Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2009:BI4477

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
20-05-2009
Datum publicatie
20-05-2009
Zaaknummer
24-002710-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Recidiverende verdachte, die niet in het bezit was van een geldig rijbewijs, trad op als bestuurder van een personenauto nadat hij zodanig veel alcoholhoudende drank had genuttigd dat zijn adem 395 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht bevatte. Daar komt bij dat verdachte deze auto bestuurde in een periode dat aan hem door de rechter de bevoegdheid was ontzegd om een motorrijtuig te besturen.

Verdachte maakte, terwijl een motoragent hem met een ruime boog inhaalde, een abrupte beweging vanaf de rechterrijstrook tot ongeveer halverwege de rijstrook voor tegemoetkomend verkeer.

Vrijspraak van (primair) poging zware mishandeling en (subsidiair) bedreiging met zware mishandeling van de motoragent.

Wetsverwijzingen
Wegenverkeerswet 1994
Wegenverkeerswet 1994 5
Wegenverkeerswet 1994 8
Wegenverkeerswet 1994 9
Wegenverkeerswet 1994 107
Wegenverkeerswet 1994 176
Wegenverkeerswet 1994 179
Wetboek van Strafrecht
Wetboek van Strafrecht 14a
Wetboek van Strafrecht 22c
Wetboek van Strafrecht 22d
Wetboek van Strafrecht 23
Wetboek van Strafrecht 24
Wetboek van Strafrecht 24c
Wetboek van Strafrecht 57
Wetboek van Strafrecht 62
Wetboek van Strafrecht 63
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JWR 2009/71
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-002710-08

Parketnummer eerste aanleg: 17-885068-08

Arrest van 20 mei 2009 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 29 oktober 2008 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1979] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

niet ter terechtzitting verschenen. Wel verschenen is de raadsvrouw van verdachte mr. B.M.J.C. van Lee, advocaat te Leeuwarden.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven en een overtreding veroordeeld tot straffen en een bijkomende straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

De raadsvrouw van verdachte heeft verklaard uitdrukkelijk te zijn gemachtigd verdachte ter terechtzitting te verdedigen.

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof wegens de onder 1 primair, 2 en 3 ten laste gelegde feiten zal veroordelen tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vier maanden, dat het hof verdachte wegens het onder 3 ten laste gelegde feit zal veroordelen tot een onvoorwaardelijk ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van drie maanden en dat het hof verdachte wegens het onder 4 ten laste gelegde feit zal veroordelen tot een geldboete van tweehonderdtwintig euro, subsidiair vier dagen hechtenis.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

1:

hij op of omstreeks 9 februari 2008 te [plaats], (althans) in de gemeente [gemeente] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer], hoofdagent van politie (motorsurveillant), opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet als bestuurder van een motorvoertuig (personenauto) daarmee rijdende op de weg, de [straat], op een moment dat het door verdachte bestuurde motorvoertuig, gezien verdachtes rijrichting, ter linker zijde werd ingehaald door een motorfiets, bestuurd door voornoemde [slachtoffer], en op een moment dat die door [slachtoffer] bestuurde motorfiets (dicht) naast het door verdachte bestuurde motorvoertuig reed, plotseling een stuurbeweging naar links heeft gemaakt en/of (zodoende) naar links is uitgeweken en/of (daarbij) op de rijstrook voor het hem, verdachte tegemoetkomende verkeer en/of het hem, verdachte, inhalende verkeer is terecht gekomen, waardoor die [slachtoffer] met die door hem bestuurde motorfiets zich genoodzaakt achtte en mocht achten naar links uit te wijken, ten gevolge waarvan die die [slachtoffer] met die door hem bestuurde motorfiets op een, gezien zijn rijrichting, links naast die weg gelegen fietsstrook terecht is gekomen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Subsidiair zo het vorenstaande niet mocht leiden tot schuldigverklaring van en strafoplegging aan verdachte:

hij op of omstreeks 9 februari 2008 te [plaats], (althans) in de gemeente [gemeente] [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers/is heeft verdachte opzettelijk dreigend met een door hem bestuurd motorrijtuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, de [straat], op een moment dat het door verdachte bestuurde motorrijtuig, gezien verdachtes rijrichting, ter linker zijde werd ingehaald door een motorfiets, bestuurd door voornoemde [slachtoffer], en op een moment dat die door [slachtoffer] bestuurde motorfiets (dicht) naast het door verdachte bestuurde motorvoertuig reed, plotseling een stuurbeweging naar links gemaakt en/of (zodoende) naar links uitgeweken en/of (daarbij) op de rijstrook voor het hem, verdachte tegemoetkomende verkeer en/of het hem, verdachte, inhalende verkeer terecht is gekomen;

