Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2009:BI0987

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
14-04-2009
Datum publicatie
14-04-2009
Zaaknummer
24-002541-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt vrijgesproken van diefstal met geweld en afpersing, en veroordeeld wegens witwassen en als vreemdeling in Nederland verblijven terwijl hij weet dat hij tot ongewenste vreemdeling is verklaard tot een gevangenisstraf van zes maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-002541-08

Parketnummer eerste aanleg: 18-630117-08

Arrest van 14 april 2009 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Groningen van 6 oktober 2008 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1984] te [geboorteplaats],

zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,

ten tijde van de terechtzitting verblijvende in P.I. Veenhuizen, gevangenis Esserheem te Veenhuizen,

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. E. Henkelman, advocaat te Groningen.

Het vonnis waarvan beroep

De rechtbank Groningen heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte zal vrijspreken ten aanzien van het onder 1(A en B) primair ten laste gelegde, en hem zal veroordelen ten aanzien van het onder 1 subsidiair en 2 ten laste gelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van negen maanden, met aftrek van voorarrest.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan verdachte is - zoals ter terechtzitting gewijzigd overeenkomstig de vorderingen van de advocaat-generaal - ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 22 februari 2008, in de gemeente [gemeente], met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag van ongeveer 435 euro en/of een telefoon-unit (Siemens), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [eigenaar], eigenaar van zonnebankstudio [bedrijf], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer], werkneemster van zonnebankstudio [bedrijf], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte

- voornoemde zonnebankstudio is binnengegaan en een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft gericht op die [slachtoffer],

- die [slachtoffer] de keuken in heeft geduwd,

- die [slachtoffer] dreigend de woorden "Dit is een overval", "Waar is de kluis, waar is de kluis", "Open de kassa, maak de kassa open" heeft toegevoegd,

- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd -nadat hij had gevraagd of ze een mobiele telefoon in haar broekzak had "Ik wil die telefoon" en/of

- die [slachtoffer] heeft gezegd dat ze op grond moest gaan liggen en/of die [slachtoffer] in de richting van de grond heeft geduwd;

EN/OF

hij op of omstreeks 22 februari 2008, in de gemeente [gemeente], met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] ( werkneemster van zonnenbankstudio [bedrijf]) heeft gedwongen tot de afgifte van een mobiele telefoon (Samsung), geheel of ten dele toebehorende aan genoemde [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk geweld en/of bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

- voornoemde zonnebankstudio is binnengegaan en een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft gericht op die [slachtoffer],

- die [slachtoffer] de keuken in heeft geduwd,

- die [slachtoffer] dreigend de woorden "Dit is een overval", "Waar is de kluis, waar is de kluis, "Open de kassa, maak de kassa open" heeft toegevoegd,

- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd - nadat hij had gevraagd of ze een mobiele telefoon in haar broekzak had "Ik wil die telefoon"en/of

- die [slachtoffer] heeft gezegd dat ze op de grond moest gaan liggen en/of die [slachtoffer] in de richting van de grond heeft geduwd;

althans, indien het hieraan voorafgaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 22 februari 2008 tot en met 8 april 2008, in de gemeente [gemeente], in elk geval in Nederland, (een tas met) sorrybonnen en/of reminders van zonnebankstudio [bedrijf] en/of een mobiele telefoon (Samsung) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen terwijl hij en/of zijn mededaders wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden dat bovenomschreven voorwerpen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig zijn uit enig misdrijf.

2.

hij op of omstreeks 08 april 2008, in de gemeente [gemeente], in elk geval in Nederland,

als vreemdeling heeft verbleven, terwijl hij wist of ernstige reden had te vermoeden dat hij op grond van artikel 67 van de Vreemdelingenwet 2000, in elk geval op grond van enig wettelijk voorschrift, tot ongewenst vreemdeling was verklaard;

Vrijspraak

Het hof heeft niet de overtuiging bekomen dat verdachte de onder 1(A en B) primair ten laste gelegde feiten heeft begaan, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1 subsidiair en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:

1. subsidiair

hij in de periode van 22 februari 2008 tot en met 8 april 2008, in de gemeente [gemeente], een mobiele telefoon (Samsung) heeft verworven en voorhanden heeft gehad terwijl hij wist dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf.

