Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2009:BI6010

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
02-06-2009
Datum publicatie
02-06-2009
Zaaknummer
24-001604-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt vrijgesproken van belediging wegens gebrek aan opzet. Daarnaast was de feitelijkheid niet in tegenwoordigheid van de betreffende personen verricht. Veroordeling wegens straatschenderij. Het OM is niet-ontvankelijk in het hoger beroep voor zover dat is gericht tegen de beslissing op de vordering TUL.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-001604-08

Parketnummer eerste aanleg: 17-676522-07 en 17-675313 (tul)

Arrest van 2 juni 2009 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Leeuwarden van 12 juni 2008 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1990] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. M.J. van Rooij, advocaat te Leeuwarden.

Gebruik van het rechtsmiddel

De officier van justitie is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen. Hij heeft dit hoger beroep aan verdachte doen betekenen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Bij vonnis van de kinderrechter te Leeuwarden d.d. 10 januari 2008 is verdachte veroordeeld tot (onder meer) 20 uren werkstraf voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Voormeld vonnis is op 25 januari 2008 onherroepelijk geworden. De proeftijd is ingegaan op 25 januari 2008. De officier van justitie heeft op 18 april 2008 gevorderd dat last zal worden gegeven tot tenuitvoerlegging van voormelde werkstraf, omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde feit en omdat verdachte zich niet heeft gehouden aan de hem in het voornoemde vonnis genoemde bijzondere voorwaarde(n). Die vordering is door de kinderrechter bij uitspraak van 12 juni 2008 toegewezen vanwege de overtreding van de bijzondere voorwaarde(n). De straf is reeds ten uitvoer gelegd.

De advocaat-generaal heeft ten aanzien van de vordering tot tenuitvoerlegging gevorderd dat het hof het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk zal verklaren.

Het hof zal het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaren in het hoger beroep voor zover dit is gericht tegen de beslissing van de kinderrechter inzake de vordering tot tenuitvoerlegging, omdat tegen die beslissing, nu die gegrond is op de overtreding van de bijzondere voorwaarde, geen hoger beroep openstaat.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte ten aanzien van het primair ten laste gelegde zal veroordelen tot een werkstraf van tien dagen, subsidiair vijf dagen jeugddetentie.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis, voor zover aan hoger beroep onderworpen, vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan verdachte is - na wijziging ter zitting van de kinderrechter - ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 24 november 2007 te [plaats], (althans) in de gemeente [gemeente], tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, opzettelijk (een) pollitieambtena(a)r(en), te weten een hoofdagent van politie en/of surveillant van politie, gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening, (in zijn/haar/hun tegenwoordigheid) en/of het openbaar gezag door (een) feitelijkhe(i)d(en) heeft beledigd, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader geurineerd op/tegen een politieauto, althans heeft verdachte vlak voor die auto een houding aangenomen alsof hij op/tegen die auto urineerde (op een moment dat een andere persoon op/tegen die auto urineerde), welke auto toen in gebruik was of kort daarna (weer) in gebruik werd genomen door vorenbedoelde politieambtena(a)r(en);

subsidiair zo het vorenstaande niet mocht leiden tot schuldigverklaring van en strafoplegging aan verdachte:

hij op of omstreeks 24 november 2007, te [plaats], (althans) in de gemeente [gemeente], tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, op of aan de openbare weg, de [straat], althans op enige voor het publiek toegankelijke plaats, tegen (een) goed(eren) baldadigheid heeft gepleegd, waardoor gevaar of nadeel kon worden teweeggebracht, bestaande die baldadigheid uit het urineren op/tegen een (politie)auto.

Vrijspraak

Het hof heeft ten aanzien van het primair ten laste gelegde op grond van de stukken in het dossier en het verhandelde ter terechtzitting van het hof niet de overtuiging bekomen dat verdachte met zijn handelen de opzet heeft gehad de in de tenlastelegging genoemde politieambtenaren te beledigen. Verdachte dient derhalve van het primair ten laste gelegde te worden vrijgesproken.

Ten overvloede merkt het hof op dat ten laste is gelegd dat verdachte in tegenwoordigheid van twee specifieke (weliswaar niet bij naam genoemde maar wel met hun functie aangeduide) politieambtenaren, deze politieambtenaren en/of het openbaar gezag heeft beledigd door tegen hun (politie)auto te urineren. Het hof stelt vast dat verdachte deze handeling niet in tegenwoordigheid van deze politieambtenaren heeft verricht. Het feit dat het urineren van verdachte is vastgelegd op camerabeelden leidt niet tot de gevolgtrekking dat de belediging persoonlijk is toegevoegd aan de in de tenlastelegging bedoelde politieambtenaren. Ook indien de strafverzwarende omstandigheid, namelijk belediging aangedaan aan het openbaar gezag, deel uitmaakt van het verwijt dat verdachte wordt gemaakt, blijft in de context van deze tenlastelegging vereist dat de belediging door een feitelijkheid in tegenwoordigheid van de genoemde personen moet zijn verricht.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 24 november 2007, te [plaats], op de openbare weg, de [straat], tegen een goed baldadigheid heeft gepleegd, waardoor nadeel kon worden teweeggebracht, bestaande die baldadigheid uit het urineren tegen een politieauto.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld subsidiair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op de overtreding:

straatschenderij.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte.

Verdachte heeft zich op 24 november 2007 schuldig gemaakt aan straatschenderij. Door zijn handelen heeft verdachte de openbare orde verstoord.

Het hof heeft bij de straftoemeting in aanmerking genomen dat verdachte - blijkens een hem betreffend Uittreksel uit het Justitiële Documentatieregister d.d. 13 februari 2009 - eerder is veroordeeld ter zake van strafbare feiten.

Doordat het hof komt tot een andere bewezenverklaring dan de advocaat-generaal heeft dit gevolgen voor de strafmodaliteit. Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, is het hof van oordeel dat een geldboete van na te melden hoogte dient te worden opgelegd.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 63 (oud), 77a, 77g (oud), 77l (oud) en 424 van het Wetboek van Strafrecht.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover dit is gericht tegen de beslissing van de kinderrechter inzake de vordering tot tenuitvoerlegging;

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, voor zover aan hoger beroep onderworpen, en in zoverre opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte primair ten laste gelegde niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart het verdachte subsidiair ten laste gelegde bewezen, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld subsidiair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot een geldboete van zestig euro;

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van één dag zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. J. Hielkema, voorzitter, mr. H.J. Deuring en mr. P.J.M. van den Bergh, in tegenwoordigheid van mr. M. Zevenhuizen als griffier, zijnde mr. Hielkema voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.