Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2009:BI8133

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
12-06-2009
Datum publicatie
15-06-2009
Zaaknummer
000143-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De vordering lijfsdwang voor de duur van 180dagen wordt toegewezen. Verdachte heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij niet in staat is aan zijn betalingsverplichting te voldoen en is bovendien onvindbaar voor justitie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN

Beschikking d.d. 12 juni 2009 van het gerechtshof te Leeuwarden, openbare raadkamer, op de vordering van de advocaat-generaal ex artikel 577c van het Wetboek van Strafvordering betreffende de veroordeelde:

[veroordeelde],

geboren op [1945] te [geboorteplaats],

ingeschreven te [woonplaats], [adres],

niet verschenen.

De inhoud van de vordering

Aan de veroordeelde is bij uitspraak van dit hof d.d. 24 april 2006 een maatregel ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht opgelegd, te weten de verplichting tot betaling aan de Staat van een geldbedrag van € 34.362,80 ter ontneming van het door hem wederrechtelijk verkregen voordeel. De openstaande vordering bedraagt € 34.362,80.

De veroordeelde heeft in het geheel geen betalingen gedaan en evenmin gereageerd op aanschrijvingen van het CJIB. Voorts is gebleken dat op het huidige inschrijvingsadres van de veroordeelde een crisisopvangcentrum is gevestigd, waar de veroordeelde niet verblijft. Conform artikel 573 tweede lid van het Wetboek van Strafvordering is afgezien van het nemen van verhaal op grond van de artikelen 575 en 576 van het Wetboek van Strafvordering, aangezien veroordeelde onvindbaar is.

Naar het oordeel van de advocaat-generaal moet de veroordeelde in staat worden geacht de opgelegde ontnemingsmaatregel te kunnen voldoen en ligt het op zijn weg om aannemelijk te maken dat hij niet in staat is om aan de betalingsverplichting te voldoen. Bij de vordering d.d. 12 maart 2009 vraagt de advocaat-generaal daarom verlof om een lijfsdwang voor de duur van 180 dagen ten uitvoer te leggen.

De behandeling in raadkamer

Het hof heeft in de openbare raadkamer van 29 mei 2009 gehoord de advocaat-generaal.

Het hof heeft voorts kennis genomen van de stukken, waaronder de vordering.

Beoordeling van de vordering

Artikel 577c van het Wetboek van Strafvordering houdt in dat, indien de veroordeelde niet voldoet aan het vonnis of arrest waarbij de verplichting is opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, en volledig verhaal op grond van de artikelen 574 tot en met 576 van het Wetboek van Strafvordering op diens vermogen niet mogelijk is gebleken, de rechter op vordering van de officier van justitie verlof kan verlenen tot de tenuitvoerlegging van lijfsdwang van ten hoogste drie jaar. Ingevolge het vierde lid van artikel 577c van het Wetboek van Strafvordering wordt de vordering niet toegewezen, indien de veroordeelde aannemelijk maakt dat hij buiten staat is aan de betalingsverplichting te voldoen.

Vaststaat dat veroordeelde niet heeft gereageerd op aanschrijvingen van het CJIB en in het geheel geen betalingen heeft gedaan. Voorts is niet gebleken van verdere verhaalsmogelijkheden. Van de veroordeelde is geen verblijfadres meer bekend, zodat hij onvindbaar is voor justitie.

Onder deze omstandigheden, alsmede in aanmerking genomen dat de veroordeelde niet op grond van artikel 577b van het Wetboek van Strafvordering om vermindering dan wel kwijtschelding van het door hem verschuldigde bedrag heeft verzocht, is het hof van oordeel dat de vordering van de advocaat-generaal om verlof tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang te verlenen dient te worden toegewezen. Het hof zal de vordering toewijzen voor de duur van 180 dagen

HET HOF,

BESCHIKKENDE:

verleent de advocaat-generaal verlof tot de tenuitvoerlegging van lijfsdwang voor de duur van 180 dagen.

Aldus gegeven door mr. H.M. Poelman als voorzitter, mrs. S.H. Wachter en A.J. Rietveld, in tegenwoordigheid van mr. H. de Ruijter als griffier, en ondertekend door de voorzitter en de griffier voornoemd.