Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2009:BI8709

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
18-06-2009
Datum publicatie
18-06-2009
Zaaknummer
24-003119-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich, tezamen met haar medeverdachte, gedurende een periode van ruim twee-en-een-half jaar op grote schaal schuldig gemaakt aan oplichting, flessentrekkerij, verduistering en diefstal. Zij heeft erkend dat zij daarnaast de 42 op de dagvaarding vermelde, ad informandum gevoegde oplichtingsdelicten heeft begaan. De gedupeerden behoren in overwegende mate tot sectoren, waarin veelal zonder (harde) garanties wordt uitgegaan van de goede trouw van hen die van de geboden voorzieningen, diensten en hulp gebruikmaken: het Bed & Breakfastnetwerk in de provincie, verhuurders van kleinschalige vakantie-accomodaties, (leden van ) kerkgenootschappen en plattelandshoreca, omgevingen waarin doorgaans waarde wordt gehecht aan gastvrijheid en hulpvaardigheid. Met hun kennelijk innemende optreden wisten verdachte en haar medeverdachte keer op keer sympathie, empathie en vertrouwen te wekken om daar vervolgens op ontluisterende wijze misbruik van te maken. Mede rekening houdend met het feit dat verdachte reeds driemaal eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld, legt het hof een gevangenisstraf op voor de duur van 36 maanden, waarvan 9 maanden voorwaardelijk, met verplicht reclasseringstoezicht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-003119-08

Parketnummer eerste aanleg: 17-880317-08

Arrest van 18 juni 2009 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Leeuwarden van 9 december 2008 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1964] te [geboorteplaats],

zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,

thans verblijvende in PI Overijssel, Penitentiaire Inrichting voor Vrouwen, Huis van Bewaring Zwolle te Zwolle,

verschenen in persoon, bijgestaan door haar raadsman, mr. D.C. Keuning, advocaat te Groningen.

Het vonnis waarvan beroep

De rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot een straf, beslissingen genomen op de vorderingen van de benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen opgelegd, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Omvang van het hoger beroep

De raadsman van verdachte heeft verklaard geen hoger beroep te hebben willen instellen tegen de vrijspraken van 11 van de 22 onder 2 ten laste gelegde incidenten. Het hof zal het hoger beroep aldus beperkt opvatten, in die zin dat verdachte daarin in zoverre niet-ontvankelijk zal worden verklaard. Het hof overweegt daarbij dat de betreffende incidenten impliciet cumulatief ten laste zijn gelegd en dat de - al dan niet willekeurige - keuze daarvoor van de steller van de tenlastelegging niet in het nadeel van verdachte dient te werken.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte voor het onder 1, 2, 3 primair en 4 ten laste gelegde zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, bij welke straftoemeting rekening is gehouden met de ad informandum gevoegde feiten. Aan genoemde proeftijd dient het hof de bijzondere voorwaarde te verbinden dat verdachte zich zal houden aan de voorschriften en aanwijzingen van de reclassering en dat zij deelneemt aan het zogeheten Exodusproject. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof beslissingen neemt op de vorderingen van de benadeelde partijen, overeenkomstig hetgeen de rechtbank daaromtrent heeft bepaald in haar vonnis van 9 december 2009, een en ander met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Het hof heeft de in de tenlastelegging voorkomende kennelijke schrijffouten verbeterd gelezen. De verdachte wordt daarbij niet in enig belang geschaad.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

zij in of omstreeks de periode van 1 januari 2006 tot en met 8 augustus 2008, op na te noemen plaatsen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een beroep of een gewoonte heeft gemaakt van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich en/of (een) ander(en) de beschikking over die goederen te verzekeren, hebbende verdachte en/of haar mededader(s), telkens met voormeld oogmerk, de navolgende goederen - op tijd en plaats daarbij vermeld - gekocht, te weten (onder meer):

- in of omstreeks de periode van 30 januari 2006 tot en met 10 februari 2006, te [plaats 1], bij hotel [slachtoffer 1], een hoeveelheid consumpties en/of

- in of omstreeks de periode van 21 juni 2006 tot en met 29 juni 2006, te [plaats 2], bij een aan of bij de [straat 1] gevestigd kamerverhuurbedrijf, (meermalen) ontbijt, in ieder geval een of meer consumptie(s) en/of etenswaren en/of

- in of omstreeks de periode van 29 november 2007 tot en met 4 december 2007, te [plaats 3], bij een Bed en Breakfast, een hoeveelheid etenswaren (te weten ontbijt) en/of

- in of omstreeks de periode van 9 juli 2008 tot en met 13 juli 2008, te [plaats 4], bij een Bed en Breakfast, een hoeveelheid consumpties;

2.

(voor zover onderworpen aan hoger beroep)

zij in of omstreeks de periode van 1 januari 2006 tot en met 8 augustus 2008, op na te noemen plaatsen, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, na te noemen personen/bedrijven heeft/hebben bewogen tot de afgifte van (een) hoeveelhe(i)d(en) geld, in elk geval van enig goed, en/of tot het aangaan van een schuld (te weten het aangaan van een overeenkomst voor een (aantal) overnachting(en)) en/of het teniet doen van een inschuld, hebbende verdachte en/of haar mededader(s) toen aldaar (telkens) met voren omschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid - op tijd en plaats daarbij vermeld (onder meer)

- zich met gebruikmaking van een vals adres in of omstreeks de periode van 21 juni 2006 tot en met 29 juni 2006, te [plaats 2], in een aan of bij de [straat 2] gevestigd café ([slachtoffer 2]) ten opzichte van [naam] (de eigenaar van genoemd café) voorgedaan als (een) bonafide lener(s) van

80 euro, te weten door te zeggen/te suggereren, dat het geleende geld zal worden terugbetaald en/of

- zich in of omstreeks de periode van 1 juli 2006 tot en met 10 juli 2006, te [plaats 5], ten opzichte van een medewerk(st)er van [benadeelde 13], gelegen aan of bij de [straat 3] aldaar, voorgedaan als familie [alias], wonende te [plaats 6] en/of als (een) bonafide huurder(s) van een kamer in voornoemde [benadeelde 13] en/of lener(s) van 100 euro, door te zeggen dat hij/zij problemen had(den) met zijn/hun pinpas en/of door te zeggen/suggereren dat de huurpenningen en/of het geleende geld zal worden (terug)betaald en/of

- zich op of omstreeks 1 augustus 2007, te [plaats 7], ten opzichte van [slachtoffer 3] heeft voorgedaan als (een) bonafide lener(s) van 340 euro door te zeggen dat verdachte en/of haar mededader de bankpasjes thuis had(den) laten liggen en/of door te zeggen/suggereren dat de geleende 340 euro terugbetaald zal worden en/of

- zich in of omstreeks de periode van 20 september 2007 tot en met 25 september 2007, te [plaats 8], ten opzichte van een medewerk(st)er van een Bed en Breakfast, voorgedaan als (een) bonafide huurder(s) en/of lener(s) door te zeggen/suggereren dat de huurpenning(en) en/of geleend geld zal/zullen worden (terug)betaald en/of door te zeggen dat de/het bankpasje(s) thuis lag en/of

