Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2009:BI2344

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
24-04-2009
Datum publicatie
27-04-2009
Zaaknummer
24-000750-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt ter zake van winkeldiefstallen veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf weken. In de strafmaat is tevens rekening gehouden met drie ad informandum gevoegde feiten. Bewijsuitsluiting wegens ontbreken cautie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-000750-08

Parketnummer eerste aanleg: 18-654422-07

Arrest van 24 april 2009 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Groningen van 12 maart 2008 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1960] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

niet ter terechtzitting verschenen.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Groningen heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De officier van justitie is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen. Hij heeft dit hoger beroep aan verdachte doen betekenen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Het hof heeft verstek verleend tegen de niet verschenen verdachte.

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte ter zake van de feiten 1 primair, 2 primair en 3 primair zal veroordelen, bij de strafoplegging rekening zal houden met de ad informandum gevoegde feiten, en verdachte een gevangenisstraf zal opleggen voor de duur van zes weken.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 8 augustus 2007, in de gemeente [gemeente], meermalen, op verschillende tijdstippen, althans éénmaal, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen, een spuitbus (Gilette) scheerschuim en/of een bus (Axe) deodorant en/of een flacon Gilette Baume, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan het winkelbedrijf C1000, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 8 augustus 2007, in de gemeente [gemeente], meermalen, op verschillende tijdstippen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk een spuitbus (Gilette) scheerschuim en/of een bus (Axe) deodorant en/of een flacon Gilette Baume, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan het winkelbedrijf C1000, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en welk(e) goed(eren) verdachte uit de winkelvoorraad van voornoemde rechthebbende(n) had genomen onder gehoudenheid om, alvorens die winkel te verlaten voornoemd(e) goed(eren) te betalen, in elk geval ter betaling aan te bieden, en aldus dat/die goed(eren) anders dan door

misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

2.

hij op of omstreeks 8 augustus 2007, in de gemeente [gemeente], met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een fles scheerschuim en/of een flacon Gilette Baume, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan het winkelbedrijf Jumbo, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 8 augustus 2007, in de gemeente [gemeente], opzettelijk een fles scheerschuim en/of een flacon Gilette Baume, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan het winkelbedrijf Jumbo, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en welk(e) goed(eren) verdachte uit de winkelvoorraad van voornoemde rechthebbende(n) had genomen onder gehoudenheid om, alvorens die winkel te verlaten voornoemd(e) goed(eren) te betalen, in elk geval ter betaling aan te bieden, en aldus dat/die goed(eren) anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

3.

(ter berechting gevoegd 18/654716-07)

hij op of omstreeks 9 augustus 2007, in de gemeente [gemeente], met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een verpakking gezichtscrème (van het merk Nivea), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan het winkelbedrijf Plus Supermarkt ([naam]), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 9 augustus 2007, in de gemeente [gemeente], opzettelijk een verpakking gezichtscrème (van het merk Nivea), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan het winkelbedrijf Plus Supermarkt ([naam]), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en welk goed verdachte uit de winkelvoorraad van voornoemde rechthebbende had genomen onder gehoudenheid om, alvorens die winkel te verlaten voornoemd goed te betalen, in elk geval ter betaling aan te bieden, en aldus dat goed anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

Vrijspraak ten aanzien van feit 2

Verdachte is op 8 augustus 2007 aangehouden op verdenking van winkeldiefstal. Blijkens het proces-verbaal van aanhouding d.d. 8 augustus 2007 kwamen verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] omstreeks 18.53 uur ter plaatse. Verbalisanten troffen in de supermarkt (C1000) aangever [aangever 1], alsmede getuige [getuige]. De eerste verbalisant heeft met getuige [getuige] de videobeelden van de beveiligingscamera's bekeken, waarna de verbalisant verdachte met deze beelden heeft geconfronteerd. Verdachte verklaarde hierop dat hij de goederen had gestolen van de C1000. Tevens verklaarde verdachte dat hij bij de Jumbo een fles Gillette scheerschuim en een flacon Gillette Baume had gestolen. Verdachte is hierop aangehouden. Verdachte is dezelfde dag om 20.00 uur heengezonden.

Het hof overweegt het volgende.

