Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2009:BI2749

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
29-04-2009
Datum publicatie
29-04-2009
Zaaknummer
24-000535-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt ter zake van mishandeling en belediging van een ambtenaar in functie veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 60 uren, subsidiair te vervangen door 30 dagen hechtenis. Daarnaast wordt de vordering van de benadeelde partij toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-000535-08

Parketnummer eerste aanleg: 17-880028-08 en 24-001884-05 (tul)

Arrest van 29 april 2009 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 15 februari 2008 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1964] te [geboorteplaats],

zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande,

thans verblijvende in PI Noord, gevangenis De Marwei te Leeuwarden,

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. T.W. Delhaye, advocaat te Burgum.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis vrijgesproken van een feit, wegens misdrijven veroordeeld tot een straf, op een vordering van een benadeelde partij beslist en op een vordering tot tenuitvoerlegging beslist, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Voor zover het hoger beroep is gericht tegen de vrijspraak ter zake van het onder 4 ten laste gelegde, kan verdachte daarin niet worden ontvangen.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte ter zake van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf weken met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof de tenuitvoer-legging zal gelasten van de verdachte bij arrest van het gerechtshof te Leeuwarden d.d. 17 maart 2006 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van twee maanden.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis, voor zover aan hoger beroep onderworpen, vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan verdachte wordt, voor zover aan hoger beroep onderworpen, ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 22 januari 2008, te [plaats], in de gemeente [gemeente], opzettelijk en wederrechtelijk een deur van een pand (woning) gelegen aan of bij de [straat], in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeeld bedrijf] en/of [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt, terwijl nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de verdachte tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan;

2.

hij op of omstreeks 22 januari 2008, te [plaats], in de gemeente [gemeente],

[slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer] dreigend de woorden toegevoegd: "ik maak je dood als je de politie belt", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, terwijl nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de verdachte tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan;

3.

hij op of omstreeks 22 januari 2008, te [plaats], in de gemeente [gemeente], wederrechtelijk is binnengedrongen in een woning gelegen aan of bij de [straat] en in gebruik bij [slachtoffer], althans bij een ander of anderen dan bij verdachte.

Vrijspraak

Het hof acht niet bewezen hetgeen onder 2 aan verdachte is ten laste gelegd, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht ten aanzien van verdachte bewezen dat:

1.

hij op 22 januari 2008, te [plaats], in de gemeente [gemeente], opzettelijk en wederrechtelijk een deur van een pand (woning) gelegen aan de [straat], toebehorende aan [benadeeld bedrijf] heeft beschadigd, terwijl nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de verdachte tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan;

3.

hij op 22 januari 2008, te [plaats], in de gemeente [gemeente], wederrechtelijk is binnengedrongen in een woning gelegen aan de [straat] en in gebruik bij [slachtoffer].

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 en 3 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op de misdrijven:

feit 1: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort beschadigen, terwijl nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan;

feit 3: het in een woning bij een ander in gebruik wederrechtelijk binnendringen.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte is op 22 januari 2008 de woning van zijn ex-vriendin binnen gedrongen door een deur in te trappen. Hij heeft hierbij de deur beschadigd. Door aldus te handelen heeft verdachte onrechtmatig inbreuk gemaakt op het ongestoorde woongenot van zijn ex-vriendin.

Het hof heeft gelet op een verdachte betreffend Uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister d.d. 25 maart 2009, waaruit blijkt dat verdachte veelvuldig is veroordeeld ter zake van (soortgelijke) strafbare feiten. Het opleggen van gevangenisstraffen heeft verdachte er echter niet van weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

Gelet op het feit dat het hof verdachte zal vrijspreken van het onder 2 ten laste gelegde zal het hof verdachte een gevangenisstraf, van kortere duur dan door de advocaat-generaal gevorderd is, opleggen. Een andere, lichtere, strafmodaliteit is - gelet op verdachtes justitiële verleden - niet meer aan de orde.

Benadeelde partij

Uit het onderzoek ter terechtzitting van het hof is gebleken, dat [benadeelde] zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd als benadeelde partij, dat zij in eerste aanleg niet-ontvankelijk is verklaard in haar vordering en dat zij zich in het geding in hoger beroep opnieuw heeft gevoegd. Nu verdachte niet-ontvankelijk is in zijn hoger beroep tegen het onder 4 ten laste gelegde feit en de vordering van de benadeelde partij op dit feit ziet, dient de benadeelde partij in haar vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard, met veroordeling van de benadeelde partij in de kosten van het geding door de verdachte gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil

Tenuitvoerlegging

24-001884-05

Bij arrest van het gerechtshof te Leeuwarden van 17 maart 2006, is verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf maanden, waarvan twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Blijkens het onderzoek ter terechtzitting van het hof is voormeld arrest onherroepelijk geworden op 11 juli 2006. De proeftijd is eveneens ingegaan op 11 juli 2006. De officier van justitie heeft op 8 februari 2008 gevorderd dat last zal worden gegeven tot tenuitvoerlegging van voormelde gevangenisstraf, aangezien verdachte zich voor het einde van voormelde proeftijd schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde feit.

Per abuis heeft de officier van justitie op de "vordering na voorwaardelijke veroordeling" het parketnummer van de bewuste zaak in eerste aanleg en het vonnis van de politierechter vermeld in plaats van het parketnummer in hoger beroep en het arrest van het hof. Daar de verdachte opgelegde straf in eerste aanleg en in hoger beroep gelijk was en het voor verdachte duidelijk is om welke straf het gaat behoeft dit naar het oordeel van het hof de tenuitvoerlegging niet in de weg te staan.

Nu is gebleken dat verdachte het hiervoor bewezenverklaarde feit heeft begaan voor het einde van de bij voormeld vonnis gestelde proeftijd, zal het hof een last tot tenuitvoerlegging van voormelde straf te geven.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14g, 43a, 57 (oud), 63 (oud), 138 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, voor zover aan hoger beroep onderworpen, en in zoverre opnieuw recht doende:

verklaart de verdachte niet ontvankelijk in zijn hoger beroep, voor zover dit is gericht tegen de vrijspraak ter zake van het onder 4 ten laste gelegde;

verklaart het verdachte onder 2 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart het verdachte onder 1 en 3 ten laste gelegde bewezen, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 en 3 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot een gevangenisstraf voor de duur van drie weken;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering wordt gebracht;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van het geding door de verdachte gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil;

gelast de tenuitvoerlegging van de aan veroordeelde bij arrest van het gerechtshof te Leeuwarden van 17 maart 2006 voorwaardelijk opgelegde straf, te weten:

een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. J.J. Beswerda, voorzitter, mr. J.F. Aalders en mr. J. Hielkema, in tegenwoordigheid van mr. M. Koster als griffier, zijnde mr. Aalders buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.