde grieven tegen de verdere beoordeling van het geschil, welke drie laatstgenoemde grieven het hof in de door Ameron c.s. aangehouden volgorde zal nummeren I tot en met III.

Autonational heeft in het voorwaardelijk incidenteel appel één grief opgeworpen.

De beoordeling

In de zaak met rolnummer 107.000.392/01

Met betrekking tot de ontvankelijkheid

1. Autonational heeft als meest ver strekkend verweer opgeworpen dat tegen het vonnis van 1 december 2004, waarbij de incidentele vordering van Ameron c.s. in eerste aanleg was afgewezen, geen afzonderlijk hoger beroep mogelijk was zonder toestemming van de rechtbank.

2. Het hof is van oordeel dat het hier gaat om een zelfstandige vordering van Ameron c.s. en dat voor het hoger beroep tegen de afwijzing van de vordering in eerste aanleg geen afzonderlijke toestemming van de rechtbank nodig is, nu over deze vordering bij het vonnis van 1 december 2004 definitief is beslist, zodat dit door Autonational gedane beroep op niet-ontvankelijkheid van Ameron c.s. faalt.

In de zaak met rolnummer 107.001.008/01

Met betrekking tot de ontvankelijkheid

3. Appellante sub 2, Ameron B.V., heeft in Grief III aangevochten de beslissing van de rechtbank dat zij niet-ontvankelijk is in haar vorderingen. Autonational heeft ook in hoger beroep haar verweer gehandhaafd dat Ameron B.V. niet-ontvankelijk is.

4. Het hof is met de rechtbank van oordeel dat Ameron B.V. in haar vorderingen niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

4.1. Het hof neemt de motivering van de rechtbank over en maakt die tot de zijne. Voorts overweegt het hof dat Ameron B.V. in hoger beroep nog wel heeft gesteld dat zij schade heeft geleden en lijdt door het onrechtmatig gebruik door Autonational van Ameron know how, maar dat Ameron B.V. deze stelling - mede in het licht van de betwisting door Autonational - niet althans onvoldoende heeft onderbouwd.

5. Grief III van Ameron B.V. faalt.

In de zaak met rolnummer 107.001.008/01

Met betrekking tot de feiten

6. Tegen de weergave van de vaststaande feiten in rechtsoverweging 2 (2.1 tot en met 2.12) van genoemd vonnis van 14 december 2005 zijn, behoudens na te melden uitzonderingen met betrekking tot de (sub-)rechtsoverwegingen 2.1, 2.3, 2.6, 2.10 en 2.11, geen grieven ontwikkeld, zodat ook in hoger beroep in zoverre van die feiten zal worden uitgegaan.

Met betrekking tot de grieven in het principaal appel

Met betrekking tot de door Ameron c.s. voorgestane "Aanvulling van en verbetering in de vaststelling van de feiten"

7. Voor zover Ameron c.s. onder 33 in de memorie van grieven aanvoeren dat uit het voorstaande feitelijk relaas volgt "dat de vaststaande feiten aangevuld dienen te worden als hierboven vermeld", gaat het hof aan de bezwaren van Ameron c.s. voorbij, nu Ameron c.s. ter zake onvoldoende gespecificeerd en onvoldoende nauwkeurig grieven tegen de vaststelling door de rechtbank hebben geformuleerd.

ad rechtsoverweging 2.2

8. Ameron c.s. voeren aan dat de fabricage van pijpleidingen rechtmatig plaatsvindt in Geldermalsen, niet meer rechtmatig na het vervallen van de licentie in Dammam 1 en van de aanvang af onrechtmatig in Dammam 2.

9. Het hof constateert allereerst dat de grief zich kennelijk niet, zoals in de memorie van grieven is vermeld, richt tegen rechtsoverweging 2.1., maar tegen rechtsoverweging 2.2. Omdat hetgeen Ameron c.s. ter aanvulling van de vaststaande feiten aanvoeren geen tussen partijen vaststaande feiten zijn, maar juist onderdeel vormen van het geschil in hoger beroep, faalt de grief.

ad rechtsoverwegingen 2.3 en 2.6

10. Met betrekking tot rechtsoverweging 2.3 voeren Ameron c.s. aan dat Machinefabriek [persoonsnaam] te Sneek slechts een beperkte opdracht had gekregen en dat [betrokkene] bij die fabriek enkele jaren als constructeur had gewerkt.

