Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2009:BH8918

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
30-03-2009
Datum publicatie
30-03-2009
Zaaknummer
24-001438-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte is wegens mishandeling veroordeeld tot een voorwaardelijke werkstraf van 40 uren subsidiair 20 dagen vervangende hechtenis met een proeftijd voor de duur van 2 jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-001438-08

Parketnummer eerste aanleg: 17-841408-07

Arrest van 30 maart 2009 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 19 mei 2008 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1973] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman, mr. G.A. Pots, advocaat te Leeuwarden.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het verdachte ten laste gelegde bewezen zal verklaren en hem ter zake zal veroordelen tot een werkstraf voor de duur van 60 uren subsidiair 30 dagen vervangende hechtenis.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Hieronder is opgenomen het verdachte ten laste gelegde, zoals vermeld op de inleidende dagvaarding.

Verdachte wordt ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 1 januari 2007, te [plaats], in de gemeente [gemeente], opzettelijk mishandelend zijn levensgezellin, althans een persoon (te weten [slachtoffer]), met een vork in het bovenbeen heeft gestoken of geprikt en/of op/tegen de arm(en) en/of de rug en/of de flank en/of de be(e)n(en) en/of de

hals en/of de nek en/of de enkel, althans het lichaam, heeft geschopt en/of op/tegen de arm(en) en/of de rug en/of de flank en/of de be(e)n(en) en/of de hals en/of de nek en/of de enkel, althans het lichaam, heeft gestompt en/of geslagen en/of die [slachtoffer] heeft geduwd, (mede) tengevolge waarvan zij tegen een muur is gevallen, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat:

hij op 1 januari 2007, te [plaats], in de gemeente [gemeente], opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer]), tegen het lichaam heeft geslagen, waardoor deze pijn heeft ondervonden.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

mishandeling.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft bij het bepalen van de straf gelet op de aard en de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Het hof heeft in het bijzonder gelet op het volgende.

Verdachte heeft zich op 1 januari 2007 schuldig gemaakt aan mishandeling van zijn ex-vriendin. Hij heeft haar geslagen, waardoor zij pijn heeft ondervonden. Verdachte heeft hiermee inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van zijn ex-vriendin.

De advocaat-generaal heeft een werkstraf voor de duur van 60 uren gevorderd. Het hof zal de vordering van de advocaat-generaal niet volgen, nu het hof tot een beperktere bewezenverklaring komt. Op grond van het vorenstaande en mede om te voorkomen dat verdachte zich opnieuw aan een (soortgelijk) strafbaar feit zal schuldig maken, acht het hof de oplegging van een voorwaardelijke werkstraf voor de duur van 40 uren, met een proeftijd voor de duur van 2 jaren, passend en geboden. Daarbij heeft het hof acht geslagen op een verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van

28 januari 2009.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c (oud), 22d, 63 (oud) en 300 van het Wetboek van Strafrecht.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van veertig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van twintig dagen zal worden toegepast;

beveelt dat de werkstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. J.J. Beswerda, voorzitter, mr. H.M.E. Laméris-Tebbenhoff Rijnenberg en mr. S.J. van der Woude, in tegenwoordigheid van mr. I.N. Koers als griffier, zijnde mr. Van der Woude voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.