Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2009:BH9822

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
17-03-2009
Datum publicatie
02-04-2009
Zaaknummer
107.002.434/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding.

Beëindiging samenwerking deurwaarders.

Afgifte dossiers.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Arrest d.d. 17 maart 2009

Zaaknummer 107.002.434/01

HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN

Arrest van de eerste kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van:

1. [persoonsnaam a] & [persoonsnaam appellant 2] gerechtsdeurwaarders B.V.,

gevestigd te Leeuwarden,

hierna te noemen: VNG,

2. [appellant 2],

wonende te [woonplaats appellant 2],

hierna te noemen: [appellant 2],

appellanten, hierna gezamenlijk te noemen: VNG c.s.

in eerste aanleg: gedaagden,

advocaat: mr. E.W. Franken, kantoorhoudende te Franeker,

die tevens heeft gepleit,

tegen

[persoonsnaam a], [persoonsnaam appellant 2] & [persoonsnaam vereffenaar] Incasso C.V. in ontbinding,

gevestigd te Oenkerk, vertegenwoordigd door haar beherend vennoot en vereffenaar [vereffenaar], wonende te [woonplaats vereffenaar].

geïntimeerde,

in eerste aanleg: eiseres,

hierna te noemen: VNR,

advocaat: mr. S.A. Roodhof, kantoorhoudende te Leeuwarden,

die tevens heeft gepleit.

Het geding in eerste instantie

In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in het kort geding

vonnis uitgesproken op 23 januari 2008 door de voorzieningenrechter van de

rechtbank Leeuwarden.

Het geding in hoger beroep

Bij exploot van 30 januari 2008 is door VNG c.s. hoger beroep ingesteld van genoemd vonnis met dagvaarding van VNR tegen de zitting van 20 februari 2008.

De conclusie van de memorie van grieven luidt:

"dat het Gerechtshof Leeuwarden moge behagen het vonnis, waarvan beroep, geheel te vernietigen en opnieuw rechtdoende, zonodig onder verbetering en/of aanvulling der gronden

Primair:

de vorderingen van geïntimeerde, eiseres in eerste aanleg, alsnog in zijn geheel af te wijzen,

Subsidiair:

af te wijzen de vordering tot afgifte van alle (108) dossiers, behoudens indien geïntimeerde VNR (alsnog) haar deel van de overeenkomst zal hebben nageleefd (in elk geval het deponeren en gedeponeerd houden van € 10.000,-- op de Derdengeldenrekening van haar raadsman, alsmede afgifte van alle dossiers van die opdrachtgevers die met VNG de relatie wilden continueren, zoals bovenstaand gespecificeerd),

met veroordeling van geïntimeerde in de kosten van beide instanties, inclusief nasalaris, indien geïntimeerde na betekening van het in deze te wijzen arrest na 14 dagen weigerachtig blijft proceskosten te voldoen, alles uitvoerbaar bij voorraad voor zover de Wet zulks toelaat. "

Bij memorie van antwoord is door VNR verweer gevoerd met als conclusie:

"Het is op deze gronden, dat geïntimeerde Uw Gerechtshof verzoekt bij arrest, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, het vonnis van de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Leeuwarden, waarvan beroep te bekrachtigen, althans na vernietiging de respectievelijke vordering van geïntimeerde toe te wijzen, voor zover mogelijk met verbetering van gronden,m met veroordeling van appellanten in de kosten van deze procedure, in beide instanties."

Vervolgens hebben partijen hun zaak doen bepleiten door hun advocaten onder overlegging van pleitnota's.

Tenslotte hebben partijen de stukken overgelegd voor het wijzen van arrest.

De grieven

VNG c.s. hebben vier grieven opgeworpen.

De beoordeling

De feiten

1. Er zijn geen grieven geformuleerd tegen de weergave van de feiten in rechtsoverweging 2 (2.1 tot en met 2.6) van het bestreden vonnis, zodat ook het hof van die feiten zal uitgaan.

Voorts is in hoger beroep het volgende komen vast te staan.

1.1 VNG c.s. hebben uitvoering gegeven aan het vonnis van de voorzieningenrechter van 23 januari 2008 waarbij zij - samengevat - hoofdelijk zijn veroordeeld tot nakoming van de op 18 december 2007 gemaakte afspraken (zoals weergegeven in rechtsoverweging 4.2 van het vonnis) inzake de af te geven incassodossiers en het openstellen van de administratieve systemen ten behoeve van VNR en [persoonsnaam a] en waarbij het hen is verboden om cliënten van VNR, voor wie VNR incassowerkzaamheden heeft verricht, te benaderen, één en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom. VNG c.s. hebben alle incassodossiers aan VNR afgegeven.

1.2 VNR is eind 2008 ontbonden. Het vermogen van de commanditaire vennootschap wordt vereffend.

Het (spoedeisend) belang

2. Indien in hoger beroep de vraag moet worden beantwoord of een in kort geding verlangde voorziening, hetzij na toewijzing daarvan hetzij na weigering daarvan in eerste aanleg, in hoger beroep voor toewijzing in aanmerking komt, dient ook in hoger beroep mede te worden beoordeeld of de eisende partij ten tijde van het arrest van het hof bij die voorziening een spoedeisend belang heeft (vgl. HR 30 juni 2000, NJ 2001, 389 en 31 mei 2002, NJ 2003, 343).

