Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2009:BI8788

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
19-06-2009
Datum publicatie
22-06-2009
Zaaknummer
24-001542-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt ter zake van mishandeling veroordeeld tot een geldboete van € 250,-, subsidiair 5 dagen vervangende hechtenis. De geldboete mag worden voldaan in termijnen. Benadeelde partij niet-ontvankelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-001542-08

Parketnummer eerste aanleg: 18-653203-07

Arrest van 19 juni 2009 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Groningen van 31 maart 2008 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1988] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door haar raadsman mr. E. Henkelman, advocaat te Groningen.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Groningen heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf en heeft beslist op de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte ter zake van het subsidiair ten laste gelegde zal veroordelen tot een werkstraf van 30 uren, subsidiair 15 dagen vervangende hechtenis alsmede dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard in de vordering tot schadevergoeding.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

zij op of omstreeks 27 mei 2007, in de gemeente [gemeente], met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, op of nabij de [straat], in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon genaamd [benadeelde], welk geweld bestond uit

-het krabben van die [benadeelde] en/of

-het tegen het hoofd en/of het lichaam van die [benadeelde] duwen, stompen, slaan, schoppen en/of trappen en/of

-(terwijl die [benadeelde] op grond lag) tegen het hoofd en/of het lichaam van die [benadeelde] stompen, slaan, schoppen en/of trappen;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

zij op of omstreeks 27 mei 2007, in de gemeente [gemeente], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk mishandelend een persoon genaamd

[benadeelde]

-heeft gekrabd en/of

-tegen het hoofd en/of het lichaam heeft geduwd, gestompt, geslagen, geschopt

en/of getrapt en/of

-(terwijl die [benadeelde] op grond lag) tegen het hoofd en/of lichaam heeft

gestompt, geslagen, geschopt en/of getrapt,

waardoor voornoemde [benadeelde] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

Vrijspraak

Het hof acht niet bewezen hetgeen primair aan verdachte is ten laste gelegd, zodat zij daarvan moet worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

zij op 27 mei 2007, in de gemeente [gemeente], opzettelijk mishandelend een persoon genaamd [benadeelde]

-heeft gekrabd en

-tegen het hoofd en het lichaam heeft geduwd, geslagen en getrapt,

waardoor voornoemde [benadeelde] pijn heeft ondervonden.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld subsidiair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

mishandeling.

Strafbaarheid

De raadsman van verdachte heeft ter terechtzitting van het hof aangevoerd dat verdachte heeft gehandeld vanuit noodweer. Aan dit verweer heeft de raadsman de verklaring van verdachte ter zitting van het hof ten grondslag gelegd. Ter zitting heeft verdachte verklaard dat er een dreigende situatie was ontstaan doordat zij werd omsloten door drie mannen, waarbij één man een voet tussen haar voordeur heeft gezet. De raadsman stelt dat verdachte meende zich te moeten verdedigen.

Het hof gaat uit van de volgende feiten. Toen verdachte thuiskwam - verdachte woont boven een shoarmazaak - stonden er drie jongens voor haar voordeur. Deze jongens maakten seksueel getinte opmerkingen. Verdachte is haar woning binnengegaan en vervolgens naar buiten gestormd, waarna zij één van deze jongens (te weten [benadeelde]) heeft getrapt, geduwd, gekrabd en geslagen. De verklaring van verdachte ter zitting vindt geen steun in overige bewijsmiddelen, ook niet in verdachtes eigen verklaring bij de politie, en is niet aannemelijk geworden. Het hof verwerpt derhalve het beroep op noodweer.

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder dit feit is begaan en de persoon van verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

Verdachte heeft zich op 27 mei 2007 schuldig gemaakt aan mishandeling van aangever [benadeelde]. Door aldus te handelen heeft verdachte een inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van aangever.

Het hof houdt bij de strafoplegging rekening met een verdachte betreffend Uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 27 april 2009, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.

Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, is het hof van oordeel dat een geldboete van na te noemen hoogte passend en geboden is.

Benadeelde partij

Gebleken is, dat de benadeelde partij [benadeelde] zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd, dat zijn vordering in eerste aanleg niet is toegewezen en dat hij zich binnen de grenzen van zijn eerste vordering in het geding in hoger beroep opnieuw heeft gevoegd. Derhalve duurt de voeging ter zake van zijn in eerste aanleg gedane vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort.

Het hof acht de vordering van de benadeelde partij niet van zo eenvoudige aard, dat zij zich leent voor de behandeling in het strafgeding. Gelet op het bepaalde in artikel 361, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, dient de benadeelde partij in zijn vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard, met bepaling, dat de benadeelde partij zijn vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Gelet op het vorenstaande dient de benadeelde partij, als de in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de verdachte gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 23 (oud), 24 (oud), 24a (oud), 24c (oud) en 300 van het Wetboek van Strafrecht.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte primair ten laste gelegde niet bewezen en spreekt haar daarvan vrij;

verklaart het verdachte subsidiair ten laste gelegde bewezen, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld subsidiair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot een geldboete van tweehonderdvijftig euro;

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van vijf dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;

bepaalt dat de geldboete mag worden voldaan in vijf opeenvolgende maandelijkse termijnen elk groot vijftig euro;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering;

bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van het geding door de verdachte gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. J. Hielkema, voorzitter, mr. O. Anjewierden en mr. G. Dam, in tegenwoordigheid van mr. J. Brink als griffier.