11. Met betrekking tot rechtsoverweging 2.6 voeren Ameron c.s. aan dat toegevoegd moet worden dat de daarin genoemde werkzaamheden door Autonational zijn uitgevoerd aan de hand van alle, op de Ameron-fabriek in Geldermalsen betrekking hebbende gegevens.

12. Het hof oordeelt dat er geen rechtsregel is die de rechter verplicht alle door de ene partij gestelde en door de andere partij erkende of niet weersproken feiten als vaststaand in de uitspraak te vermelden. Het staat de rechter vrij uit de aldus tussen partijen vaststaande feiten die selectie te maken welke hem voor de beoordeling van het geschil relevant voorkomt.

13. Deze grieven treffen geen doel.

ad rechtsoverweging 2.10 en 2.11

14. Hetgeen Ameron c.s. tegen deze rechtsoverwegingen aanvoert komt in wezen neer, zoals Ameron c.s. ook zelf aangeven, op hetgeen Ameron c.s. tevens stellen in de hieronder te behandelen grief tegen het oordeel van de rechtbank dat Autonational niet is gebonden aan de geheimhoudingsbepaling van de overeenkomst van 1981. Ook hier gaat het niet om een bezwaar van Ameron c.s. tegen tussen partijen vaststaande feiten. Het hof zal op het betreffende bezwaar van Ameron c.s. hieronder nog ingaan.

In de zaken met rolnummers 107.000.392/01 en 107.001.008/01

Het geschil

15. Op 15 januari 1981 is een "Consultant Patent Assignment and Non-disclosure Agreement" gesloten tussen Ameron Inc. als "Company"en Autonational B.V. (oud) als "Consultant" (productie 3 bij de inleidende dagvaarding). Deze overeenkomst is namens Ameron Inc ondertekend door [betrokkene 1], Manufactoring Manager Geldermalsen, en namens Autonational B.V. (oud) door [betrokkene].

15.1. Artikel 1 van deze overeenkomst luidt:

"All inventions, developments or improvements which he (the Consultant; Hof) may make, conceive, invent, discover or otherwise acquire during employment of the Consultancy by the Company, whether or not made during regular working hours, with reference to the design, manufacture, Construction, installation, use, or assembling of such products or processes in which the Company is concerned, shall be subject to the provisions of this agreement, and Consultant agrees to promptly and fully disclose to the Company all matters whithin the scope hereof."

15.2. Artikel 4 van deze overeenkomst luidt:

"During and after employment of the Consultant by the Company, Consultant will not use for his own account nor divulge to others any of the matters that come within the scope of this agreement, nor will Consultant use or divulge to others any information which he receives in the course of his employment relating to the activities or work of the Company, including customer lists, marketing data, cost data, financial informaton, inventions, developments, or improvements made by the Company or any of its employees."

15.3. In hoger beroep hebben beide partijen gesteld dat op deze overeenkomst Nederlands recht toepasselijk is.

15.4. De overeenkomst is gesloten in het kader van werkzaamheden van Autonational B.V. (oud) voor de bouw van een fabriek in Dammam (Saoedi-Arabië) in 1981 (hierna te noemen Dammam I). Deze fabriek is gebouwd in opdracht van het samenwerkingsverband Bondstrand Ltd (hierna: BL), gesloten tussen Ameron en het Saoedische bedrijf Amiantit.

15.5. BL heeft op 1 maart 1992 een Licence Agreement met Ameron gesloten, die per 1 maart 2002 is geëindigd. Artikel 8 lid 1 hiervan luidt:

"BL shall at any time use its best efforts to keep confidential, in the sense that it shall in no way use, publish or disclose to any third person, except as provided herein, any Ameron Know-How learned directly or indirectly by BL from Ameron, except with Ameron's written consent."