2.

hij op 8 april 2008, in de gemeente [gemeente], als vreemdeling heeft verbleven, terwijl hij wist dat hij op grond van artikel 67 van de Vreemdelingenwet 2000, tot ongewenst vreemdeling was verklaard.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 subsidiair en onder 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

onder 1 subsidiair:

witwassen

onder 2:

als vreemdeling in Nederland verblijven, terwijl hij weet dat hij op grond van een wettelijk voorschrift tot ongewenste vreemdeling is verklaard.

Strafbaarheid

Door de raadsman is ter terechtzitting ten aanzien van feit 2 aangevoerd dat verdachte wegens afwezigheid van alle schuld dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging. Het zou voor verdachte onmogelijk zijn om terug te keren naar [geboorteland].

Verdachte heeft verklaard dat hij het Rode Kruis heeft ingeschakeld teneinde familieleden in [geboorteland] te achterhalen, maar dat deze tot op heden niet zijn gevonden. Voorts heeft verdachte (desgevraagd) verklaard dat hij contact heeft gehad met de Internationale Organisatie voor Immigratie. Deze organisatie zou verdachte niet kunnen helpen. Verdachte zou bij het consulaat zijn geweest, maar ook daar zou men hem niet hebben kunnen helpen. De raadsman heeft ter terechtzitting naar voren gebracht dat de onmogelijkheid voor verdachte om terug te keren reeds zou blijken uit het feit dat verdachte eerder in vreemdelingenbewaring heeft gezeten en het de Nederlandse overheid toen niet is gelukt om verdachte uit te zetten.

Het hof overweegt, dat verdachte en zijn raadsman weliswaar gesteld hebben dat verdachte niet kan vertrekken, maar dit niet aannemelijk hebben gemaakt. Zij hebben geen bescheiden overgelegd, die deze beweringen kunnen staven. Ook anderszins is uit het onderzoek ter terechtzitting niet aannemelijk geworden dat verdachte zijnerzijds alle maatregelen heeft genomen die redelijkerwijze van hem konden worden gevergd teneinde aan zijn verplichting om Nederland te verlaten te voldoen.

Gelet op het voorgaande wordt het beroep op afwezigheid van alle schuld verworpen.

Strafuitsluitingsgronden worden ook overigens niet aanwezig geacht. Het hof acht verdachte strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte.

Het hof heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich in de periode van 22 februari 2008 tot en met 8 april 2008 schuldig gemaakt aan witwassen. Hij heeft in deze periode een mobiele telefoon verworven en voorhanden gehad, die op 22 februari 2008 bij een overval was buitgemaakt.

Verdachte heeft op 8 april 2008 in de gemeente [gemeente] als vreemdeling verbleven, terwijl hij wist dat hij tot ongewenst vreemdeling was verklaard. Het opzettelijk handelen in strijd met de bepalingen van de vreemdelingenwetgeving en met de daarop gegronde beslissingen van de autoriteiten hier te lande is een voor de Nederlandse samenleving bezwarend delict.

Het hof heeft bij de straftoemeting in aanmerking genomen dat verdachte - blijkens een hem betreffend uittreksel uit het justitiële documentatieregister d.d. 20 januari 2009 - meermalen ter zake van (soortgelijke) strafbare feiten is veroordeeld.

Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, is het hof van oordeel dat een - door de advocaat-generaal gevorderde - gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden is. Doordat het hof komt tot een andere bewezenverklaring dan de rechter in eerste aanleg heeft dit gevolgen voor de hoogte van de op te leggen straf.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 57 (oud), 197 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte onder 1(A en B) primair ten laste gelegde niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart het verdachte onder 1 subsidiair en onder 2 ten laste gelegde bewezen, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 subsidiair en onder 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van zes maanden;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering wordt gebracht.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. W. Foppen, voorzitter, mr. G. Dam en

mr. H. Elzinga, in tegenwoordigheid van mr. M. Zevenhuizen als griffier, zijnde

mr. Foppen en mr. Elzinga voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.