- zich, met gebruikmaking van de (valse) naam [alias] en/of de woonplaats [plaats 9], in of omstreeks de periode van 29 november 2007 tot en met 4 december 2007, te [plaats 3], ten opzichte van een medewerk(st)er van een Bed en Breakfast, voorgedaan als (een) bonafide huurder(s) van een kamer en/of lener(s) van 150 euro door te zeggen dat verdachte en/of haar mededader(s) de bankpasje(s) thuis had(den) laten liggen en/of door te zeggen/ suggereren dat de huurpenningen en/of het geleende geld (terug)betaald zullen/zal worden en/of

- zich op of omstreeks 13 maart 2008, te [plaats 10], ten opzichte van [benadeelde 12] voorgedaan als (een) bonafide lener(s) van 50 euro, te weten door belangstelling te veinzen voor het Apostolische genootschap en/of door te zeggen dat verdachte en/of haar mededader de bankpasjes thuis had(den) laten liggen en/of door te zeggen, dat de geleende 50 euro op 15 maart 2008 na het bijwonen van de kerkdienst zou worden terugbetaald en/of

- zich, met gebruikmaking van de (valse) naam [alias] en/of de woonplaats [plaats 11], in of omstreeks de periode van 7 april 2008 tot en met 23 april 2008, te [plaats 12], ten opzichte van [slachtoffer 4] voorgedaan als (een) bonafide huurder(s) van een caravan en/of lener(s) van 100 euro, door te zeggen/suggereren dat de huurpenningen en/of het geleende geld (terug)betaald zullen/zal worden en/of

- zich op of omstreeks 2 mei 2008, te [plaats 13], ten opzichte van [benadeelde 9] voorgedaan als (een) bonafide lener(s) van 250 euro door te zeggen dat hij/zij op zoek was/waren naar een oud-collega van de luchtmacht en/of door te zeggen dat verdachte en/of haar mededader de/het bankpasje(s) thuis had(den) laten liggen en/of door te zeggen dat de geleende 250 euro terug zal worden betaald en/of

- zich, met gebruikmaking van de (valse) na(a)m(en) [alias] en/of woonplaats [plaats 14], in of omstreeks de periode van 3 mei 2008 tot en met 21 mei 2008, te [plaats 15], ten opzichte van een medewerk(st)er van een Bed en Breakfast voorgedaan als (een) bonafide huurder(s) van een kamer en/of lener(s) van 200 euro door te zeggen/suggereren dat de huurpenningen en/of het geleende geld (terug)betaald zullen/zal worden en/of door te zeggen dat verdachte en/of haar mededader(s) de/het bankpasje(s) thuis had(den) laten liggen en/of

- zich op of omstreeks 20 juni 2008, te [plaats 16], ten opzichte van [slachtoffer 5] (de bewoner van [adres]) voorgedaan als (een) bonafide lener(s) van 50 euro, te weten door te zeggen lid te zijn van de doopsgezinde kerk en/of door te zeggen, dat verdachte en/of haar mededader(s) de bankpasjes thuis had(den) laten liggen en/of dat de geleende 50 euro zou worden terugbetaald bij de kerkdienst op 22 juni 2008 en/of

- zich, met gebruikmaking van de (valse) naam[alias] en/of woonplaats [plaats 17], in of omstreeks de periode van 27 juni 2008 tot en met 29 juni 2008, te [plaats 18], ten opzichte van [benadeelde 5] en/of [slachtoffer 6] (de bewoners van [adres]) voorgedaan als (een) bonafide lener(s) van 100 euro, te weten door te zeggen katholiek baptist te zijn en/of door te zeggen dat verdachte en/of haar mededader de bankpasjes thuis had(den) laten liggen en/of door te zeggen, dat de geleende 100 euro de volgende dag in de kerk zou worden terugbetaald,

terwijl zij, verdachte en/of haar mededader, voornoemde huurpenningen en/of rekening(en) en/of geleend geld niet terug heeft/hebben betaald, waardoor genoemde personen/bedrijven (telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte;

3.

zij in of omstreeks de periode van 20 juni 2006 tot en met 6 juni 2008, op nader te noemen plaatsen in Nederland, (meermalen) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk de hierna de noemen goederen, in elk geval (telkens) enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan te hierna te noemen rechthebbende(n), althans aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s), welk(e) goed(eren) verdachte en/of haar mededader(s) anders dan door misdrijf, te weten als gebruiker en/of huurder, onder zich had(den), wederrechtelijk zich heeft/hebben toegeëigend, te weten:

- in of omstreeks de periode van 20 juni 2006 tot en met 1 juli 2006, te [plaats 19], een (aantal) fiets(en) en/of een fietsreparatiesetje, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 7] en/of

- in of omstreeks de periode van 1 juli 2006 tot en met 10 juli 2006, te [plaats 5], een (aantal) fiets(en), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 8] en/of

- in of omstreeks de periode van 11 juli 2006 tot en met 18 juli 2006, te [plaats 21], een (aantal) fiets(en), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 9] en/of

- op of omstreeks 7 augustus 2007, te [plaats 22], een (aantal) fiets(en), geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 4] en/of

- in of omstreeks de periode van 7 april 2008 tot en met 23 april 2008, te [plaats 12], een (aantal) fiets(en), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] en/of

- in of omstreeks de periode van 5 juni 2008 tot en met 6 juni 2008, te [plaats 23], een (aantal) fiets(en), geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 14];

subsidiair, zo het vorenstaande niet mocht leiden tot schuldigverklaring van en strafoplegging aan verdachte

zij in of omstreeks de periode van 20 juni 2006 tot en met 6 juni 2008, op nader te noemen plaatsen in Nederland, (meermalen) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen de hierna te noemen goederen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de hierna te noemen rechthebbende(n), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s), te weten:

- in of omstreeks de periode van 20 juni 2006 tot en met 1 juli 2006, te [plaats 19], een (aantal) fiets(en) en/of een fietsreparatiesetje, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 7] en/of

- in of omstreeks de periode van 1 juli 2006 tot en met 10 juli 2006, te [plaats 5], een (aantal) fiets(en), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 8] en/of

- in of omstreeks de periode van 11 juli 2006 tot en met 18 juli 2006, te [plaats 21], een (aantal) fiets(en), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 9] en/of

- op of omstreeks 7 augustus 2007, te [plaats 22], een (aantal) fiets(en), geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 4] en/of

- in of omstreeks de periode van 7 april 2008 tot en met 23 april 2008, te [plaats 12], een (aantal) fiets(en), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] en/of

- in of omstreeks de periode van 5 juni 2008 tot en met 6 juni 2008, te [plaats 23], een (aantal) fiets(en), geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 14];

4.

zij in of omstreeks de periode van 19 augustus 2006 tot en met 20 augustus 2006, te [plaats 20], (althans) in de gemeente [gemeente feit 4], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid (kas)geld (van (ongeveer) 1000 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 10], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s).

Bewezenverklaring

Met betrekking tot het onder 2 bewezen verklaarde, voor zover aan hoger beroep onderworpen, is het hof van oordeel dat het bewegen tot het beschikbaar stellen van (overnachtings)accomodatie moet worden beschouwd als het aangaan van een schuld in de zin van artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht.