15.6. Ameron c.s. hebben eerder een fabriek voor de fabricage van kunststofvezelpijpen in Geldermalsen gebouwd. Deze fabriek is in 1975 gemoderniseerd, waarbij machine werkzaamheden zijn uitgevoerd door Machinefabriek [persoonsnaam] te Sneek, bij wie destijds [betrokkene] werkzaam was. [betrokkene] was ook betrokken bij de werkzaamheden te Geldermalsen.

15.7. De naam van Autonational B.V. (oud) is in 1993 gewijzigd in Autonational Holding B.V.; sinds 2000 heet deze vennootschap IPM Holding B.V. [betrokkene] was van 1979 tot 2000 bestuurder van deze vennootschap.

15.8. De geïntimeerde Autonational is opgericht op 7 mei 1993, met als directeur en enig aandeelhouder Autonational beheer B.V.

15.9. In 2002 heeft Amipox Saudi Arabia Company Ltd (hierna: Amipox), een dochtermaatschappij van Amiantit, een fabriek voor de productie van kunstvezelpijpleidingen laten bouwen in Dammam, welke fabriek hierna wordt aangeduid als Dammam 2. De bouw van deze fabriek is uitgevoerd door Autonational.

16. Ameron c.s. stellen primair dat Autonational bij het totstandbrengen van Dammam 2 jegens haar wanprestatie heeft gepleegd door te handelen in strijd met de hiervoor onder 15.2 genoemde geheimhoudingsverplichting uit 1981.

16.1. Autonational betoogt evenwel noch direct noch indirect aan de overeenkomst van 1981 te zijn gebonden, omdat zij - pas opgericht in 1993 - geen partij was bij de overeenkomst van 1981. Voorts bestrijdt Autonational dat Ameron International Corporation, appellante sub 1, de rechtsopvolger is van Ameron Inc., die de overeenkomst van 1981 heeft gesloten.

17. Ameron c.s. stellen subsidiair dat Autonational jegens haar onrechtmatig heeft gehandeld door zonder toestemming van Ameron c.s. gebruik te maken van know how, die Autonational van Autonational B.V. (oud) heeft overgenomen.

17.1. Autonational stelt dat zij over de betreffende know how beschikt middels [betrokkene], die hierover al voor 1981 beschikte op grond van zijn ervaringen met de fabriek in Geldermalsen. Deze know how valt volgens Autonational derhalve niet onder de bescherming van de overeenkomst van 1981. Voorts handelde ook Amiantit middels Amipox niet onrechtmatig door kennis uit de samenwerking in BL betreffende Damman 1 te gebruiken, omdat in 2002 de Licence Agreement was beëindigd.

18. Ameron c.s. hebben meer subsidair gesteld, voor het eerst ten pleidooie in hoger beroep, dat Autonational inbreuk heeft gemaakt op het auteursrecht van Ameron c.s. op de tekeningen die voor de Ameronfabrieken in Geldermalsen en Dammam 1 zijn gemaakt.

18.1. Autonational heeft ten pleidooie verklaard niet te kunnen instemmen met deze vermeerdering van de grondslag van de vordering van Ameron c.s., waarop Ameron c.s. deze vermeerdering van de grondslag van hun vordering hebben ingetrokken.

19. In het incident op grond van artikel 843a Rv. vorderen Ameron c.s. dat het aan notaris [notaris] te Leeuwarden wordt toegestaan om afschriften van krachtens beslaglegging d.d. 19 juli 2004 door Ameron Inc. en appellante sub 2 Ameron B.V. ten laste van Autonational, bij hem in bewaring gegeven stukken aan Ameron c.s. te verstrekken.

De grief in de zaak met rolnummer 107.000.392 en de grieven I en II in het principaal appel in de zaak met rolnummer 107.001.008

20. De beide eerstgenoemde grieven stellen aan de orde het oordeel van de rechtbank dat Autonational niet aan de geheimhoudingsbepaling van de overeenkomst van 1981 is gebonden, omdat de geïntimeerde Autonational eerst in 1993 is opgericht en dat er geen sprake is van vereenzelviging van de geïntimeerde Autonational en de gelijknamige vennootschap Autonational B.V. oud, die in 1981 contracteerde met Ameron International Corporation.

