Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2009:BH9140

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
31-03-2009
Datum publicatie
01-04-2009
Zaaknummer
24-000562-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt wegens diefstal van een fiets veroordeeld tot een werkstraf van 14 uren subsidiair 7 dagen vervangende hechtenis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-000562-08

Parketnummer eerste aanleg: 17-712510-07

Arrest van 31 maart 2009 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 18 februari 2008 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1965] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. T. Akkerman, advocaat te Joure.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf van een week.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 20 december 2007, te [plaats], in de gemeente [gemeente], met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (dames)fiets, (merk Batavus, kleur blauw), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

Overweging met betrekking tot het bewijs

Door en namens verdachte is ter terechtzitting aangevoerd dat verdachte dient te worden vrijgesproken van de diefstal van de fiets. Verdachte was in de veronderstelling dat de fiets van hem was en had derhalve geen oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, aldus de verdediging.

Verdachte heeft ter terechtzitting van het hof het volgende verklaard.

Verdachte had op 20 december 2007 zijn eigen fiets bij zich. Hij had deze - toen hij een patatje ging eten - op een andere plek achtergelaten dan waar de desbetreffende fiets stond die hij later heeft meegenomen. Verdachte was in het bezit van een herenfiets, en de fiets die hij heeft meegenomen was een damesfiets. Hij had zijn fietssleutel bij zich, maar deze paste niet op het slot van de door hem meegenomen fiets. Desondanks heeft verdachte de fiets, door het achterwiel omhoog te tillen, meegenomen.

Op grond van vorenstaande acht het hof het onaannemelijk dat bij verdachte sprake was van een vergissing, toen hij de fiets op 20 december 2007 heeft weggenomen. Het hof verwerpt het verweer.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 20 december 2007, te [plaats], met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een damesfiets, (merk Batavus, kleur blauw), toebehorende aan

[slachtoffer].

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

diefstal.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte. Het hof heeft in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich op 20 december 2007 schuldig gemaakt aan diefstal van een fiets. Verdachte heeft met zijn handelen inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van de eigenaar.

Het hof heeft bij de straftoemeting in aanmerking genomen dat verdachte - blijkens een hem betreffend Uittreksel uit het Justitiële Documentatieregister d.d. 5 januari 2009 - meermalen is veroordeeld ter zake van soortgelijke strafbare feiten.

Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, is het hof van oordeel dat in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf - zoals opgelegd door de rechter in eerste aanleg en gevorderd door de advocaat-generaal - een passende bestraffing is. Gelet op hetgeen omtrent verdachtes gewijzigde persoonlijke omstandigheden ter terechtzitting van het hof naar voren is gekomen, ziet het hof echter aanleiding om hiervan af te zien. Verdachte heeft ter terechtzitting naar voren gebracht dat hij, na jarenlang verslaafd te zijn geweest, zijn leven nu geleidelijk op orde krijgt. Het hof wil deze positieve ontwikkeling in het leven van verdachte niet doorkruisen en ziet in deze omstandigheden aanleiding om hem een werkstraf van na te melden duur op te leggen.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 22c (oud), 22d, 63 (oud) en 310 van het Wetboek van Strafrecht.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van veertien uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van zeven dagen zal worden toegepast.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. K. Lahuis, voorzitter, mr. G. Dam en

mr. F.A. Hartsuiker, in tegenwoordigheid van mr. M. Zevenhuizen als griffier, zijnde mr. Hartsuiker voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.