Het hof acht derhalve bewezen dat:

1.

zij in de periode van 1 januari 2006 tot en met 8 augustus 2008, op na te noemen plaatsen, tezamen en in vereniging met een ander, een beroep of een gewoonte heeft gemaakt van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich en een ander de beschikking over die goederen te verzekeren, hebbende verdachte en haar mededader, telkens met voormeld

oogmerk, de navolgende goederen - op tijd en plaats daarbij vermeld - gekocht, te weten:

- in de periode van 30 januari 2006 tot en met 10 februari 2006, te [plaats 1], bij hotel [slachtoffer 1], een hoeveelheid consumpties en

- in de periode van 21 juni 2006 tot en met 29 juni 2006, te [plaats 2], bij een aan de [straat 1] gevestigd kamerverhuurbedrijf meermalen ontbijt en

- in de periode van 29 november 2007 tot en met 4 december 2007, te [plaats 3], bij een Bed en Breakfast, een hoeveelheid etenswaren, te weten ontbijt en

- in de periode van 9 juli 2008 tot en met 13 juli 2008, te [plaats 4], bij een Bed en Breakfast, een hoeveelheid consumpties;

2.

zij in de periode van 1 januari 2006 tot en met 8 augustus 2008, op na te noemen plaatsen, meermalen, tezamen en in vereniging met een ander, telkens met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen, telkens door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een samenweefsel van verdichtsels, na te noemen personen/bedrijven heeft bewogen tot de afgifte van hoeveelheden geld en/of tot het aangaan van een schuld (te weten het aangaan van een overeenkomst voor een (aantal) overnachting(en)), hebbende verdachte en haar mededader toen aldaar telkens met voren omschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid - op tijd en plaats daarbij vermeld

- zich met gebruikmaking van een vals adres in de periode van 21 juni 2006 tot en met 29 juni 2006, te [plaats 2], in een aan de [straat 2] gevestigd café, [slachtoffer 2], ten opzichte van [naam], de eigenaar van genoemd café, voorgedaan als bonafide leners van 80 euro, te weten door te zeggen/te suggereren, dat het geleende geld zal worden terugbetaald en

- zich in of omstreeks de periode van 1 juli 2006 tot en met 10 juli 2006, te [plaats 5], ten opzichte van een medewerkster van [benadeelde 13], gelegen aan of bij de [straat 3] aldaar, voorgedaan als familie [alias], wonende te [plaats 6] en als bonafide huurders van een kamer in voornoemde [benadeelde 13] en leners van 100 euro, door te zeggen dat zij problemen hadden met hun pinpas en door te zeggen/suggereren dat de huurpenningen en het geleende geld zullen worden (terug)betaald en

- zich op 1 augustus 2007, te [plaats 7], ten opzichte van [slachtoffer 3] heeft voorgedaan als bonafide leners van 340 euro door te zeggen dat verdachte en haar mededader de bankpasjes thuis hadden laten liggen en door te zeggen/suggereren dat de geleende 340 euro terugbetaald zal worden en

- zich in de periode van 20 september 2007 tot en met 25 september 2007, te [plaats 8], ten opzichte van een medewerkster van een Bed en Breakfast, voorgedaan als bonafide huurders en leners door te zeggen/suggereren dat de huurpenningen en het geleende geld zullen worden (terug)betaald en door te zeggen dat de bankpasjes thuis lagen en

- zich, met gebruikmaking van de valse naam [alias] en de woonplaats [plaats 9], in de periode van 29 november 2007 tot en met 4 december 2007, te [plaats 3], ten opzichte van een medewerkster van een Bed en Breakfast, voorgedaan als bonafide huurders van een kamer en leners van 150 euro door te zeggen dat verdachte en haar mededader de bankpasjes thuis hadden laten liggen en door te zeggen/suggereren dat de huurpenningen en het geleende geld (terug)betaald zullen worden en

- zich op 13 maart 2008, te [plaats 10], ten opzichte van [benadeelde 12] voorgedaan als bonafide leners van 50 euro, te weten door belangstelling te veinzen voor het Apostolische genootschap en door te zeggen dat verdachte en haar mededader de bankpasjes thuis hadden laten liggen en door te zeggen, dat de geleende 50 euro op 15 maart 2008 na het bijwonen van de kerkdienst zou worden terugbetaald en

- zich, met gebruikmaking van de valse naam [alias] en de woonplaats [plaats 11], in de periode van 7 april 2008 tot en met 23 april 2008, te [plaats 12], ten opzichte van [slachtoffer 4] voorgedaan als bonafide huurders van een caravan en leners van 100 euro, door te zeggen/suggereren dat de huurpenningen en het geleende geld (terug)betaald zullen worden en

- zich op 2 mei 2008, te [plaats 13], ten opzichte van [benadeelde 9] voorgedaan als bonafide leners van 250 euro door te zeggen dat zij op zoek waren naar een oud-collega van de luchtmacht en door te zeggen dat verdachte en haar mededader de bankpasjes thuis hadden laten liggen en door te zeggen dat de geleende 250 euro terug zal worden betaald en

- zich, met gebruikmaking van de valse namen [alias] en de woonplaats [plaats 14], in de periode van 3 mei 2008 tot en met 21 mei 2008, te [plaats 15], ten opzichte van een medewerkster van een Bed en Breakfast voorgedaan als bonafide huurders van een kamer en leners van 200 euro door te zeggen/suggereren dat de huurpenningen en het geleende geld (terug)betaald zullen worden en door te zeggen dat verdachte en haar mededader de bankpasjes thuis hadden laten liggen en

- zich op 20 juni 2008, te [plaats 16], ten opzichte van [slachtoffer 5], de bewoner van [adres], voorgedaan als bonafide leners van 50 euro, te weten door te zeggen lid te zijn van de doopsgezinde kerk en door te zeggen, dat verdachte en haar mededader de bankpasjes thuis hadden laten liggen en dat de geleende 50 euro zou worden terugbetaald bij de kerkdienst op 22 juni 2008 en

- zich, met gebruikmaking van de valse naam [alias] en de woonplaats [plaats 17], in de periode van 27 juni 2008 tot en met 29 juni 2008, te [plaats 18], ten opzichte van [benadeelde 5] en [slachtoffer 6], de bewoners van [adres], voorgedaan als bonafide leners van 100 euro, te weten door te zeggen katholiek baptist te zijn en door te zeggen dat verdachte en haar mededader de bankpasjes thuis hadden laten liggen en door te zeggen, dat de geleende 100 euro de volgende dag in de kerk zou worden terugbetaald,

terwijl zij, verdachte en haar mededader, voornoemde huurpenningen en rekeningen en geleend geld niet hebben betaald, waardoor genoemde personen/bedrijven telkens werden bewogen tot bovenomschreven afgifte en/of tot het aangaan van een schuld;

3. primair

zij in de periode van 20 juni 2006 tot en met 6 juni 2008, op nader te noemen plaatsen in Nederland, meermalen, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk de hierna te noemen goederen, toebehorende aan de hierna te noemen rechthebbenden, welke goederen verdachte en haar mededader anders dan door misdrijf, te weten als gebruiker, onder zich hadden, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend, te weten:

- in de periode van 20 juni 2006 tot en met 1 juli 2006, te [plaats 19], een aantal fietsen en een fietsreparatiesetje, toebehorende aan [slachtoffer 7] en

- in de periode van 1 juli 2006 tot en met 10 juli 2006, te [plaats 5], een aantal fietsen, toebehorende aan [slachtoffer 8] en

- in de periode van 11 juli 2006 tot en met 18 juli 2006, te [plaats 21], een aantal fietsen, toebehorende aan [slachtoffer 9] en

- op 7 augustus 2007, te [plaats 22], een aantal fietsen, toebehorende aan [benadeelde 4] en

- in de periode van 7 april 2008 tot en met 23 april 2008, te [plaats 12], een aantal fietsen, toebehorende aan [slachtoffer 4] en

- in de periode van 5 juni 2008 tot en met 6 juni 2008, te [plaats 23], een aantal fietsen, toebehorende aan [benadeelde 14];

4.

zij in de periode van 19 augustus 2006 tot en met 20 augustus 2006, te [plaats 20], in de gemeente [gemeente feit 4], tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid kasgeld van ongeveer 650 euro, toebehorende aan [slachtoffer 10].