21. In Grief II in de zaak met rolnummer 107.001.008 stellen Ameron c.s. subsidiair dat, indien Autonational niet rechtstreeks is gebonden aan de geheimhoudingsbepalingen in de overeenkomst van 1981, Autonational jegens haar onrechtmatig heeft gehandeld door zonder toestemming van Ameron c.s. gebruik te maken van know how die Autonational van Autonational B.V. (oud) heeft overgenomen.

22. Het hof zal de hiervoor genoemde grieven gezamenlijk behandelen. Hierbij staat centraal de uitleg van de hiervoor in rechtsoverweging 15.2 geciteerde clausule in de overeenkomst van 1981. Ameron c.s. betogen dat de know how betreffende zowel de fabriek te Geldermalsen als de know how betreffende de fabrieken Dammam I en II onder de geheimhoudingsverplichting vallen. Autonational bestrijdt dit.

22.1. Bij deze uitleg staat voorop dat de vraag wat partijen zijn overeengekomen niet enkel kan worden beantwoord op grond van de taalkundige uitleg van de bewoordingen van de overeenkomst. Het komt immers steeds aan op de zin die partijen over en weer redelijkerwijs aan elkaars verklaringen en gedragingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten.

23. Van beide ondertekenaars bij deze overeenkomst, [betrokkene 1] en [betrokkene], bevinden zich schriftelijke verklaringen bij de stukken.

23.1. [betrokkene 1], die de overeenkomst namens Ameron Inc. heeft ondertekend, heeft op 1 november 2004 verklaard (productie 2 bij zowel de conclusie van antwoord in eerste aanleg in het incident als in de hoofdzaak):

"Van september 1975 tot 2001 was ik in dienst bij Ameron B.V. Van 1975 tot 1989 had ik als functie manufacturingmanager van Geldermalsen en later was ik projectmanager voor Ameron voor de bouw van meerdere fabrieken in internationaal verband.

In dat kader ben ik nauw betrokken geweest met de modernisering van de productie-plant in Geldermalsen, en verder verantwoordelijk voor de nieuwbouw en modernisering van diverse fabrieken in Geldermalsen, Dammam (Saoedi-Arabië) en Singapore.

De fabriek in Geldermalsen werd omstreeks 1970/1971 gebouwd met ondersteuning van ontwerpbureau Alpha Engineering te Utrecht. De fabriek werd ontworpen op basis van reeds bestaande (ook door andere bedrijven) gehanteerde productiemethoden. Het ontwerp van deze productielijnen wordt gedicteerd door de handelingen die aan een product moeten geschieden. De gerealiseerde productielijnen zijn niet bijzonder exceptioneel. Ook concurrenten in de markt, waaronder FPI, Smith, Fiber Dürer in Duitsland en Wavin in Nederland hadden/hebben dergelijke productielijnen en productieprocessen. De machines voor zulke productielijnen zijn algemeen verkrijgbaar. De verschillende buizenfabrikanten maken op soortgelijke machines, onderling verschillende producten, die voor iedere fabrikant apart, andere specifieke eigenschappen hebben. Er zijn namelijk talloze procestechnische variabelen mogelijk waardoor de producten verschillende eigenschappen hebben. Ameron past dit principe ook toe, waardoor het Ameron product anders is dan van de concurrentie, zo niet uniek.

Betreffende de techniek in Geldermalsen tot ± 1990, werd alle engineering t.b.v. de machinebouw uitbesteed. Terwijl de procesengineering altijd in eigen beheer werd gedaan, dat wil zeggen door Ameron personeel. [betrokkene]/Autonational zijn nooit betrokken geweest bij het procestechnische deel van het productieproces. Ameron heeft, bij mijn weten, aan leveranciers van machines nooit verzocht bijzondere machines met Ameron eigen procestechnische eigenschappen te maken voor haar productielijnen.