Niet is gebleken dat voorafgaande aan de bekennende verklaring in het proces-verbaal van aanhouding aan verdachte is medegedeeld dat hij niet tot antwoorden verplicht is. Nu aan verdachte geen cautie is gegeven, is de verklaring van verdachte niet tot stand gekomen in overeenstemming met artikel 29 van het Wetboek van Strafvordering. Gelet op het voorgaande kan de bekennende verklaring van verdachte, zoals opgenomen in het proces-verbaal van aanhouding d.d. 8 augustus 2007, niet voor het bewijs worden gebruikt.

Nu het hof de verklaring van verdachte in het proces-verbaal van aanhouding uitsluit voor het bewijs, is het hof van oordeel dat het ten laste gelegde onder 2 niet wettig en overtuigend bewezen kan worden. De aangifte van [aangever 2] - namens de supermarkt Jumbo - houdt in dat bij verdachte aangetroffen goederen mogelijk afkomstig zijn van aangever, zodat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is voor het ten laste gelegde onder 2. Derhalve dient verdachte daarvan te worden vrijgesproken.

Bewijsoverweging ten aanzien van feit 1

Het hof is van oordeel dat de bekennende verklaring van verdachte afgelegd in het proces-verbaal van aanhouding d.d. 8 augustus 2007 niet voor het bewijs kan worden gebruikt.

Het hof overweegt het volgende. De aangifte van (getuige) [aangever 1] - namens de supermarkt C1000 - vindt steun in de andere bewijsmiddelen. Het hof is van oordeel dat op grond van de aangifte, in onderling verband beschouwd met de getuigenverklaring van [getuige] (dossier p. 15), de constateringen van verbalisanten in het proces-verbaal van aanhouding (dossier p. 11) en de bekennende verklaring van verdachte in het proces-verbaal van verhoor d.d. 8 augustus 2007 (dossier p. 17), wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde onder 1 primair.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten onder 1 primair en 3 primair heeft begaan, met dien verstande dat:

1. primair

hij op 8 augustus 2007, in de gemeente [gemeente], meermalen, op verschillende tijdstippen, telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen, een spuitbus (Gilette) scheerschuim, een bus (Axe) deodorant en een flacon Gilette Baume, toebehorende aan het winkelbedrijf C1000;

3. primair

hij op 9 augustus 2007, in de gemeente [gemeente], met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een verpakking gezichtscrème (van het merk Nivea), toebehorende aan het winkelbedrijf Plus Supermarkt ([naam]).

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 primair en 3 primair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

1. primair

diefstal, meermalen gepleegd;

3. primair

diefstal.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan en de persoon van verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

Verdachte heeft zich in een korte periode meermalen schuldig gemaakt aan winkeldiefstal. Winkeldiefstal is een ergerlijk feit, dat naast schade vaak hinder voor het gedupeerde bedrijf veroorzaakt. Voorts is uit het onderzoek ter terechtzitting gebleken, dat verdachte zich ook nog aan een drietal andere soortgelijke strafbare feiten heeft schuldig gemaakt dan ten laste van hem zijn bewezenverklaard. Deze strafbare feiten zijn ad informandum gevoegd en vermeld op de inleidende dagvaarding van deze zaak. Genoemde ad informandum gevoegde strafbare feiten, die door verdachte bij de politie zijn erkend als door hem te zijn begaan, zal het hof meewegen in de aan verdachte op te leggen hoofdstraf, zodat die feiten daarmee zijn afgedaan.

Het hof houdt bij de strafoplegging rekening met een verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 26 januari 2009, waaruit blijkt dat verdachte reeds meermalen ter zake van strafbare feiten is veroordeeld en desondanks blijft recidiveren. Ook na de thans bewezen verklaarde feiten is verdachte nog onherroepelijk veroordeeld voor (soortgelijke) strafbare feiten.

Voorts blijkt uit de documentatie dat aan verdachte ter zake van diefstal reeds een boete - en vervolgens een werkstraf - is opgelegd. Deze straffen hebben verdachte er niet van weerhouden te recidiveren.

Het hof ziet op grond van de hiervoor genoemde omstandigheden en de ernst van de feiten alleen in een gevangenisstraf van na te melden duur een passende bestraffing.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 57 (oud), 63 (oud) en 310 van het Wetboek van Strafrecht.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP bij verstek:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte onder 2 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart het verdachte onder 1 primair en 3 primair ten laste gelegde bewezen, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 primair en 3 primair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van vijf weken.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. G. Dam, voorzitter, mr. S.J. van der Woude en mr. A.J. Rietveld, in tegenwoordigheid van mr. J. Brink als griffier, zijnde mr. Van der Woude voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.