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1, 2, 3 primair en 4 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op de misdrijven:

1.

medeplegen van een beroep of gewoonte maken van het kopen van goederen, met het oogmerk om zonder volledige betaling zich of een ander de beschikking over die goederen te verzekeren, meermalen gepleegd;

2.

medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd;

3. primair

medeplegen van verduistering, meermalen gepleegd;

4.

diefstal, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de in hoger beroep op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte.

Door het hof is bewezen verklaard dat verdachte zich, tezamen met haar medeverdachte [medeverdachte], gedurende een periode van ruim twee-en-een-half jaar op grote schaal heeft schuldig gemaakt aan met name oplichting, maar ook aan flessentrekkerij, verduistering en diefstal. Verdachte heeft erkend dat zij daarnaast de 42 op de dagvaarding vermelde, ad informandum gevoegde oplichtingsdelicten heeft begaan.

Het hof stelt vast dat de gedupeerden in overwegende mate behoren tot sectoren, waarin veelal zonder (harde) garanties wordt uitgegaan van de goede trouw van hen die van de geboden voorzieningen, diensten en hulp gebruikmaken. Uit de stukken komt naar voren dat verdachte en [medeverdachte] zich hebben gericht op het Bed & Breakfastnetwerk in de provincie, op verhuurders van kleinschalige vakantie-accomodaties, op (leden van ) kerkgenootschappen en plattelandshoreca, omgevingen waarin doorgaans waarde wordt gehecht aan gastvrijheid en hulpvaardigheid. Met hun kennelijk innemende optreden wisten zij keer op keer sympathie, empathie en vertrouwen te wekken om daar vervolgens op ontluisterende wijze misbruik van te maken. Zo rekent het hof verdachte aan dat zij en [medeverdachte] veertien dagen lang te gast zijn geweest in de privéwoning van een café-eigenaar, die de door hen verrichte hand- en spandiensten en met name hun gezelschap vanwege zijn recente weduwnaarschap erg op prijs stelde. Op de laatste dag van hun verblijf hebben verdachte en [medeverdachte] - bij afwezigheid van hun gastheer - zich de dagomzet van het café toege-eigend, waarna zij geruisloos zijn vertrokken.

Uit de toelichting op diverse vorderingen van gedupeerden als benadeelde partij blijkt dat het optreden van verdachte en haar medeverdachte sporen nalaat, die dieper ingrijpen dan het (ook) geleden financiële nadeel. Zo schrijft een Bed & Breakfastexploitante: "Ik heb deze mensen drie weken in huis gehad. Ze hebben gegeten, gedronken en geslapen. Het was heel gezellig. Ze hebben nog € 200,- van mij geleend en twee nieuwe fietstassen. Ze zijn met stille trom vertrokken. Ik ben wel het vertrouwen in de mensen kwijtgeraakt en ik stop met Bed & Breakfast. Heel jammer allemaal en het is door geld niet te vervangen." En: "We hebben een fijn gesprek gehad over kerkelijke zaken. Vol vertrouwen hebben we € 250,- aan hen geleend met de belofte het over een paar dagen terug te zullen ontvangen. We hebben nooit meer iets van hen gehoord." Uit nagenoeg alle vorderingen spreken gevoelens van teleurstelling, ongeloof en bitterheid over het geheel onverwachte bedrog van deze "charmante en sympathieke mensen".

Het hof heeft voorts gelet op het de verdachte betreffend uittreksel uit het justitieel documentatieregister van 8 april 2009, waaruit naar voren komt dat zij driemaal eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten. Daarbij zijn - onder meer - gevangenisstraffen opgelegd van vijftien maanden, waarvan vijf maanden voorwaardelijk, van welk voorwaardelijk deel de tenuitvoerlegging inmiddels is bevolen. Daarnaast staat er nog een gevangenisstraf open van twee maanden. Uit genoemd uittreksel blijkt tevens dat er tot 2004 geen justitiecontacten zijn geweest.

Het hof heeft verdachte indringend bevraagd over de achtergronden van de haar ten laste gelegde gedragingen. Met name de duur, de stelselmatigheid en de kennelijke gewetenloosheid van die gedragingen alsmede het feit dat zij thans voor de vierde maal recidiveert roepen vragen op. Hoewel verdachte naar aanleiding van de haar gestelde vragen uitvoerig heeft verklaard, heeft het hof daarop geen sluitend antwoord kunnen verkrijgen. Op grond van de stukken, waaronder de over verdachte uitgebrachte rapportage van 6 november 2008 van dr. F. Luteyn, klinisch psycholoog, en hetgeen door en namens verdachte ter terechtzitting naar voren is gebracht leidt het hof af dat - kort gezegd - verdachtes jeugd en eerdere huwelijk haar hebben beschadigd. Langdurig gebrek aan affectie, mishandeling en vernedering hebben daarbij een rol gespeeld. Ook bij haar huidige partner en medeverdachte [medeverdachte] zou er sprake zijn van een belaste en belastende voorgeschiedenis. Na de beëindiging van haar huwelijk in het jaar 2000 heeft verdachte als gevolg van de door haar als bedreigend ervaren verstandhouding met haar ex-echtgenoot en het verlies van het contact met haar kinderen in 2002 met [medeverdachte] haar reguliere woonomgeving in de randstad verlaten. Gezamenlijk zijn zij door Nederland gaan zwerven. Verdachte beschrijft dit zelf als een vlucht uit de realiteit. Vanwege geldgebrek geraakten verdachte en [medeverdachte] al spoedig in een patroon van oplichtingen en soortgelijk bedrog. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat zij op een verkeerde wijze bezig is geweest met overleven, dat zij voortdurend last heeft gehad van haar geweten en dat zij de onderhavige feiten elke keer "met pijn in het hart" heeft begaan. Zij stelt haar aanhouding in augustus 2008 als een opluchting te hebben ervaren, omdat daarmee een einde kwam aan een bestaan, waarin zij voortdurend op de vlucht was en gestuurd werd door angst en stress.

Anders dan in een eerdere detentieperiode wordt verdachte thans in de gevangenis te Zwolle begeleid. Zij heeft diverse certificaten behaald, bekwaamt zich als callcentermedewerkster en stelt zich open voor psychologische en pastorale begeleiding. Zij stelt door dit alles gestructureerder en assertiever te zijn geworden en zich te richten op een nieuwe toekomst, waarin weliswaar een plaats is voor [medeverdachte], maar niet als deze - voor haar uiterst waardevolle - relatie ten koste zou gaan van haarzelf.

