Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2009:BI8657

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
17-06-2009
Datum publicatie
18-06-2009
Zaaknummer
24-001140-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bewezenverklaring van poging tot moord. Veroordeling tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

parketnummer: 24-001140-08

parketnummer eerste aanleg: 17-880474-07

Arrest van 17 juni 2009 van het gerechtshof Leeuwarden, meervoudige strafkamer,

op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Leeuwarden van 22 april 2008 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1976] te [geboorteplaats],

zonder vaste woon- of verblijfplaats,

thans verblijvende in de penitentiaire inrichtingen Noord, gevangenis De Marwei te Leeuwarden,

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman, mr. A.J. Sol, advocaat te Terneuzen.

Het vonnis waartegen het beroep is gericht

De rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het hierboven genoemde vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis is omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 3 juni 2009.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte ter zake van het primair ten laste gelegde zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaar, met aftrek van voorarrest.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 8 december 2007, te [plaats], in de gemeente [gemeente], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, die [slachtoffer] met een mes, althans met een scherp en/of puntig voorwerp, in de hals/nek heeft gestoken/gesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Subsidiair zo het vorenstaande niet mocht leiden tot schuldigverklaring van en strafoplegging aan verdachte

hij op of omstreeks 8 december 2007, te [plaats], in de gemeente [gemeente], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet die [slachtoffer] met een mes, althans met een scherp en/of puntig voorwerp, in de hals/nek heeft gestoken/gesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

meer subsidiair zo het vorenstaande niet mocht leiden tot schuldigverklaring van en strafoplegging aan verdachte

hij op of omstreeks 8 december 2007, te [plaats], in de gemeente [gemeente], aan een persoon genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel [een blijvend litteken in de hals/nek en/of gevoelloosheid van een pink en/of een ringvinger, in ieder geval (een) beschadigde zenuw(en) van een pink en/of een ringvinger], heeft toegebracht, door deze opzettelijk met een mes, althans met een scherp en/of puntig voorwerp in de hals/nek te steken/snijden;

meest subsidiair zo het vorenstaande niet mocht leiden tot schuldigverklaring van en strafoplegging aan verdachte

hij op of omstreeks 8 december 2007, te [plaats], in de gemeente [gemeente], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [slachtoffer] met een mes, althans met een scherp en/of puntig voorwerp, in de hals/nek heeft gestoken/gesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Bewezenverklaring

De verdachte heeft ter terechtzitting van het hof verklaard dat hij op 8 december 2007 in de discotheek [naam] in [plaats] een mes uit zijn broekzak heeft gepakt en met dat mes een stekende beweging richting [slachtoffer] heeft gemaakt. Bij de politie heeft de verdachte verklaard dat hij [slachtoffer] toen in diens hals heeft gestoken.

De verdachte heeft voorts verklaard dat hij één week eerder een treffen met onder meer die [slachtoffer] heeft gehad en dat hij, verdachte, daarbij door die [slachtoffer] en een ander in elkaar geslagen is. Verdachte heeft daarom in de week daarop een mes bij zich gedragen met het doel om zich daarmee bij een volgende confrontatie met [slachtoffer] te verdedigen.

Dit mes draagt hij ook bij zich toen hij zich op 8 december 2007 in de discotheek [naam] in [plaats] bevond. Uit de verklaringen van de verdachte blijkt verder dat hij er bij dit (tweede) treffen met [slachtoffer] welbewust voor heeft gekozen om de confrontatie niet uit de weg te gaan en niet te vertrekken toen hij zich door [slachtoffer] geïntimideerd voelde.

De verdachte en [slachtoffer] hebben gedurende enige tijd tegenover elkaar gestaan en een woordenwisseling met elkaar gehad voordat de verdachte met het mes heeft gestoken.

Uit één en ander volgt dat de verdachte reeds geruime tijd voorafgaand aan de confrontatie met [slachtoffer] op 8 december 2007, alsmede bij die confrontatie zelf, voldoende tijd en gelegenheid heeft gehad om zich te bezinnen op de mogelijke fatale gevolgen van zijn voorgenomen handelen en daarbij doelgericht keuzes heeft gemaakt.

Evenals de rechtbank is het hof van oordeel dat de verdachte met voorbedachte raad heeft gehandeld. Het hof vindt hiervoor steun in de uitlatingen van de verdachte in een telefoongesprek dat hij blijkens de uitgewerkte telefoontap op 19 december 2007 om 12.23.58 uur heeft gevoerd. Tegenover de politie heeft de verdachte bevestigd dat hij dit gesprek heeft gevoerd met zijn zuster [naam] en daarin (onder meer) heeft gezegd: "ik wou hem doodmaken. Begrijp je. Want niemand komt gekke dingen met mij doen".

