Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2009:BI3497

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
11-05-2009
Datum publicatie
11-05-2009
Zaaknummer
24-002718-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Poging tot doodslag. Verdachte heeft aangever onder meer met een wijnfles tegen zijn hoofd geslagen, waardoor aangever een snijwond heeft opgelopen over de gehele lengte van de zijkant van zijn gezicht, en twee slagaderlijke bloedingen zijn ontstaan. Naar het zich laat aanzien zal het slachtoffer er een blijvend litteken in het gezicht aan overhouden. Gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren onder de bijzonder voorwaarde dat verdachte zich zal dienen te gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen van de reclassering ook indien dat inhoudt dat verdachte een agressieregulatietraining bij de AFPN dient volgen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-002718-08

Parketnummer eerste aanleg: 18-670262-08 en 18-652165-07 (tul)

Arrest van 11 mei 2009 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Groningen van 30 oktober 2008 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1962] te [geboorteplaats] (O),

in de gemeentelijke basisadministratie ingeschreven te [woonplaats], [adres],

thans verblijvende in P.I. HvB Ter Apel te Ter Apel,

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. A. Allersma, advocaat te Groningen.

Het vonnis waarvan beroep

De rechtbank Groningen heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot straffen en op een vordering tot tenuitvoerlegging beslist, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte voor het primair ten laste gelegde zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, onder de bijzondere voorwaarde dat verdachte zich zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen van de reclassering. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat de vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van twee weken zal worden toegewezen.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 5 juli 2008, te [plaats], in elk geval in de gemeente [gemeente], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk een persoon, genaamd [slachtoffer], van het leven te beroven, met dat opzet met een wijnfles en/of een stoel die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, tegen/op het hoofd heeft geslagen en/of (vervolgens) die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, tegen het hoofd heeft gestompt en/of geslagen en/of die [slachtoffer] heeft geschopt en/of getrapt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 5 juli 2008, te [plaats], in elk geval in de gemeente [gemeente], aan een persoon genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (twee slagaderlijke bloedingen en/of een wond links in het aangezicht doorlopend tot in de slaapregio links en tot in de spieren en/of een (fors) litteken), heeft toegebracht, door deze opzettelijk meermalen, althans eenmaal, met een wijnfles en/of een stoel tegen/op het hoofd te slaan en/of (vervolgens) meermalen, althans eenmaal, tegen het hoofd te stompen en/of te slaan en/of meermalen, althans eenmaal, te schoppen en/of te trappen;

althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 5 juli 2008, te [plaats], in elk geval in de gemeente [gemeente], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet met een wijnfles en/of een stoel die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, tegen/op het hoofd heeft geslagen en/of (vervolgens) die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, tegen het hoofd heeft gestompt en/of geslagen en/of die [slachtoffer] heeft geschopt en/of getrapt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 5 juli 2008, te [plaats], in elk geval in de gemeente [gemeente], opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer]), met een wijnfles en/of een stoel meermalen, althans eenmaal, tegen/op het hoofd heeft geslagen en/of (vervolgens) die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, tegen het hoofd heeft gestompt en/of geslagen en/of die [slachtoffer] heeft geschopt en/of getrapt, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

Bewijsoverweging ten aanzien van het primair ten laste gelegde

Verdachte heeft ontkend dat hij aangever met een wijnfles tegen het hoofd heeft geslagen. Verdachte heeft verklaard dat hij aangever, die op een stoel voor de voordeur van zijn woning zat, een duw heeft gegegeven. Daardoor is aangever achterover in de gang van diens woning gevallen. Aangever lag op zijn rug met zijn voeten in de richting van de voordeur. Verdachte is langs aangever gelopen, is achter aangever zijn hoofd gaan zitten en heeft hem met zijn vuisten tegen het hoofd geslagen. Verdachte heeft verklaard geen bloed te hebben gezien bij aangever nadat hij hem had mishandeld. Wel heeft hij lege wijnflessen langs de muur van de gang zien staan.