Het hof heeft bij de straftoemeting voorts gelet op voornoemde psychologische rapportage, waarin wordt geconcludeerd dat verdachte een labiele, afhankelijke en afwachtende persoonlijkheid heeft, maar dat het ten laste gelegde haar volledig kan worden toegerekend. Het (gebleken) recidiverisico kan - gelet op verdachtes motivatie om haar leven over een andere boeg te gooien - als klein worden ingeschat, zeker als zij na haar detentie het door de reclassering voorgestelde Exodusproject zal volgen in een justitieel kader. Verdachte is daarvoor inmiddels met haar - naar eigen zeggen - volledige instemming aangemeld. Zij zal in dat één jaar durende project geholpen worden met - onder meer - het verwerken van trauma's, het herstel van het contact met haar kinderen, budgettering en het opbouwen van een zelfstandig bestaan.

Gelet op het vorenstaande is het hof van oordeel dat de ernst van het bewezen verklaarde, de omvang daarvan, het grote aantal gedupeerden en de justitiële documentatie van verdachte een gevangenisstraf rechtvaardigen van substantiële duur. Anderzijds zal het hof rekening houden met de persoonlijke geschiedenis van verdachte en het belang van hervatting van haar leven op een enigszins afzienbare termijn. Het hof zal verdachte daarom een gevangenisstraf opleggen waarvan het onvoorwaardelijk deel korter en het voorwaardelijk deel langer is dan door de advocaat- generaal is gevorderd en in eerste aanleg is opgelegd. Aan de aan het voorwaardelijk deel verbonden proeftijd van twee jaren zal het hof, naast de algemene voorwaarde dat zij niet opnieuw overgaat tot het plegen van strafbare feiten, de bijzondere voorwaarde verbinden, dat zij zich houdt aan de voorschriften en aanwijzingen van de reclassering, zoals verwoord in de rapportages van

21 oktober 2008 en 18 november 2008. Deze voorschriften en aanwijzingen kunnen derhalve ook inhouden dat verdachte zal deelnemen aan voornoemd Exodusproject.

Benadeelde partij 1

Uit het onderzoek ter terechtzitting van het hof is gebleken, dat de benadeelde partij, [benadeelde 1], gevestigd te [vestigingsplaats 1], waarvoor [gemachtigde 1], wonende te [plaats 20], optreedt als gemachtigde, zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd, dat zijn vordering ad € 2.723,- in eerste aanleg gedeeltelijk is toegewezen en dat hij zich binnen de grenzen van zijn eerste vordering in het geding in hoger beroep opnieuw heeft gevoegd. Derhalve duurt de voeging ter zake van zijn gehele in eerste aanleg gedane vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort.

De vordering is door of namens verdachte niet weersproken. Nu deze het hof niet als onrechtmatig voorkomt voor zover het gaat om de onder 4 bewezen verklaarde ontvreemding van kasgeld ad

€ 650,-, kan de vordering derhalve in zoverre worden toegewezen, met dien verstande dat indien dit bedrag door de mededader geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, de verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd. Het hof zal de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaren in zijn vordering, nu dit deel geen rechtstreeks gevolg is van het onder 4 bewezen verklaarde feit.

Het hof zal het toe te wijzen bedrag tevens opleggen in de vorm van een schadevergoedings- maatregel.

Gelet op het vorenstaande dient verdachte, als de overwegend in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Benadeelde partij 2

Uit het onderzoek ter terechtzitting van het hof is gebleken, dat de benadeelde partij,

[benadeelde 2], wonende te [woonplaats 2], zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd, dat haar vordering in eerste aanleg gedeeltelijk is toegewezen en dat zij zich in het geding in hoger beroep niet opnieuw heeft gevoegd. Derhalve duurt de voeging ter zake van haar in eerste aanleg gedane vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort, voor zover die vordering in eerste aanleg is toegewezen.

De vordering van de benadeelde partij, die door of namens verdachte niet is weersproken, betreft een door verdachte en haar mededader geleend en niet terugbetaald geldbedrag ad € 150,- alsmede niet betaalde overnachtingen ad € 225,-, welk feit het hof onder 2 bewezen heeft verklaard. Het hof acht de vordering van de benadeelde partij toewijsbaar tot het bedrag van € 375,-, met dien verstande dat indien dit bedrag door de mededader geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, de verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd. De benadeelde partij zal in het resterende deel van de in eerste aanleg toegewezen vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, nu deze toewijzing berust op een kennelijke rekenfout aan de zijde van de rechtbank.

Het hof zal het toe te wijzen bedrag tevens opleggen in de vorm van een schadevergoedings- maatregel.

Gelet op het vorenstaande dienen de benadeelde partij en verdachte, als over en weer deels in het ongelijk gestelde partijen, ieder de eigen kosten te dragen van het geding en dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Benadeelde partij 3

Uit het onderzoek ter terechtzitting van het hof is gebleken, dat de benadeelde partij, [benadeelde 3] te [vestigingsplaats 3], waarvoor [gemachtigde 3] als gemachtigde optreedt, zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd, dat hij in zijn vordering in eerste aanleg niet-ontvankelijk is verklaard en dat hij zich binnen de grenzen van zijn eerste vordering in het geding in hoger beroep opnieuw heeft gevoegd. Derhalve duurt de voeging ter zake van zijn gehele in eerste aanleg gedane vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort.

De vordering van de benadeelde partij heeft betrekking op (een deel van) het onder 2 ten laste gelegde, waarvan verdachte in eerste aanleg is vrijgesproken. Als gevolg van deze vrijspraak valt dit deel van de tenlastelegging buiten de reikwijdte van het hoger beroep, waarmee de vrijspraak in eerste aanleg in stand blijft. Het hof zal de benadeelde partij om voornoemde reden niet-ontvankelijk verklaren in zijn vordering.

Gelet op het vorenstaande dient de benadeelde partij, als de in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de verdachte gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil.

Benadeelde partij 4

Uit het onderzoek ter terechtzitting van het hof is gebleken, dat de benadeelde partij, [benadeelde 4], wonende te [woonplaats 4], zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd, dat zijn vordering in eerste aanleg gedeeltelijk is toegewezen en dat hij zich binnen de grenzen van zijn eerste vordering ad € 1.598,- in het geding in hoger beroep opnieuw heeft gevoegd. Derhalve duurt de voeging ter zake van zijn gehele in eerste aanleg gedane vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort.

De vordering is door of namens verdachte niet weersproken. Nu deze het hof - gelet op de bewezenverklaring van het onder 3 ten laste gelegde en voor zover het gaat om het bedrag van

€ 1.278,40 - niet als onrechtmatig voorkomt, kan de vordering derhalve in zoverre worden toegewezen, met dien verstande dat indien dit bedrag door de mededader geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, de verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd. Het hof zal de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaren in zijn vordering, nu de benadeelde partij de door verdachte en haar mededader verduisterde fietsen twee jaar eerder had aangeschaft en een afschrijvingspercentage van 10% per jaar op de aankoopsom het hof als redelijk voorkomt.

Het hof zal het toe te wijzen bedrag tevens opleggen in de vorm van een schadevergoedings- maatregel.

Gelet op het vorenstaande dient verdachte, als de overwegend in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Benadeelde partij 5

Uit het onderzoek ter terechtzitting van het hof is gebleken, dat de benadeelde partij [benadeelde 5], wonende te [woonplaats 5], zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd en dat haar vordering in eerste aanleg geheel is toegewezen. Derhalve duurt de voeging ter zake van haar gehele vordering tot schadevergoeding van rechtswege voort in hoger beroep.

