Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2009:BH7365

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
23-03-2009
Datum publicatie
23-03-2009
Zaaknummer
24-002185-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vrijspraak. Verdachte wordt beschuldigd van poging tot zware mishandeling subsidiair mishandeling. Verdachte was werkzaam als portier en heeft een dronken jongen de toegang geweigerd. Hierbij heeft hij de jongen gevloerd. De vraag is of hij hierbij te ver is gegaan. Het hof heeft niet de overtuiging bekomen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan. Getuigenverklaringen lijken deels onjuist en komen op essentiële punten niet met elkaar overeen. Bovendien was er bij aangever en getuigen veel alcohol in het spel, waardoor het hof twijfels heeft aan de juistheid van hun waarnemingen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-002185-08

Parketnummer eerste aanleg: 18-656773-06

Arrest van 23 maart 2009 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Groningen van 20 augustus 2008 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1968] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. L.S. Wachters, advocaat te Groningen.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Groningen heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot straffen en heeft voorts op de vordering van de benadeelde partij beslist en een maatregel opgelegd, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte ter zake van het subsidiair ten laste gelegde zal veroordelen tot een werkstraf voor de duur van 30 uur, subsidiair 15 dagen hechtenis, alsmede tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van een week met een proeftijd van twee jaar. De advocaat-generaal heeft voorts gevorderd dat het hof de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal verklaren in de vordering tot schadevergoeding.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 27 oktober 2006, in de gemeente [gemeente], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om een persoon genaamd [benadeelde], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet genoemde [benadeelde] tegen het hoofd heeft geschopt en/of getrapt en/of gestompt en/of geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 27 oktober 2006, in de gemeente [gemeente], opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [benadeelde]), heeft geschopt en/of getrapt en/of gestompt en/of geslagen, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

Vrijspraak

Uit de wettige bewijsmiddelen heeft het hof niet de overtuiging bekomen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan. Het hof overweegt hiertoe het volgende.

Op basis van de in het dossier aanwezige verklaringen staan de volgende feiten vast. Verdachte was werkzaam als portier in [plaats]. In de nacht van 26 op 27 oktober 2006 weigerde hij een dronken jongen, [benadeelde], de toegang tot het café. [benadeelde] verzette zich hiertegen en beet hierbij verdachte in zijn wang. Verdachte heeft hierop gereageerd door [benadeelde] vast te pakken, te vloeren en op de grond in bedwang te houden. Over de exacte gang van zaken tijdens dit incident verschillen de lezingen.

[benadeelde] heeft hierover verklaard dat de portier, verdachte dus, door het lint ging. De portier heeft hem hard vastgepakt, op de grond gegooid en tegen het hoofd geschopt. Getuige [getuige 1] verklaart onder meer dat de portier het slachtoffer een soort duwklap gaf, waardoor deze op de grond viel. Vervolgens kwamen er nog twee portiers bij. Het slachtoffer is in elk geval door twee portiers hard geschopt. Getuige [getuige 2] verklaart onder meer dat de portier het slachtoffer een vuistslag en meerdere trappen gaf.

Het hof stelt vast dat de verklaringen van aangever en de beide genoemde getuigen onjuistheden lijken te bevatten, zoals de verklaring dat er drie portiers waren.

Voorts komen deze verklaringen op diverse essentiële punten niet met elkaar overeen. Het hof noemt hierbij dat de aangever verklaart over één schop, terwijl de getuigen verklaren over meerdere klappen en schoppen. Voorts is de door aangever en de getuigen beschreven volgorde van handelingen niet gelijk.

Het hof acht bovendien van belang dat uit het dossier blijkt dat er, zowel door aangever als door de twee genoemde getuigen, de betreffende avond veel alcohol is genuttigd. Het hof heeft gelet hierop twijfels aan de juistheid van de waarneming van bovengenoemde getuigen.

Gelet hierop zal het hof verdachte vrijspreken van het hem ten laste gelegde.

Benadeelde partij [benadeelde]

Uit het onderzoek ter terechtzitting van het hof is gebleken, dat de benadeelde partij zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd, dat de vordering in eerste aanleg deels wel en deels niet is toegewezen en dat zij zich in het geding in hoger beroep niet opnieuw heeft gevoegd. Derhalve duurt de voeging ter zake van de in eerste aanleg gedane vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort, voor zover die vordering in eerste aanleg is toegewezen.

Nu aan de verdachte geen straf of maatregel wordt opgelegd, terwijl evenmin artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht wordt toegepast, dient de benadeelde partij, gelet op het bepaalde in artikel 361, tweede lid, aanhef en onder a, van het Wetboek van Strafvordering, in de vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard, met veroordeling van de benadeelde partij in de kosten van het geding door de verdachte gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van het geding door de verdachte gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. J. Hielkema, voorzitter, mr. W.P.M. ter Berg en mr. J.A. Wiarda, in tegenwoordigheid van mr. W. Landstra als griffier, zijnde mr. Wiarda voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.