De raadsman heeft bepleit verdachte vrij te spreken van het primair ten laste gelegde, nu de toedracht van het gebeuren niet duidelijk is geworden. De getuigenverklaringen dat verdachte aangever met een fles heeft geslagen zijn onduidelijk, onderling tegenstrijdig en derhalve niet overtuigend. Ander bewijs dat verdachte met een fles tegen het hoofd van aangever heeft geslagen ontbreekt, aldus de raadsman.

Het hof overweegt dat uit de verklaringen van getuigen, afgelegd tegenover de politie en de rechter-commissaris, blijkt dat aangever in een stoel bij de voordeur van zijn woning zat. Aangever was in gesprek met een aantal personen, onder wie verdachte. Aangever en verdachte kregen woorden met elkaar en bij verdachte ontstond irritatie over de gang van zaken rond een weddenschap. Verdachte heeft verklaard dat hij vervolgens in blinde woede aangever is aangevallen. Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat verdachte aangever meerdere malen met zijn vuist in het gezicht sloeg en hem een schop gaf, waardoor aangever achterover in de gang van zijn woning viel. Aangever heeft verklaard dat hij door een duw van verdachte met zijn stoel achterover in de gang van zijn woning viel. Aangever heeft voorts verklaard dat hij - terwijl hij op zijn rug in de gang lag - door verdachte tegen zijn hoofd is geslagen. Daarbij is hij door verdachte ook met een wijnfles tegen zijn slaap geslagen.

Deze verklaring van aangever vindt bevestiging in de verklaring van getuige [getuige 1]. Ook getuige [getuige 2] heeft gezien dat aangever door verdachte met een fles werd geslagen. Getuigen [getuige 3] en [getuige 2] hebben voorts verklaard dat verdachte met een stoel op het hoofd van aangever sloeg.

Nu zowel de getuigen [getuige 1] als [getuige 4] hebben gezien dat het hoofd van aangever bloedde direct nadat hij door verdachte met een fles is geslagen en gelet op de aard van de verwonding zoals deze in de medische verklaring wordt omschreven, is het hof van oordeel dat de snijwond aan de zijkant van het gezicht van aangever en daarmee de twee slagaderlijke bloedingen is ontstaan door het slaan met de fles door verdachte.

Gelet op het voorgaande acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zowel met een wijnfles als met een stoel tegen of op het hoofd heeft geslagen van [slachtoffer] alsmede deze [slachtoffer] tegen het hoofd heeft gestompt en daarmee bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat [slachtoffer] door zijn handelen zou komen te overlijden, zoals primair is ten laste gelegd.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 5 juli 2008, te [plaats], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk een persoon, genaamd [slachtoffer], van het leven te beroven, met dat opzet met een wijnfles en een stoel die [slachtoffer] tegen/op het hoofd heeft geslagen en die [slachtoffer] meermalen tegen het hoofd heeft gestompt en die [slachtoffer] heeft geschopt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld primair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

poging tot doodslag.

Strafbaarheid

Verdachte is strafbaar. Strafuitsluitingsgronden zijn niet aanwezig.

Strafmotivering

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

Op 5 juli 2008 heeft verdachte zich te [plaats] schuldig gemaakt aan een poging tot doodslag op [slachtoffer]. Tijdens een discussie heeft verdachte [slachtoffer] in blinde woede en onverhoeds aangevallen. Verdachte heeft fors geweld gebruikt tegen [slachtoffer] door hem achterover te schoppen en hem vervolgens, terwijl [slachtoffer] op zijn rug lag in een nauwe gang en zich niet kon verweren, tegen het hoofd te slaan met zijn vuisten en met een wijnfles. Vervolgens heeft hij [slachtoffer] met een stoel geslagen. [slachtoffer] heeft door het handelen van verdachte een snijwond over de gehele lengte van de zijkant van zijn gezicht opgelopen, waardoor twee slagaderlijke bloedingen zijn ontstaan. Hij is in het ziekenhuis opgenomen geweest, waarbij sprake is geweest van een bloeddrukdaling, een vermindering van het bewustzijn en de ademhaling. Zwaarwegend acht het hof dat voormeld feit bij het slachtoffer groot leed heeft veroorzaakt, zowel in lichamelijke als in psychische zin. Het slachtoffer zal er naar het zich laat aanzien een blijvend litteken in het gezicht aan overhouden en dagelijks worden geconfronteerd met de gevolgen van de daad van verdachte. Uit een aan het hof toegezonden brief van het slachtoffer (d.d. 16 april 2009) is onder meer gebleken dat het litteken aan de linker zijkant van het gezicht van het slachtoffer nog steeds pijnlijk is en zichtbaar is.

