Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2009:BH7956

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
26-03-2009
Datum publicatie
26-03-2009
Zaaknummer
24-002422-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor twee diefstallen en een zaaksbeschadiging. Voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee maanden en een werkstraf van 160 uren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-002422-08

Parketnummer eerste aanleg: 18-651408-08

Arrest van 26 maart 2009 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Groningen van 26 september 2008 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1980] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. C. Eenhoorn, advocaat te Groningen.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Groningen heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal vrijspreken van het ten laste gelegde onder 3 primair, zal bewezenverklaren het ten laste gelegde onder 1, 2 en 3 subsidiair en verdachte zal veroordelen tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden met een proeftijd van twee jaren en tot een werkstraf van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 3 januari 2008 tot en met 4 januari 2008, in de gemeente [gemeente], met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een spelcomputer en/of een Personal Computer en/of een beeldscherm, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte

en/of

hij in of omstreeks de periode van 3 januari 2008 tot en met 4 januari 2008, in de gemeente [gemeente], opzettelijk en wederrechtelijk een deur van een woning aan de [straat], in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

2.

hij op of omstreeks 18 januari 2008, in de gemeente [gemeente], met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een krat bier, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan het winkelbedrijf [naam], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

3.

hij op of omstreeks 8 maart 2008, te Groningen, in ieder geval in de gemeente [gemeente], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een pand, gelegen aan of nabij de [straat], heeft weggenomen een beeldscherm, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan een persoon, te weten [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

althans, inzien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen dat

hij op of omstreeks 8 maart 2008, te Groningen, in ieder geval in de gemeente [gemeente], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een pand, gelegen aan of nabij de [straat], weg te nemen een beeldscherm, althans een of meer in dat pand aanwezige goederen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan een persoon, te weten [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot genoemd pand te verschaffen en/of die/dat weg te nemen beeldscherm, althans die/dat goed(eren), onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, immers heeft hij, verdachte, tezamen en in vereniging met zijn mededader(s) met een steen een ruit van genoemd pand ingegooid, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid.

Vrijspraak

Het hof acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen onder 3 primair en subsidiair aan verdachte is ten laste gelegd, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde onder 1 en 2 heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode van 3 januari 2008 tot en met 4 januari 2008, in de gemeente [gemeente], met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een Personal Computer en een beeldscherm, geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer 1],

en

hij in de periode van 3 januari 2008 tot en met 4 januari 2008, in de gemeente [gemeente], opzettelijk en wederrechtelijk een deur van een woning aan de [straat], toebehorende aan [slachtoffer 1], heeft beschadigd;

2.

hij op 18 januari 2008, in de gemeente [gemeente], met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een krat bier, toebehorende aan het winkelbedrijf [naam].

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op de misdrijven:

feit 1: diefstal en

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort beschadigen;

feit 2: diefstal.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich in de gemeente [gemeente] schuldig gemaakt aan diefstal van een computer met beeldscherm uit de woning van zijn (op dat moment) ex-partner. Daarbij heeft verdachte de deur van die woning beschadigd. Tevens heeft verdachte zich in de gemeente [gemeente] schuldig gemaakt aan diefstal van een krat bier uit het winkelbedrijf [naam]. Door zo te handelen heeft verdachte inbreuk gemaakt op de eigendomsrechten van de gedupeerden.

Uit een verdachte betreffend uittreksel uit het justitieel documentatieregister d.d. 26 januari 2009 blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld ter zake van strafbare feiten, zelfs tot een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk.

Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, is het hof van oordeel dat aan verdachte in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf dient te worden opgelegd. Daar staat tegenover dat verdachte ter terechtzitting van het hof heeft verklaard dat hij - nadat hij een periode heeft doorgemaakt waarin hij veel drank en drugs heeft gebruikt en strafbare feiten heeft gepleegd - inmiddels is afgekickt van deze middelen, weer samenwoont met zijn vriendin, met wie hij een kind heeft gekregen, en via een uitzendbureau aan het werk is. Het hof zal daarom de gevangenisstraf in voorwaardelijke vorm opleggen. Deze heeft mede als doel om verdachte ervan te weerhouden opnieuw (soortgelijke) strafbare feiten te plegen. Het hof zal daarnaast een werkstraf van na te melden duur opleggen. Doordat het hof komt tot een andere bewezenverklaring dan de rechter in eerste aanleg heeft ook dit gevolgen voor de hoogte van de op te leggen straf.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c (oud), 22d, 57 (oud), 310 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte onder 3 primair en subsidiair ten laste gelegde niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart het verdachte onder 1 en 2 ten laste gelegde bewezen, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van twee maanden;

beveelt, dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van honderdzestig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van tachtig dagen zal worden toegepast;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de voormelde werkstraf geheel in mindering wordt gebracht, berekend naar de maatstaf van twee uren werkstraf per dag.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. P. Koolschijn, voorzitter, mr. G. Dam en mr. J.P. van Stempvoort, in tegenwoordigheid van mr. E.M. Mulder als griffier, zijnde mr. Van Stempvoort voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.