meer subsidiair zo het vorenstaande niet mocht leiden tot schuldigverklaring van en strafoplegging aan verdachte:

hij op of omstreeks 9 februari 2008 te [plaats], (althans) in de gemeente [gemeente] als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, de [straat], op een moment dat het door verdachte bestuurde voertuig, gezien verdachtes rijrichting, ter linker zijde werd ingehaald door een motorfiets en op een moment dat de bestuurder van die motorfiets (dicht) naast het door verdachte bestuurde motorvoertuig reed, plotseling een stuurbeweging naar links heeft gemaakt en/of (zodoende) naar links is uitgeweken en/of (daarbij) op de rijstrook voor het hem, verdachte tegemoetkomende verkeer en/of het hem, verdachte, inhalende verkeer is terecht gekomen, waardoor die bestuurder van die motorfiets zich genoodzaakt achtte en mocht achten naar links uit te wijken, ten gevolge waarvan die bestuurder met zijn motorfiets op een, gezien zijn rijrichting, links naast die weg gelegen fietsstrook terecht is gekomen, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;

2:

hij op of omstreeks 9 februari 2008 te [plaats], (althans) in de gemeente [gemeente] terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat hem bij rechterlijke uitspraak of strafbeschikking de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen was ontzegd, gedurende de tijd dat hem die bevoegdheid was ontzegd, op de weg, de [straat], een motorrijtuig, (personenauto), heeft bestuurd;

3:

hij op of omstreeks 9 februari 2008 te [plaats], (althans) in de gemeente [gemeente] als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto) dit motorrijtuig heeft bestuurd na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek als bedoeld in artikel 8, derde lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 395 microgram, in elk geval hoger dan 88 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn, terwijl voor het besturen van dat motorrijtuig een rijbewijs was vereist en verdachte dit motorrijtuig heeft bestuurd zonder rijbewijs;

4:

hij op of omstreeks 9 februari 2008 te [plaats], (althans) in de gemeente [gemeente] als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto) heeft gereden op de weg, de [straat], zonder dat aan hem door de daartoe bevoegde autoriteit, als bedoeld in artikel 116 lid 1 van de Wegenverkeerswet 1994 een rijbewijs was afgegeven voor de categorie van motorrijtuigen, waartoe dat motorrijtuig behoorde.

Vrijspraak

Het hof acht niet bewezen hetgeen onder 1 primair en 1 subsidiair aan verdachte is ten laste gelegd, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken. Het hof acht met name het zowel onder 1 primair als onder 1 subsidiair ten laste gelegde opzet niet bewezen.

Bewezenverklaring

Het hof acht het onder 1 meer subsidiair, 2, 3 en 4 ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat:

1 meer subsidiair:

hij op 9 februari 2008 te [plaats], in de gemeente [gemeente] als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, de [straat], op een moment dat het door verdachte bestuurde voertuig, gezien verdachtes rijrichting, ter linker zijde werd ingehaald door een motorfiets en op een moment dat de bestuurder van die motorfiets naast het door verdachte bestuurde motorvoertuig reed, plotseling een stuurbeweging naar links heeft gemaakt en zodoende naar links is uitgeweken en daarbij op de rijstrook voor het hem,verdachte tegemoetkomende verkeer en het hem, verdachte, inhalende verkeer is terecht gekomen, door welke gedraging van verdachte gevaar op die weg kon worden veroorzaakt en het verkeer op die weg kon worden gehinderd;

2:

hij op 9 februari 2008 te [plaats], in de gemeente [gemeente] terwijl hij redelijkerwijs moest weten dat hem bij rechterlijke uitspraak de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen was ontzegd, gedurende de tijd dat hem die bevoegdheid was ontzegd, op de weg, de [straat], een motorrijtuig, (personenauto), heeft bestuurd;

3:

hij op 9 februari 2008 te [plaats], in de gemeente [gemeente] als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto) dit motorrijtuig heeft bestuurd na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek als bedoeld in artikel 8, derde lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 395 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn, terwijl voor het besturen van dat motorrijtuig een rijbewijs was vereist en verdachte dit motorrijtuig heeft bestuurd zonder rijbewijs;

4:

hij op 9 februari 2008 te [plaats], in de gemeente [gemeente] als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto) heeft gereden op de weg, de [straat], zonder dat aan hem door de daartoe bevoegde autoriteit, als bedoeld in artikel 116 lid 1 van de Wegenverkeerswet 1994 een rijbewijs was afgegeven voor de categorie van motorrijtuigen, waartoe dat motorrijtuig behoorde;

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 meer subsidiair, 2, 3 en 4 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op de overtreding:

1 meer subsidiair:

overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994;

de misdrijven:

2:

overtreding van artikel 9, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994;

3:

overtreding van artikel 8, vierde lid, juncto artikel 8, derde lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994;

en de overtreding:

4:

overtreding van artikel 107, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte.