De vordering van de benadeelde partij, die door of namens verdachte niet is weersproken, betreft door verdachte en haar mededader geleend en niet terugbetaald geld ad € 100,-, welk feit het hof onder 2 bewezen heeft verklaard. Het hof acht de vordering geheel toewijsbaar, met dien verstande dat indien dit bedrag door de mededader geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, de verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.

Het hof zal het toe te wijzen bedrag tevens opleggen in de vorm van een schadevergoedings- maatregel.

Gelet op het vorenstaande dient verdachte, als de in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Benadeelde partij 6

Uit het onderzoek ter terechtzitting van het hof is gebleken, dat de benadeelde partij, [benadeelde 6], gevestigd te [vestigingsplaats 6], waarvoor [gemachtigde 6] als gemachtigde optreedt, zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd en dat haar vordering ad € 350,- in eerste aanleg geheel is toegewezen. Derhalve duurt de voeging ter zake van haar in eerste aanleg gedane vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort.

De vordering is door of namens verdachte niet weersproken. Nu deze het hof - gelet op de bewezenverklaring van het onder 2 ten laste gelegde - niet als onrechtmatig voorkomt, kan de vordering derhalve opnieuw worden toegewezen tot het gevorderde bedrag van € 350,-, met dien verstande dat indien dit bedrag door de mededader geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, de verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.

Het hof zal het toe te wijzen bedrag tevens opleggen in de vorm van een schadevergoedings- maatregel.

Gelet op het vorenstaande dient verdachte, als de in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op € 30,- aan gemaakte reiskosten, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Benadeelde partij 7

Uit het onderzoek ter terechtzitting van het hof is gebleken, dat de benadeelde partij [benadeelde 7], gevestigd te [vestigingsplaats 7], voor wie [gemachtigde 7] als gemachtigde optreedt, zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd en dat zijn vordering ad € 752,- in eerste aanleg geheel is toegewezen. Derhalve duurt de voeging ter zake van zijn gehele vordering tot schadevergoeding van rechtswege voort in hoger beroep.

De vordering van de benadeelde partij, die door of namens verdachte niet is weersproken, betreft door verdachte en haar mededader geleend en niet terugbetaald geld ad € 100,-, verschuldigde huurpenningen ad € 391,- en de dagwaarde van twee verduisterde fietsen ad € 250,- , welke feiten het hof onder 2 en 3 bewezen heeft verklaard. Het hof acht de vordering geheel toewijsbaar, met dien verstande dat indien dit bedrag door de mededader geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, de verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.

Het hof zal het toe te wijzen bedrag tevens opleggen in de vorm van een schadevergoedings- maatregel.

Gelet op het vorenstaande dient verdachte, als de in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op € 11,- (kosten uittreksel Handelsregister) en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Benadeelde partij 8

Uit het onderzoek ter terechtzitting van het hof is gebleken, dat de benadeelde partij, [benadeelde 8] te [vestigingsplaats 8], waarvoor [gemachtigde 8] optreedt als gemachtigde, zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd, dat haar vordering ad € 562,50 in eerste aanleg gedeeltelijk is toegewezen en dat zij zich binnen de grenzen van haar eerste vordering in het geding in hoger beroep opnieuw heeft gevoegd. Derhalve duurt de voeging ter zake van haar gehele in eerste aanleg gedane vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort.

De vordering van de benadeelde partij heeft betrekking op zowel (een deel van) het onder 2 ten laste gelegde als op (een deel van) het onder 3 ten laste gelegde. Verdachte is vrijgesproken van dat deel van het onder 2 ten laste gelegde waarop de vordering betrekking heeft, als gevolg waarvan dit deel buiten de reikwijdte van het hoger beroep valt, waarmee de vrijspraak in eerste aanleg alsmede de niet-ontvankelijkheid van de vordering van de benadeelde partij voor dat deel in stand blijft. Nu de vordering het hof voor het overige deel - gelet op de bewezenverklaring van het onder 3 ten laste gelegde - niet als onrechtmatig voorkomt, kan de vordering derhalve worden toegewezen tot het bedrag van € 400,-, met dien verstande dat indien dit bedrag door de mededader geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, de verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd. Het hof zal de benadeelde partij voor het overige om voornoemde reden niet-ontvankelijk verklaren in zijn vordering.

Het hof zal het toe te wijzen bedrag tevens opleggen in de vorm van een schadevergoedings- maatregel.

Gelet op het vorenstaande dient verdachte, als de overwegend in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Benadeelde partij 9

Uit het onderzoek ter terechtzitting van het hof is gebleken, dat de benadeelde partij [benadeelde 9], wonende te [woonplaats 9], zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd en dat haar vordering ad € 250,- in eerste aanleg geheel is toegewezen. Derhalve duurt de voeging ter zake van haar gehele vordering tot schadevergoeding van rechtswege voort in hoger beroep.

De vordering van de benadeelde partij, die door of namens verdachte niet is weersproken, betreft door verdachte en haar mededader geleend en niet terugbetaald geld ad € 250,-, welk feit het hof onder 2 bewezen heeft verklaard. Het hof acht de vordering geheel toewijsbaar, met dien verstande dat indien dit bedrag door de mededader geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, de verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.

Het hof zal het toe te wijzen bedrag tevens opleggen in de vorm van een schadevergoedings- maatregel.

Gelet op het vorenstaande dient verdachte, als de in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op € 19,90 wegens gemaakte reiskosten, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Benadeelde partij 10

Uit het onderzoek ter terechtzitting van het hof is gebleken, dat de benadeelde partij, [benadeelde 10], gevestigd te [vestigingsplaats 10] (gemeente [gemeente 10]), waarvoor [gemachtigde 10] optreedt als gemachtigde, zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd, dat zijn vordering ad € 323,60 in eerste aanleg gedeeltelijk is toegewezen en dat hij zich binnen de grenzen van zijn eerste vordering in het geding in hoger beroep opnieuw heeft gevoegd. Derhalve duurt de voeging ter zake van zijn gehele in eerste aanleg gedane vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort.

De vordering van de benadeelde partij heeft betrekking op zowel (een deel van) het onder 1 ten laste gelegde als op (een deel van) het onder 2 ten laste gelegde. Verdachte is vrijgesproken van het dat deel van het onder 2 ten laste gelegde, waarop de vordering betrekking heeft, als gevolg waarvan dit deel buiten de reikwijdte van het hoger beroep valt, waarmee de vrijspraak in eerste aanleg alsmede de niet-ontvankelijkheid van de vordering van de benadeelde partij voor dat deel in stand blijft.

Nu de vordering het hof voor het overige deel - gelet op de bewezenverklaring van het onder 1 ten laste gelegde - niet als onrechtmatig voorkomt, kan de vordering derhalve worden toegewezen tot het bedrag van € 43,60, met dien verstande dat indien dit bedrag door de mededader geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, de verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd. Het hof zal de benadeelde partij voor het overige om voornoemde reden niet-ontvankelijk verklaren in zijn vordering.

Het hof zal het toe te wijzen bedrag tevens opleggen in de vorm van een schadevergoedings- maatregel.