Het hof heeft de drie ad informandum gevoegde feiten bij de strafoplegging betrokken, nu deze feiten door verdachte zijn erkend. In één geval betreft het agressief gedrag in de vorm van het geven van een kaakslag aan een beveiliger van het ziekenhuis te [plaats].

Bij de straftoemeting heeft het hof verder in aanmerking genomen dat verdachte

- blijkens een hem betreffend uittreksel uit het justitieel documentatieregister d.d. 24 maart 2009 - meermalen is veroordeeld ter zake van strafbare feiten, waaronder ook geweldsdelicten.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van een voorlichtingsrapport van Verslavingszorg Noord Nederland d.d. 26 augustus 2008, opgemaakt door R.B. Swierstra, waaruit blijkt dat verdachte geen vaste woon of verblijfplaats heeft en verslaafd is aan alcohol. Omdat verdachte de laatste jaren meerdere geweldsdelicten heeft gepleegd, wordt geadviseerd om een deels voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht, zodat verdachte in dat kader een agressieregulatietraining bij de AFPN kan volgen.

Gelet op het voorgaande in onderlinge samenhang bezien, is het hof van oordeel dat niet kan worden volstaan met een andere straf dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Een deel van de gevangenisstraf zal voorwaardelijk worden opgelegd zoals door de reclassering geadviseerd. Het hof acht de in eerste aanleg opgelegde en door de advocaat-generaal in hoger beroep gevorderde straf passend en geboden.

Tenuitvoerlegging

Bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden d.d. 2 oktober 2007, is veroordeelde veroordeeld tot onder meer een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee weken, met een proeftijd van twee jaren. Blijkens het onderzoek ter terechtzitting van het hof is voormeld vonnis onherroepelijk geworden op 17 oktober 2007. De proeftijd is ingegaan op 17 oktober 2007. De officier van justitie heeft op

11 augustus 2008 gevorderd dat last zal worden gegeven tot tenuitvoerlegging van voormelde gevangenisstraf, omdat veroordeelde zich voor het einde van voormelde proeftijd heeft schuldig gemaakt aan het ten laste gelegde feit.

Nu gebleken is dat veroordeelde het hiervoor bewezen verklaarde feit heeft begaan voor het einde van de bij voormeld vonnis gestelde proeftijd, zal het hof op grond van het vorenstaande de vordering tot tenuitvoerlegging toewijzen.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 14g, 45 en 287 van het Wetboek van Strafrecht.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte primair ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld primair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van dertig maanden;

beveelt, dat van de gevangenisstraf een gedeelte van tien maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, of de hierna te noemen bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

stelt als bijzondere voorwaarde:

dat de veroordeelde zich zal stellen onder toezicht van de Stichting Reclassering Nederland en zich zal gedragen naar de aanwijzingen van die instelling, ook indien dat inhoudt dat veroordeelde een agressieregulatietraining zal volgen bij de AFPN;

draagt genoemde instelling op de veroordeelde bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering wordt gebracht;

gelast de tenuitvoerlegging van de aan veroordeelde bij vonnis van de politierechter te Groningen van 2 oktober 2007 voorwaardelijk opgelegde straf, te weten:

gevangenisstraf voor de duur van twee weken.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. H.J. Deuring, voorzitter, mr. K. Lahuis en mr. A.J. Rietveld, in tegenwoordigheid van mr. E.M. Mulder als griffier, zijnde mr. Lahuis voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.