Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2009:BI0909

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
24-03-2009
Datum publicatie
27-05-2009
Zaaknummer
107.002.110/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

In het tussenarrest is [geïntimeerde] opgedragen te bewijzen feiten en omstandigheden waaruit volgt dat:

a. partijen een basisuurtarief van € 25,00 zijn overeengekomen;

b. de bij de facturen van 16 mei, 3 juni en 20 juli 2005 in rekening gebrachte

beveiligingsdiensten daadwerkelijk zijn geleverd.

Door [geïntimeerde] zijn geen getuigen voorgebracht. [geïntimeerde] heeft ook geen schriftelijk bewijs bijgebracht. Hij heeft derhalve het door hem te leveren bewijs niet geleverd.

Nu [geïntimeerde] niet heeft bewezen zijn stellingen dat partijen een basisuurtarief van € 25,00 zijn overeengekomen en dat de in facturen van 16 mei, 3 juni en 20 juli 2005 in rekening gebrachte beveiligingsdiensten daadwerkelijk zijn geleverd, moet het hof aan deze stellingen voorbijgaan. De vorderingen zijn dan ook niet toewijsbaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Arrest d.d. 24 maart 2009

Zaaknummer 107.002.110/01

HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN

Arrest van de eerste kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van:

1. [appellant 1],

wonende te [woonplaats en -gemeente appellant 1],

hierna te noemen: [appellant 1],

2. [appellante 2],

wonende te [woonplaats en -gemeente appellante 2],

appellanten,

in eerste aanleg: oorspronkelijk gedaagden/eisers in verzet,

hierna gezamenlijk te noemen: [appellanten],

advocaat: mr. S.L. Elzinga, kantoorhoudende te Heerenveen,

tegen

[geïntimeerde],

handelende onder de naam International Security Service Netherlands,

wonende te [woonplaats geïntimeerde],

geïntimeerde,

in eerste aanleg: eiser,

hierna te noemen: [geïntimeerde],

advocaat: aanvankelijk mr. J.B. Dijkema, kantoorhoudende te Leeuwarden,

die zich heeft onttrokken.

De inhoud van het tussenarrest d.d. 9 december 2008 wordt hier overgenomen.

Het verdere procesverloop

[geïntimeerde] is in staat van faillissement verklaard. De curator neemt het geding niet over. De procedure wordt thans (buiten bezwaar van de boedel) voortgezet tussen [appellanten] en [geïntimeerde].

In genoemd tussenarrest is aan [geïntimeerde] een bewijsopdracht verstrekt. Nadat het tussenarrest is gewezen, heeft de advocaat van [geïntimeerde] zich onttrokken. Er heeft zich geen andere advocaat gesteld. [geïntimeerde] heeft ook geen opgave gedaan van zijn verhinderdata en van die van de door hem voor te dragen getuigen.

[appellanten] hebben de stukken wederom overgelegd voor het wijzen van arrest.

De verdere beoordeling

1. In het tussenarrest is [geïntimeerde] opgedragen te bewijzen feiten en omstandigheden waaruit volgt dat:

a. partijen een basisuurtarief van € 25,00 zijn overeengekomen;

b. de bij de facturen van 16 mei, 3 juni en 20 juli 2005 in rekening gebrachte

beveiligingsdiensten daadwerkelijk zijn geleverd.

2. Door [geïntimeerde] zijn geen getuigen voorgebracht. [geïntimeerde] heeft ook geen schriftelijk bewijs bijgebracht. Hij heeft derhalve het door hem te leveren bewijs niet geleverd.

3. Nu [geïntimeerde] niet heeft bewezen zijn stellingen dat partijen een basisuurtarief van € 25,00 zijn overeengekomen en dat de in facturen van 16 mei, 3 juni en 20 juli 2005 in rekening gebrachte beveiligingsdiensten daadwerkelijk zijn geleverd, moet het hof aan deze stellingen voorbijgaan. De vorderingen zijn dan ook niet toewijsbaar.

4. Uit het voorgaande volgt dat de grieven 2 tot en met 4 slagen.

5. Het hof zal het vonnis van 28 maart 2007 vernietigen en opnieuw rechtdoende alsnog het (verstek)vonnis van 9 augustus 2006 vernietigen en de vorderingen van [geïntimeerde] afwijzen.

6. Als de in het ongelijk gestelde partij zal [geïntimeerde] worden veroordeeld in de proceskosten van het geding in eerste aanleg (salaris procureur 2 punten, tarief III) en in appel (geliquideerd salaris van de advocaat 1 punt, tarief III). Nu gesteld noch gebleken is dat [appellanten] verschoonbaar niet zijn verschenen, waardoor tegen hen verstek is verleend, zal het hof [geïntimeerde] niet veroordelen in de kosten van het betekenen van de verzetdagvaarding in eerste aanleg.

De beslissing

Het gerechtshof:

verklaart [appellanten] niet-ontvankelijk in hun beroep tegen het verstekvonnis van 9 augustus 2006, tussen partijen gewezen;

vernietigt het vonnis van 28 maart 2007, tussen partijen in de verzetzaak gewezen,

en opnieuw rechtdoende:

vernietigt alsnog het verstekvonnis van 9 augustus 2006, tussen partijen gewezen, en wijst alsnog de vorderingen van [geïntimeerde] af;

veroordeelt [geïntimeerde] in de proceskosten van het geding in eerste aanleg en in hoger beroep en bepaalt deze kosten, voor zover tot op heden aan de zijde van [appellanten] gevallen, voor de procedure in eerste aanleg op € 635,-- aan verschotten en op € 1.158,00 voor salaris procureur en voor de procedure in hoger beroep op € 919,31 aan verschotten en op € 1.158,00 voor geliquideerd salaris van de advocaat;

verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gewezen mrs. Kuiper, voorzitter, Breemhaar en De Hek, raden en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof van

24 maart 2009 in bijzijn van de griffier.