Voor wat betreft het opzet van de verdachte op de dood van [slachtoffer] overweegt het hof dat de messteek die hij [slachtoffer] in diens hals heeft toegebracht, heeft geresulteerd in een hevig bloedende steekwond, nabij een halsslagader. Het toebrengen van een dergelijke steekwond is een deugdelijke poging om het beoogde doel, te weten de levensberoving van die [slachtoffer], te bewerkstelligen.

Het hof acht op grond van het bovenstaande wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 8 december 2007, te [plaats], in de gemeente [gemeente], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, die [slachtoffer] met een mes in de hals heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan de verdachte als voormeld onder primair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

poging tot moord.

Strafbaarheid

Het hof acht de verdachte strafbaar.

Voor zover door of namens de verdachte beoogd is een beroep te doen op noodweer, dan wel noodweerexces, in die zin dat de verdachte zich in de discotheek [naam] door [slachtoffer] bedreigd heeft gevoeld, overweegt het hof dat de feiten en/of omstandigheden die aan dat verweer ten grondslag zijn gelegd niet aannemelijk zijn gemaakt of geworden.

Ook overige strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft bij het bepalen van de in hoger beroep op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde feit, de omstandigheden waaronder dat feit is begaan en de persoon van de verdachte. Het hof heeft in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

Eind november / begin december 2007 is er een gewelddadig treffen geweest tussen de verdachte en (onder meer) [slachtoffer]. Kennelijk heeft dit gewelddadige treffen bij de verdachte een hevige frustratie en grote onvrede jegens die [slachtoffer] veroorzaakt, hetgeen op 8 december 2007 heeft geleid tot een tweede gewelddadig treffen tussen beide mannen, waarbij de verdachte heeft gepoogd die [slachtoffer] te vermoorden. Daarbij is die [slachtoffer] net niet levensgevaarlijk verwond door de verdachte.

Dergelijk gewelddadig optreden is zeer bedreigend en versterkt de gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving.

De verdachte heeft door zijn bijdrage hieraan een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer en is medeverantwoordelijk voor hetgeen het slachtoffer heeft moeten ondergaan.

Het hof wil aannemen dat de verdachte zich ongemakkelijk, dan wel onveilig heeft gevoeld na zijn eerste treffen met [slachtoffer], maar dat rechtvaardigt niet de buitensporige wijze van handelen van de verdachte jegens [slachtoffer] nadien.

Uit het de verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie van 30 maart 2009 blijkt ten nadele van de verdachte dat hij eerder ter zake van strafbare feiten is veroordeeld, onder meer ter zake van geweldsdelicten.

Voorts heeft het hof rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals die ter terechtzitting zijn gebleken en zoals die naar voren komen in het door Reclassering Nederland over de verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapport van 25 januari 2008, het briefrapport van 11 februari 2008, uitgebracht door B.T. Takkenkamp, psychiater en het rapport van 27 maart 2008, uitgebracht door G. de Jong, psycholoog.

Naar het oordeel van het hof is hier sprake van een zeer ernstig delict, waarop - uit het oogpunt van normhandhaving en tevens ter vergelding van het leed dat het slachtoffer is aangedaan - slechts een vrijheidsbenemende straf van langere duur passend kan zijn.

Gelet op het bovenstaande acht het hof een gevangenisstraf van 6 jaren op haar plaats.

De raadsman van de verdachte heeft in het kader van het door hem gevoerde strafmaatverweer geen zodanig bijzondere of relevante feiten of omstandigheden aangevoerd dat het hof matiging van de op te leggen gevangenisstraf aangewezen acht.

Ook overigens is het hof daarvan niet gebleken.

Toepassing van wetsartikelen zoals deze luidden op de pleegdatum

Het hof heeft gelet op de artikelen 45 en 289 van het Wetboek van Strafrecht.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waartegen het beroep is gericht, en opnieuw recht doende:

verklaart het aan de verdachte primair ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en de verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte als voormeld onder primair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte [verdachte] tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering wordt gebracht.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. A.J. Rietveld, voorzitter, mr. H.J. Deuring en mr. P.J.M. van den Bergh, in tegenwoordigheid van H. Kingma als griffier. Mr. Deuring is buiten staat dit arrest te ondertekenen.