Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2009:BH9362

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
07-01-2009
Datum publicatie
01-04-2009
Zaaknummer
200.006.694
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Keuringsbewijs heeft zijn geldigheid verloren. Artikel 72 WVW 1994 schept een voortdurende verplichting. Bij twee pleegdata waarop het keuringsbewijs zijn geldigheid had verloren, is daarom geen sprake van één en dezelfde voortdurende gedraging, maar van twee gedragingen. Geen schending van het 'ne bis in idem'-beginsel. Zevende Protocol bij het EVRM niet van toepassing. Nieuwe sanctie terecht opgelegd.

Wetsverwijzingen
Wegenverkeerswet 1994 72
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 200.006.694

7 januari 2009

CJIB 09105191844

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank 's-Gravenhage

van 15 april 2008

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats].

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement 's-Gravenhage genomen beslissing ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

3. Beoordeling

3.1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 75,- opgelegd ter zake van “voor het motorrijtuig van 3500 kg of minder heeft het keuringsbewijs zijn geldigheid verloren”, welke gedraging blijkens een registercontrole van de RDW te Veendam zou zijn verricht op 31 januari 2007 met het voertuig met het kenteken [AB-00-AB].

3.2. De betrokkene voert - samengevat - het volgende aan. Voor dezelfde gedraging is hem al eerder een sanctie opgelegd. Nog voordat de kantonrechter in de beroepsprocedure in die zaak, met als pleegdatum 16 augustus 2006, op 18 september 2007 uitspraak heeft gedaan, is hem de onderhavige sanctie opgelegd. Een nieuwe sanctie kan echter pas worden opgelegd wanneer de burger zich niet binnen redelijke tijd nadat de rechter heeft bepaald dat een gedraging onrechtmatig is, aan die uitspraak conformeert. Verder is het opleggen van meerdere sancties voor één en dezelfde voortdurende gedraging in strijd met het "non bis in idem-beginsel", zoals neergelegd in artikel 4 van het Zevende Protocol bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Het is een algemeen beginsel en niet slechts een strafrechtelijk beginsel, zodat het op basis van artikel 2 WAHV buiten toepassing laten ervan ook niet juist is.

3.3. De onderhavige gedraging is gebaseerd op artikel 72, tweede lid onder b, Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) en is onder feitcode K045B opgenomen in de bijlage bij de WAHV.

Artikel 72 WVW 1994, voor zover hier van belang, luidt als volgt:

2. Het keuringsbewijs dient: (...)

b. zijn geldigheid niet te hebben verloren, (...)

3. Voor overtreding van het eerste lid en het bepaalde bij of krachtens het tweede lid zijn aansprakelijk:

a. voor zover het betreft een motorrijtuig, de eigenaar of houder, alsmede in het geval dat met dat motorrijtuig over de weg wordt gereden, de bestuurder.

3.4. Nederland heeft het Zevende Protocol bij het EVRM niet geratificeerd, zodat de in artikel 4, eerste lid, daarvan neergelegde 'ne bis in idem'-regeling reeds daarom niet van toepassing kan zijn.

3.5. Maar ook overigens is het hof van oordeel dat er in dit geval geen sprake is van schending van het 'ne bis in idem'-beginsel. Artikel 72 WVW 1994 schept een voortdurende verplichting (vgl. het door de betrokkene aangehaalde arrest HR 16 december 1975, NJ 1976, 254). Dat brengt mee dat wanneer sprake is van twee pleegdata waarop het keuringsbewijs zijn geldigheid had verloren, er geen sprake is van één en dezelfde voortdurende gedraging, zoals de betrokkene aanvoert, maar van twee los van elkaar staande op twee verschillende data verrichte gedragingen. Weliswaar gaat het om eenzelfde gedraging met betrekking tot hetzelfde voertuig, maar omdat de betrokkene na oplegging van een eerdere sanctie geen einde heeft gemaakt aan de onwettige situatie, rechtvaardigt dit dat aan de betrokkene opnieuw een sanctie kon worden opgelegd. De plicht van de eigenaar of houder van een voertuig om ervoor te zorgen dat een voertuig tijdig wordt gekeurd, wordt immers niet opgeheven door de enkele omstandigheid dat hem met betrekking tot dat voertuig al eerder een sanctie is opgelegd voor een gedraging als de onderhavige.

3.6. De opvatting, dat een nieuwe sanctie pas kan worden opgelegd wanneer de burger zich niet binnen redelijke tijd nadat de rechter heeft bepaald dat een eerder door diezelfde burger verrichte gedraging onrechtmatig is, vindt geen grondslag in het recht. Dat de onderhavige sanctie is opgelegd voordat de kantonrechter in de andere zaak op 18 september 2007 uitspraak deed, kan dan ook niet leiden tot vernietiging van de opgelegde sanctie.

3.7. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen kan niet worden geoordeeld dat de sanctie ten onrechte is opgelegd en bestaat er ook geen aanleiding de sanctie te matigen.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Wagtendonk, in tegenwoordigheid van mr. Van der Heide als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.