Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2009:BI0549

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
09-04-2009
Datum publicatie
09-04-2009
Zaaknummer
24-002364-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt ter zake van mishandeling veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van veertien uren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-002364-08

Parketnummer eerste aanleg: 17-753383-08

Parketnummer tul: 17-840697-06

Arrest van 9 april 2009 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 17 juni 2008 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1985] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. H. de Jong, advocaat te Burgum.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, heeft een maatregel opgelegd en heeft op de vordering tot tenuitvoerlegging beslist, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte ter zake van het ten laste gelegde zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van één week, dat de vordering tot tenuitvoerlegging zal worden toegewezen en dat de vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen, met toepassing van de schadevergoedings-maatregel.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 16 januari 2008, te [plaats], in de gemeente [gemeente], opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [benadeelde]), meermalen, althans eenmaal, (met kracht) met een (tot vuist gebalde) hand in/tegen het gezicht/hoofd heeft gestompt en/of geslagen, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 16 januari 2008, te [plaats], in de gemeente [gemeente], opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [benadeelde]), meermalen met kracht met een tot vuist gebalde hand tegen het hoofd heeft gestompt, waardoor deze pijn heeft ondervonden.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

mishandeling.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

Verdachte heeft zich op 16 januari 2008 schuldig gemaakt aan mishandeling door aangever [benadeelde] meermalen tegen het hoofd te stompen. Door aldus te handelen heeft verdachte inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van aangever.

Het hof houdt bij de strafoplegging rekening met een verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 16 januari 2009, waaruit blijkt dat verdachte in juli 2007 ter zake van (onder meer) mishandeling is veroordeeld tot een werkstraf, een leerstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf met een proeftijd van twee jaren. Het onderhavige feit is gedurende de proeftijd gepleegd. Kennelijk heeft verdachte de aan hem afgegeven waarschuwing niet ter harte genomen.

Het hof houdt echter ook rekening met hetgeen door verdachte ter terechtzitting van het hof naar voren is gebracht. Verdachte heeft aangegeven dat hij de in juli 2007 aan hem opgelegde leerstraf (training agressiebeheersing), die hij ten tijde van het gebeurde op 16 januari 2008 nog niet had ondergaan, nu heeft afgerond en dat hij hier veel van heeft geleerd. Hij heeft voorts verklaard veel spijt te hebben van het gebeurde op 16 januari 2008 - hij zou zijn excuses ook aan [benadeelde] hebben aangeboden - en bereid te zijn de door [benadeelde] gevorderde schadevergoeding te betalen. Verdachte heeft op het hof een oprechte indruk gemaakt.

Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, ziet het hof af van oplegging van een gevangenisstraf zoals door de rechtbank opgelegd en door de advocaat-generaal gevorderd. In plaats daarvan zal een werkstraf van na te melden duur worden opgelegd, hetgeen onder de gegeven omstandigheden een passende bestraffing vormt.

Benadeelde partij

Uit het onderzoek ter terechtzitting van het hof is gebleken dat de benadeelde partij [benadeelde] zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd en dat zijn vordering deels is toegewezen, namelijk tot een bedrag van € 308,- zonder de daarbij gevorderde wettelijke rente. De benadeelde partij heeft zich in het geding in hoger beroep niet opnieuw gevoegd. De voeging ter zake van zijn in eerste aanleg gedane vordering tot schadevergoeding duurt derhalve in hoger beroep slechts voort, voor zover die vordering is toegewezen.

Het in eerste aanleg toegewezen deel van de vordering komt het hof niet onrechtmatig of ongegrond voor en is van de zijde van verdachte niet weersproken. Derhalve zal de vordering worden toegewezen tot een bedrag van € 308,-.

Gelet op het vorenstaande dient de verdachte, als de in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoer-legging nog te maken.

Schadevergoedingsmaatregel

Aangezien verdachte jegens voornoemd slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht en het belang van het slachtoffer ermee is gediend, zal het hof voormeld toegewezen bedrag tevens toewijzen in de vorm van een schadevergoedingsmaatregel.

Vordering tot tenuitvoerlegging

Bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 4 juli 2007, parketnummer 17-840697-06, is verdachte (onder meer) veroordeeld tot een voor-waardelijke gevangenisstraf voor de duur van één maand, met een proeftijd van twee jaren. Uit het onderzoek ter terechtzitting van het hof is gebleken dat dit vonnis onherroepelijk is geworden op 4 juli 2007 en dat de proeftijd eindigt op 18 juli 2009. De officier van justitie heeft op 15 mei 2008 gevorderd dat last zal worden gegeven tot tenuitvoerlegging van voormelde gevangenisstraf, aangezien verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan het bewezen verklaarde feit.

Nu gebleken is dat veroordeelde het bewezen verklaarde feit heeft begaan voor het einde van de gestelde proeftijd, zal het hof een last tot tenuitvoerlegging geven van voormelde straf, met dien verstande dat het hof in plaats van deze straf - onder verwijzing naar hetgeen bij de strafmotivering is vermeld - een werkstraf van na te melden duur zal gelasten.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14g, 22c (oud), 22d, 36f (oud) en 300 van het Wetboek van Strafrecht.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van veertien uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van zeven dagen zal worden toegepast;

wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde], wonende te [woonplaats], tot een bedrag van driehonderdacht euro;

veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt

- tot aan deze uitspraak begroot op nihil - en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van driehonderdacht euro ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde], wonende te [woonplaats];

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van zes dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;

bepaalt dat indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van bovenvermeld bedrag, de verplichting om te voldoen aan de vordering van de benadeelde partij komt te vervallen, alsmede dat, indien veroordeelde aan de vordering van de benadeelde partij heeft voldaan, de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen;

gelast - in plaats van het geven van een last tot tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf de veroordeelde voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 4 juli 2007 - taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van zestig uren met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van dertig dagen zal worden toegepast.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. A.J. Rietveld, voorzitter, mr. H.M.E. Laméris-Tebbenhoff Rijnenberg en mr. R.E.A. Toeter, in tegenwoordigheid van mr. E. Hoekstra als griffier, zijnde mr. Toeter voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.