Het hof heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte, die niet in het bezit was van een geldig rijbewijs, trad op als bestuurder van een personenauto nadat hij zodanig veel alcoholhoudende drank had genuttigd dat zijn adem 395 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht bevatte. Daar komt bij dat verdachte deze auto bestuurde in een periode dat aan hem door de rechter de bevoegdheid was ontzegd om een motorrijtuig te besturen. Verdachte, die over zichzelf verklaarde dat hij een slechte chauffeur is, heeft door aldus te handelen de verkeersveiligheid grovelijk in gevaar gebracht. Uit zijn gedrag vloeit tevens voort dat verdachte zowel de in ons land geldende regels als rechterlijke uitspraken aan zijn laars lapt.

Doordat verdachte met de door hem bestuurde auto een abrupte beweging maakte vanaf de rechter rijstrook naar ongeveer halverwege de voor het hem tegemoetkomende verkeer bestemde linkerrijstrook en weer terug, terwijl daartoe in de onderhavige verkeerssituatie geen enkele aanleiding of noodzaak bestond, heeft verdachte ook het onder 1 meer subsidiair bewezenverklaarde gevaar en de hinder veroorzaakt.

Het hof heeft tevens acht geslagen op het verdachte betreffende Uittreksel uit het Justitiële Documentatieregister d.d. 10 februari 2009 waaruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld wegens strafbare feiten, waaronder verschillende keren wegens rijden onder invloed.

Op grond van het voorgaande acht het hof het passend en geboden om aan verdachte de navolgende (bijkomende) straffen op te leggen:

Ter zake van de onder 1 meer subsidiair bewezenverklaarde overtreding een onvoorwaardelijk ontzegging van de rijbevoegdheid van na te melden duur.

Ter zake van de onder 2 en 3 bewezenverklaarde misdrijven een onvoorwaardelijke taakstraf van na te melden duur. Het hof legt daarnaast een geheel voorwaardelijk gevangenisstraf van na te melden duur aan verdachte op teneinde verdachte van verdere recidive te weerhouden.

Ter zake van het onder 3 bewezenverklaarde misdrijf, overeenkomstig de geldende oriëntatiepunten, een geheel voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van na te melden duur, waarbij verdachte op grond van het bepaalde in artikel 8, vierde lid van de Wegenverkeerswet 1994 wordt aangemerkt als 'beginnend bestuurder', en zijn gevaarlijk verkeersgedrag en recidive strafverzwarend werken.

Ter zake van de onder 4 bewezenverklaarde overtreding een geheel onvoorwaardelijke geldboete.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 23, 24, 24c, 57, 62 en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 5, 8, 9, 107, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte onder 1 primair en 1 subsidiair ten laste gelegde niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart het verdachte onder 1 meer subsidiair, 2, 3 en 4 ten laste gelegde bewezen, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 meer subsidiair, 2, 3 en 4 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] ter zake van de onder 2 en 3 bewezenverklaarde feiten tot gevangenisstraf voor de duur van vier weken;

beveelt, dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

veroordeelt verdachte ter zake van de onder 2 en 3 bewezenverklaarde feiten tevens tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van zestig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van dertig dagen zal worden toegepast;

veroordeelt verdachte ter zake van het onder 4 bewezenverklaarde feit tot een geldboete van tweehonderdtwintig euro;

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van vier dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;

ontzegt aan de veroordeelde ter zake van het onder 1 meer subsidiair bewezen verklaarde feit de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de tijd van drie maanden;

ontzegt aan de veroordeelde ter zake van het onder 3 bewezen verklaarde feit de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de tijd van zes maanden , voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. J. Hielkema, voorzitter, mr. G. Dam en mr. G.J. Niezink, in tegenwoordigheid van mr. A. Meester als griffier, zijnde mr. Niezink voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.