Gelet op het vorenstaande dienen de benadeelde partij en verdachte, als over en weer deels in het ongelijk gestelde partijen, ieder de eigen kosten te dragen van het geding, tot op heden begroot op nihil, en dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Benadeelde partij 11

Uit het onderzoek ter terechtzitting van het hof is gebleken, dat de benadeelde partij, [benadeelde 11], wonende te [woonplaats 11], zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd, dat zij in haar vordering in eerste aanleg niet-ontvankelijk is verklaard en dat zij zich binnen de grenzen van haar eerste vordering in het geding in hoger beroep opnieuw heeft gevoegd. Derhalve duurt de voeging ter zake van haar gehele in eerste aanleg gedane vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort.

De vordering van de benadeelde partij heeft betrekking op (een deel van) het onder 2 ten laste gelegde, waarvan verdachte in eerste aanleg is vrijgesproken. Als gevolg van deze vrijspraak valt dit deel van de tenlastelegging buiten de reikwijdte van het hoger beroep, waarmee de vrijspraak in eerste aanleg en de als gevolg daarvan uitgesproken niet-ontvankelijkheid van de vordering van de benadeelde partij in stand blijft.

Gelet op het vorenstaande dient de benadeelde partij, als de in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de verdachte gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil.

Benadeelde partij 12

Uit het onderzoek ter terechtzitting van het hof is gebleken, dat de benadeelde partij, [benadeelde 12], wonende te [woonplaats 12], zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd, dat zijn vordering ad € 50,- in eerste aanleg geheel is toegewezen. Derhalve duurt de voeging ter zake van zijn in eerste aanleg gedane vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort.

De vordering is door of namens verdachte niet weersproken. Nu deze het hof - gelet op de bewezenverklaring van het onder 2 ten laste gelegde - niet als onrechtmatig voorkomt, kan de vordering derhalve opnieuw worden toegewezen tot het gevorderde bedrag van € 50,-, met dien verstande dat indien dit bedrag door de mededader geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, de verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.

Het hof zal het toe te wijzen bedrag tevens opleggen in de vorm van een schadevergoedings- maatregel.

Gelet op het vorenstaande dient verdachte, als de in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Benadeelde partij 13

Uit het onderzoek ter terechtzitting van het hof is gebleken, dat de benadeelde partij, [benadeelde 13], waarvoor [gemachtigde 13] optreedt als gemachtigde, zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd, dat haar vordering ad € 1.389,- in eerste aanleg gedeeltelijk is toegewezen en dat zij zich binnen de grenzen van haar eerste vordering in het geding in hoger beroep opnieuw heeft gevoegd. Derhalve duurt de voeging ter zake van haar gehele in eerste aanleg gedane vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort.

De vordering van de benadeelde partij, die door of namens verdachte niet is weersproken, heeft betrekking op zowel (een deel van) het onder 2 ten laste gelegde als op (een deel van) het onder 3 ten laste gelegde. Het hof acht de beide incidenten bewezen verklaard, doch zal de toewijzing van de vordering beperken tot het bedrag van € 666,29, met dien verstande dat indien dit bedrag door de mededader geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, de verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd. Het hof zal de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering, nu de door verdachte en haar mededader verduisterde fietsen zeven jaar eerder waren aangeschaft door de benadeelde partij en een afschrijvingspercentage van 10% per jaar op de aankoopsom het hof als redelijk voorkomt.

Het hof zal het toe te wijzen bedrag tevens opleggen in de vorm van een schadevergoedings- maatregel.

Gelet op het vorenstaande dient verdachte, als de overwegend in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Benadeelde partij 14

Uit het onderzoek ter terechtzitting van het hof is gebleken, dat de benadeelde partij, [benadeelde 14], wonende te [woonplaats 14], zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd, dat haar vordering in eerste aanleg gedeeltelijk is toegewezen en dat zij zich binnen de grenzen van haar eerste vordering ad € 1.000,- in het geding in hoger beroep opnieuw heeft gevoegd. Derhalve duurt de voeging ter zake van haar gehele in eerste aanleg gedane vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort.

De vordering is door of namens verdachte niet weersproken. Nu deze het hof - gelet op de bewezenverklaring van het onder 3 ten laste gelegde en voor zover het gaat om het bedrag van € 82,77 niet als onrechtmatig voorkomt, kan de vordering derhalve in zoverre worden toegewezen, met dien verstande dat indien dit bedrag door de mededader geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, de verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd. Het hof zal de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering, nu de door verdachte en haar mededader verduisterde fietsen negen jaar eerder waren aangeschaft door de benadeelde partij en een afschrijvingspercentage van 10% per jaar op de aankoopsom het hof als redelijk voorkomt.

Het hof zal het toe te wijzen bedrag tevens opleggen in de vorm van een schadevergoedings- maatregel.

Gelet op het vorenstaande dienen de benadeelde partij en verdachte, als over en weer deels in het ongelijk gestelde partijen, ieder de eigen kosten te dragen van het geding, tot op heden begroot op nihil, en dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a (oud),14a, 14b (oud), 14b, 14c, 14d, 36f (oud), 36f, 47, 57 (oud), 57, 310, 311, 321, 326 en 326a van het Wetboek van Strafrecht.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het beroepen vonnis, voor zover aan hoger beroep onderworpen, en in zoverre opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte onder 1, 2, 3 primair en 4 ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1, 2, 3 primair en 4 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van zesendertig maanden;

beveelt, dat van de gevangenisstraf een gedeelte van negen maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, of de hierna te noemen bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

stelt als bijzondere voorwaarde:

dat de veroordeelde zich zal stellen onder toezicht van de Stichting Reclassering Nederland en zich zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen van die instelling, welke voorschriften en aanwijzingen ook kunnen inhouden dat veroordeelde deel zal nemen aan het zogeheten Exodustraject;

draagt genoemde instelling op de veroordeelde bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering wordt gebracht;

(1) wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde 1], gevestigd te [vestigingsplaats 1], waarvoor [gemachtigde 1] als gemachtigde optreedt, tot een bedrag van zeshonderdvijftig euro, met dien verstande dat indien de mededader van veroordeelde dit bedrag of een gedeelte daarvan heeft betaald, de veroordeelde in zoverre is of zal zijn bevrijd;

verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering;

veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt - tot aan deze uitspraak begroot op nihil - en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van zeshonderdvijftig euro ten behoeve van de benadeelde [benadeelde 1], gevestigd te [vestigingsplaats 1];

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van dertien dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, met dien verstande dat indien de mededader van veroordeelde dit bedrag of een gedeelte daarvan heeft betaald, de veroordeelde in zoverre is of zal zijn bevrijd;

(2) wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde 2], wonende te [woonplaats 2], tot een bedrag van driehonderdvijfenzeventig euro, met dien verstande dat indien de mededader van veroordeelde dit bedrag of een gedeelte daarvan heeft betaald, de veroordeelde in zoverre is of zal zijn bevrijd;

verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering;

bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen kosten dragen van het geding en veroordeelt verdachte in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van driehonderd- vijfenzeventig euro ten behoeve van de benadeelde partij, [benadeelde 2], wonende te [woonplaats 2];

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van zeven dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, met dien verstande dat indien de mededader van veroordeelde dit bedrag of een gedeelte daarvan heeft betaald, de veroordeelde in zoverre is of zal zijn bevrijd;

(3) verklaart de benadeelde partij [benadeelde 3] te [vestigingsplaats 3], niet-ontvankelijk in de vordering;