3. VNR heeft onweersproken gesteld dat er thans geen spoedeisend belang meer bestaat bij het (doen) treffen van een voorlopige voorziening. Zij heeft erop gewezen dat VNG c.s. aan het kort geding vonnis hebben voldaan door alle incassodossiers van VNR af te geven en door het administratieve systeem na het kort gedingvonnis enige tijd open te stellen. Weliswaar hebben VNG c.s. dat na enige tijd weer afgesloten, maar dat is voor VNR niet bezwaarlijk. Voorts heeft VNR met betrekking tot het benaderen van cliënten opgemerkt dat die situatie zich reeds geruime tijd niet meer voordoet en dat VNR thans geen activiteiten meer verricht en ook geen incassodossiers meer in behandeling heeft.

4. VNG c.s. hebben in eerste aanleg aangevoerd dat zij niet gehouden waren incassodossiers aan VNR af te geven van cliënten die de relatie niet met VNR maar met VNG wilden continueren. De voorzieningenrechter heeft evenwel geoordeeld dat zij - gelet op de door partijen schriftelijk vastgelegde afspraken - niet met de afgifte van slechts 20 dossiers kon volstaan.

Tegen dat oordeel richten zich de grieven II en IV.

5. Vast staat dat VNG c.s. na het kort gedingvonnis alle incassodossiers aan VNR hebben afgegeven. VNR heeft onweersproken gesteld dat zij in al die gevallen dat de cliënten aangaven dat zij de relatie met VNR wilden beëindigen, bijvoorbeeld om met VNG of met anderen zaken te doen, een eindafrekening heeft gemaakt.

Het hof is van oordeel dat VNG c.s. dan ook geen belang hebben bij (de behandeling van) hun grieven II en IV.

6. Hetzelfde geldt voor de grieven I en III.

In hun eerste grief klagen VNG c.s. dat de voorzieningenrechter VNR heeft toegestaan vlak voor de mondelinge behandeling in eerste aanleg nadere producties over te leggen.

Het hof is van oordeel dat, indien er veronderstellenderwijs van wordt uitgegaan dat het overleggen van de producties voor de zitting in strijd met de goede procesorde was - dat zal in het kader van een (spoed) kort geding, zoals dat in eerste aanleg is gevoerd, niet snel het geval zijn - dat op zichzelf nog niet kan leiden tot vernietiging van het vonnis van de voorzieningenrechter, nu VNG c.s. in het kader van dit hoger beroep de mogelijkheid hebben gehad zich alsnog over genoemde stukken uit te laten; het hof beslist met inachtneming daarvan opnieuw.

7. Middels grief III klagen VNG c.s. erover dat de raadsman het bedrag van

€ 10.000,-- dat VNR aanvankelijk op zijn derdenrekening had gestort, heeft teruggeboekt naar VNR.

Nu de voorzieningenrechter het deponeren van genoemd bedrag niet als voorwaarde aan de veroordeling van VNG c.s. heeft verbonden en VNG c.s. in eerste aanleg ook niet een daartoe strekkende vordering hebben ingesteld - terwijl een reconventionele vordering niet voor het eerst in hoger beroep kan worden ingesteld - ontbeert ook deze grief belang.

8. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen en zonder nadere toelichting - die ontbreekt en die ook ten pleidooie niet door VNG c.s. kon worden gegeven - valt niet in te zien welk (spoedeisend) belang VNG c.s. bij hun vorderingen in hoger beroep hebben.

9. Een zodanig belang zou gelegen kunnen zijn in het verkrijgen van een oordeel over de verschuldigdheid van dwangsommen, maar gesteld noch gebleken is dat deze verbeurd zouden zijn. Voorts zou een belang gelegen kunnen zijn in het verkrijgen van een oordeel over de proceskosten in eerste aanleg, maar tegen de beslissing die de voorzieningenrechter daarover heeft genomen, hebben VNG c.s. geen grief gericht.

Slotsom

10. Nu VNG c.s. geen belang hebben bij hun vorderingen in hoger beroep komen deze niet voor toewijzing in aanmerking. Het vonnis waarvan beroep zal worden bekrachtigd. VNG c.s. zullen als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. Deze kosten zullen, voor zover gevallen aan de zijde van VNR, wat het salaris van de advocaat betreft worden begroot op € 2.682,-- (3 punten, tarief II).

De beslissing

Het gerechtshof:

bekrachtigt het vonnis waarvan beroep;

veroordeelt VNG c.s. in de kosten van het geding in hoger beroep en begroot deze tot aan deze uitspraak, voor zover gevallen aan de zijde van VNR, op € 303,--- aan verschotten en € 2.682,-- aan salaris voor de advocaat;

verklaart dit arrest ten aanzien van de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gewezen door mrs. Onnes-Wind, voorzitter, Rowel-van der Linde en Overtoom, raden, en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof van 17 maart 2009 in bijzijn van de griffier.