Omstreek 1975/1976 is met een verdere modernisering van de fabriek in Geldermalsen aangevangen. Ameron heeft toen gebruik gemaakt van Machinefabriek [persoonsnaam] in Sneek, waar [betrokkene] werkte en van waaruit hij beschikbaar is gesteld voor het tekenwerk dat nodig was.

De modernisering hield tevens in dat verbeteringen die door voortschrijdende ontwikkelingen in de markt werden gepresenteerd, werden aangebracht. Dit moderniseringsproces gaat altijd door.

Ook toen heeft Ameron geen specifieke intellectuele rechten ontleend aan de uitvoering van het machinepark.

In 1977 hoeft [betrokkene] Autonational opgericht en vanaf dat moment heeft Autonational het engineeringwerk voor Geldermalsen gedaan. Daartoe heeft [betrokkene]/Autonational ook alle tekeningen van Geldermalsen met de updates op papier gezet (toen nog kalktekeningen).

Omstreeks 1980 werd door Ameron B.V. en Amiantit een jointventure opgericht, Bondstrand Ltd. in Dammam, Saudi-Arabië. Deze firma had als doel de productie en de verkoop van Ameron glasfiber buis in het Midden Oosten. Ameron B.V. had hierin een minderheidsaandeel van 40%. Voor de overdracht van de technische knowhow sloten Ameron Inc. (USA) en Amiantit/Bondstrand Ltd. een overeenkomst, waarvoor Ameron Inc. een som ineens en Ameron B.V. jaarlijks een omzet afhankelijk royalty's kreeg. Ik heb begrepen dat enige jaren geleden deze overeenkomst door de partijen niet is verlengd. Amiantit resp. Bondstrand Ltd. heeft dus in wezen door betaling beschikking gekregen over de knowhow die Ameron bezat op dit gebied, gedurende een periode van ongeveer 20 jaar. Het leveringscontract voor de engineering en de bouw van de fabriek in Dammam was tussen Ameron Inc. en Amiantit/Bondstrand Ltd. Deze engineering en bouw vond echter in Nederland plaats, waarbij Autonational het engineering deel deed. Ondergetekende coördineerde de machinebouw, de installatie en de inbedrijfstelling ter plekke.

In 1981 is de bouw van de fabriek in Dammam begonnen. Ook daar was Autonational bij betrokken. De fabriek in Dammam werd gerealiseerd op basis van de fabriek in Geldermalsen, het was eigenlijk een kopie. De fabriek van Geldermalsen (ook de gemoderniseerde) en hetgeen was in Dammam werd gerealiseerd, bevatte geen intellectuele of bijzondere kennis van Ameron. Eerder is er sprake van het feit dat de heer [betrokkene] ten tijde van de [persoonsnaam] periode en later via Autonational, Ameron met zijn reeds aanwezige kennis over Geldermalsen heeft geholpen. (cursivering hof)

Tegelijkertijd wilde Ameron Inc. dat Autonational een overeenkomst tekende betreffende kennis en geheimhouding.

De overeenkomst had als het ware een dubbele bedoeling.

1. Bescherming techniek: Als Autonational, Ameron-specifieke, b.v. procestechnische nieuwe technische vindingen zou vernemen dan diende zij de eventuele rechten die daar op zaten te respecteren en geheim te houden. Daaronder viel dus niet de kennis die [betrokkene] en/of Autonational al bezat en alles van voor 1981. Tevens viel niet onder de overeenkomst hetgeen voor of na 1981 tot algemene bekendheid hoorde of ging behoren. (cursivering hof)

Wij wilden gebruik maken van de kennis die [betrokkene]/Autonational had en aldus zou eerder Ameron dan Autonational kennis verkrijgen dan andersom. Uiteraard zou het dus slechts gaan om kennis die Autonational nog niet had en die zij van Ameron zou vernemen. Aldus heb ik dat ook destijds met [betrokkene] besproken.

2. Bescherming (niet technische) commerciële bedrijfsgeheimen: Als Autonational vanaf 1981 bedrijfsinformatie over Ameron vernam zoals prijslijsten, klantenbestanden, et cetera (niet bedoeld werd de technische fabrieksdetails) dan diende Autonational daarover geheimhouding te betrachten.

