Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2009:BI2563

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
21-04-2009
Datum publicatie
28-04-2009
Zaaknummer
107.001.683/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verzoek om informatie en stukken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Arrest d.d. 21 april 2009

Zaaknummer 107.001.683/01

HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN

Arrest van de derde kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van:

[appellant],

wonende te [woonplaats appellant],

appellant,

in eerste aanleg: eiser,

hierna te noemen: [appellant],

advocaat: mr. J.V. van Ophem, kantoorhoudende te Leeuwarden,

tegen

[geïntimeerde],

wonende te [woonplaats geïntimeerde], Bondsrepubliek Duitsland,

geïntimeerde,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna te noemen: [geïntimeerde],

advocaat: mr. J.B. Dijkema, kantoorhoudende te Leeuwarden.

Het geding in eerste instantie

In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in de rolbeschikking van 22 augustus 2006 alsmede het vonnis uitgesproken op 7 november 2006 door de rechtbank Leeuwarden, sector kanton, locatie Leeuwarden, hierna te noemen: de kantonrechter.

Het geding in hoger beroep

Bij exploot van 25 januari 2007 is door [appellant] hoger beroep ingesteld van het vonnis d.d. 7 november 2006 met dagvaarding van [geïntimeerde], op de voet van art. 56 Rv jo. de Betekenisverordening (Vo.1348/2000 van de EG van d.d. 29 mei 2000) tegen de zitting van 4 april 2007.

De conclusie van de memorie van grieven luidt:

"bij arrest, bij voorraad uitvoerbaar het op 7 november 2006 door de rechtbank Leeuwarden, sector kanton, locatie Leeuwarden tussen partijen gewezen vonnis te vernietigen en, opnieuw rechtdoende geïntimeerde alsnog te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan appellant te betalen een bedrag ad € 3.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening en met veroordeling van geïntimeerde in de kosten van beide instanties".

Bij memorie van antwoord is door [geïntimeerde], onder overlegging van een productie, verweer gevoerd met als conclusie:

"het hoger beroep van appellant (appèldagvaarding d.d. 25-02-2007) afwijzen en appellant tot betaling van de proceskosten. "

Tenslotte heeft [appellant] de stukken overgelegd voor het wijzen van arrest.

De grieven

[appellant] heeft twee grieven opgeworpen.

De beoordeling

1. De kantonrechter heeft de vordering van [appellant] afgewezen, zo blijkt uit r.o. 5.2 van het bestreden vonnis, omdat dezelfde vordering die [appellant] thans in de onderhavige procedure heeft ingesteld jegens [geïntimeerde], in een eerder vonnis van 26 oktober 2004 van de kantonrechter te Leeuwarden in een procedure tussen dezelfde partijen, is afgewezen.

2. [appellant] komt bij grief I op tegen deze beslissing van de kantonrechter.

Het hof overweegt dat het betreffende vonnis zich niet in het dossier van [appellant] bevindt - [geïntimeerde] heeft in het geheel geen dossier overgelegd -, zodat thans eerst aan [appellant] zal worden opgedragen bij akte dit vonnis in het geding te brengen. Daarbij zal [appellant] ook het procesdossier van die procedure in het geding moeten brengen, zodat het hof kan vaststellen of sprake is van 'dezelfde vordering' als thans aan de orde is.

Zo nodig kan [appellant] in zijn akte nader aangeven waarom volgens hem géén sprake is van 'dezelfde vordering'.

2.1 [appellant] zal eveneens een kopie van de volledige dagvaarding in eerste aanleg alsnog dienen over te leggen, aangezien het thans overgelegde dossier een

- waarschijnlijk ongenummerde - bladzijde drie ontbreekt.

3. Het hof zal de zaak naar de rol verwijzen voor het nemen van een akte aan de zijde van [appellant], waarna [geïntimeerde] desgewenst een antwoord-akte kan nemen.

4. Iedere nadere beslissing zal worden aangehouden.

De beslissing

Het gerechtshof:

verwijst de zaak naar de rol van dinsdag 19 mei 2009 voor het nemen van een akte aan de zijde van [appellant], als omschreven in r.o. 2 van dit arrest;

houdt iedere nadere beslissing aan.

Aldus gewezen door mrs. De Bock, voorzitter, Verschuur en Breemhaar, raden, en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof van dinsdag 21 april 2009.