(4) wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde 4], wonende te [woonplaats 4], tot een bedrag van duizend tweehonderdachtenzeventig euro en veertig cent, met dien verstande dat indien de mededader van veroordeelde dit bedrag of een gedeelte daarvan heeft betaald, de veroordeelde in zoverre is of zal zijn bevrijd;

verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering;

veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt - tot aan deze uitspraak begroot op nihil - en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van duizend tweehonderdachtenzeventig euro en veertig cent ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde 4], wonende te [woonplaats 4];

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van vijfentwintig dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, met dien verstande dat indien de mededader van veroordeelde dit bedrag of een gedeelte daarvan heeft betaald, de veroordeelde in zoverre is of zal zijn bevrijd;

(5) wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde 5], wonende te [woonplaats 5], tot een bedrag van honderd euro, met dien verstande dat indien de mededader van veroordeelde dit bedrag of een gedeelte daarvan heeft betaald, de veroordeelde in zoverre is of zal zijn bevrijd;

veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt - tot aan deze uitspraak begroot op nihil - en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van honderd euro ten behoeve van de benadeelde partij, [benadeelde 5], wonende te [woonplaats 5];

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van twee dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, met dien verstande dat indien de mededader van veroordeelde dit bedrag of een gedeelte daarvan heeft betaald, de veroordeelde in zoverre is of zal zijn bevrijd;

(6) wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde 6], gevestigd te [vestigingsplaats 6], waarvoor [gemachtigde 6] als gemachtigde optreedt, tot een bedrag van driehonderdvijftig euro met dien verstande dat indien de mededader van veroordeelde dit bedrag of een gedeelte daarvan heeft betaald, de veroordeelde in zoverre is of zal zijn bevrijd;

veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt - tot op deze uitspraak begroot op dertig euro - en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van driehonderdvijftig euro ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde 6] te [vestigingsplaats 6];

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van zeven dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, met dien verstande dat indien de mededader van veroordeelde dit bedrag of een gedeelte daarvan heeft betaald, de veroordeelde in zoverre is of zal zijn bevrijd;

(7) wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde 7], gevestigd te [vestigingsplaats 7], waarvoor [gemachtigde 7] als gemachtigde optreedt, tot een bedrag van zevenhonderdeenenveertig euro, met dien verstande dat indien de mededader van veroordeelde dit bedrag of een gedeelte daarvan heeft betaald, de veroordeelde in zoverre is of zal zijn bevrijd;

veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt - tot op deze uitspraak begroot op elf euro - en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van zevenhonderd- eenenveertig euro ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde 7] te [vestigingsplaats 7];

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van veertien dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, met dien verstande dat indien de mededader van veroordeelde dit bedrag of een gedeelte daarvan heeft betaald, de veroordeelde in zoverre is of zal zijn bevrijd;

(8) wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde 8], gevestigd te [vestigingsplaats 8], waarvoor [gemachtigde 8] als gemachtigde optreedt, tot een bedrag van vierhonderd euro, met dien verstande dat indien de mededader van veroordeelde dit bedrag of een gedeelte daarvan heeft betaald, de veroordeelde in zoverre is of zal zijn bevrijd;

verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering;

veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt - tot aan deze uitspraak begroot op nihil - en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van vierhonderd euro ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde 8] te [vestigingsplaats 8];

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van acht dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, met dien verstande dat indien de mededader van veroordeelde dit bedrag of een gedeelte daarvan heeft betaald, de veroordeelde in zoverre is of zal zijn bevrijd;

(9) wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde 9], wonende te [woonplaats 9], tot een bedrag van tweehonderdvijftig euro, met dien verstande dat indien de mededader van veroordeelde dit bedrag of een gedeelte daarvan heeft betaald, de veroordeelde in zoverre is of zal zijn bevrijd;

veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt - tot op deze uitspraak begroot op negentien euro en negentig cent - en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van tweehonderdvijftig euro ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde 9] te [woonplaats 9];

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van vijf dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, met dien verstande dat indien de mededader van veroordeelde dit bedrag of een gedeelte daarvan heeft betaald, de veroordeelde in zoverre is of zal zijn bevrijd;

(10) wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde 10], gevestigd te [vestigingsplaats 10], gemeente [gemeente 10], waarvoor [gemachtigde 10] als gemachtigde optreedt, tot een bedrag van drieënveertig euro en zestig cent, met dien verstande dat indien de mededader van veroordeelde dit bedrag of een gedeelte daarvan heeft betaald, de veroordeelde in zoverre is of zal zijn bevrijd;

verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering;

bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen kosten dragen van het geding en

veroordeelt verdachte in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van drieënveertig euro en zestig cent ten behoeve van de benadeelde partij, [benadeelde 10] te [vestigingsplaats 10];

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van één dag zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, met dien verstande dat indien de mededader van veroordeelde dit bedrag of een gedeelte daarvan heeft betaald, de veroordeelde in zoverre is of zal zijn bevrijd;

(11) verklaart de benadeelde partij [benadeelde 11], wonende te [woonplaats 11], niet-ontvankelijk in de vordering;

(12) wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde 12], wonende te [woonplaats 12], tot een bedrag van vijftig euro, met dien verstande dat indien de mededader van veroordeelde dit bedrag of een gedeelte daarvan heeft betaald, de veroordeelde in zoverre is of zal zijn bevrijd;

veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt - tot aan deze uitspraak begroot op nihil - en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van vijftig euro ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde 12] te [woonplaats 12];

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van één dag zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, met dien verstande dat indien de mededader van veroordeelde dit bedrag of een gedeelte daarvan heeft betaald, de veroordeelde in zoverre is of zal zijn bevrijd;

(13) wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde 13], waarvoor [gemachtigde 13] als gemachtigde optreedt, tot een bedrag van zeshonderdzesenzestig euro en negenentwintig cent, met dien verstande dat indien de mededader van veroordeelde dit bedrag of een gedeelte daarvan heeft betaald, de veroordeelde in zoverre is of zal zijn bevrijd;

verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering;

veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt - tot aan deze uitspraak begroot op nihil - en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van zeshonderdzesenzestig euro en negenentwintig cent ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde 13] te [plaats 5];

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van dertien dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, met dien verstande dat indien de mededader van veroordeelde dit bedrag of een gedeelte daarvan heeft betaald, de veroordeelde in zoverre is of zal zijn bevrijd;

(14) wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde 14], wonende te [woonplaats 14], tot een bedrag van tweeëntachtig euro en zevenenzeventig cent, met dien verstande, dat indien de mededader van veroordeelde dit bedrag of een gedeelte daarvan heeft betaald, de veroordeelde in zoverre is of zal zijn bevrijd;

verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering;

bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen kosten dragen van het geding;

veroordeelt verdachte in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van tweeëntachtig euro en zevenenzeventig cent ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde 14] te [woonplaats 14];

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van één dag zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, met dien verstande dat indien de mededader van veroordeelde dit bedrag of een gedeelte daarvan heeft betaald, de veroordeelde in zoverre is of zal zijn bevrijd;

bepaalt dat indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van bovenvermelde bedragen, de verplichting om te voldoen aan de vorderingen van de benadeelde partijen komt te vervallen, alsmede dat, indien veroordeelde aan de vorderingen van de benadeelde partijen heeft voldaan, de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen;

Dit arrest is aldus gewezen door mr. S.H. Wachter, voorzitter, mr. P.W.J. Sekeris en mr. G.N. Roes, in tegenwoordigheid van J.B. Schwerzel als griffier, zijnde mr. Roes voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.