Ik heb dat ook aldus met Autonational besproken en op die basis hebben partijen de overeenkomst gesloten.

Met Autonational heb ik altijd prettig kunnen samenwerken en de fabrieken in Geldermalsen, Singapore en Dammam zijn door haar dan ook goed gerealiseerd.

Autonational heeft, zo was ook Ameron bekend, bij de andere relaties van Autonational engineerswerkzaamheden verricht en machines gerealiseerd, zelfs hele productielijnen. Ook in de glasfiberbuizen-markt. Dat is inherent aan die markt en Ameron heeft daartegen ook nooit geprotesteerd. Ameron wist dat dit niet te beschermen kennis was en een en ander van algemene bekendheid was. Ameron heeft moeten constateren dat concurrenten ook met de productietechnieken en de productiemethodes à la Geldermalsen werkten."

23.2. [betrokkene], die de overeenkomst namens Autonational B.V. oud heeft ondertekend, heeft in een brief van 19 oktober 2004 (productie 3 bij zowel de conclusie van antwoord in eerste aanleg in het incident als in de hoofdzaak) met een soortgelijke onderbouwing verklaard dat de door Autonational in 1981 gebruikte know how voor de fabriek Dammam 1, die een complete kopie moest worden van de eerder in Geldermalsen gebouwde fabriek, geen unieke productiemiddelen en/of methoden betrof, omdat deze in allerlei soorten van industrieën werden toegepast.

24. Het hof laat in het midden of Autonational van Autonational B.V. (oud) de door Ameron c.s. gestelde know how heeft overgenomen. Het hof ziet namelijk in het licht van de verklaringen van [betrokkene 1] en [betrokkene] niet in dat deze geacht kan worden te vallen onder de in artikel 1 van de overeenkomst genoemde know how, aangezien - in de woorden van [betrokkene 1] - "Ameron wist dat dit niet te beschermen kennis was en een en ander van algemene bekendheid was".

25. Gezien het voorgaande komt het hof niet toe aan het bewijsaanbod van Ameron c.s.

26. In beide zaken falen de grieven.

In de zaken met rolnummers 107.000.392/01 en 107.001.008/01

De slotsom.

27. De vonnissen waarvan beroep, zowel in het incident op grond van artikel 843a Rv. als in de hoofdzaak in het principaal appel, dienen te worden bekrachtigd met veroordeling van Ameron c.s. als de in het ongelijk te stellen partij in de kosten van het geding in hoger beroep; nu in beide zaken tegelijkertijd is gepleit en ten pleidooie niet los van de hoofdzaak aandacht is besteed aan het incident zal het hof de kosten van het pleidooi slechts in de hoofdzaak toeschatten (in de zaak met rolnummer 107.000.392/01 tarief II, 1 punt; in de zaak met rolnummer 107.001.008/01 tarief VI, 3 punten). Aan een behandeling van het voorwaardelijk incidenteel appel komt het hof niet toe.

De beslissing

Het gerechtshof:

in de zaken met rolnummers 107.000.392/01 en 107.001.008/01

bekrachtigt de vonnissen waarvan beroep;

in de zaak met rolnummer 107.000.392/01

veroordeelt Ameron c.s. in de kosten van het geding in hoger beroep en begroot die aan de zijde van Autonational tot aan deze uitspraak op € 291,-- aan verschotten en € 894,-- aan geliquideerd salaris voor de advocaat;

in de zaak met rolnummer 107.001.008/01

veroordeelt Ameron c.s. in de kosten van het geding in hoger beroep en begroot die aan de zijde van Autonational tot aan deze uitspraak op € 296,-- aan verschotten en € 9.789,-- aan geliquideerd salaris voor de advocaat;

in de zaken met rolnummers 107.000.392/01 en 107.001.008/01

verklaart deze veroordelingen in de proceskosten uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gewezen door mrs. Verschuur, Zandbergen en Voorink, raden, en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof van dinsdag 16 juni 2009 in bijzijn van de griffier.